477 Droom altijd met je ogen dicht

Droom altijd met je ogen dicht Het hele jaar, winter en zomer, hoort Hassnae roepen: ‘Dromer! Dromer!’ Hassnae was een midden-op-de-dagse dromer, een met-de-ogen-open dromer. In wint- en winter, zoom- en zomer: wat doet Hassnae? Hassnae droomt. En de klasgenootjes riepen: ‘Dromer! Dromer! Kan het slomer? Slome Hassnae! Slomer sloomst!’ ‘Ja,’ zei Hassnae dan, ‘ik bén een dromer, maar mijn oom, dat was helemaal een dromer, dat was geen dromer maar een droomst!’ (Hassnae wist niet dat haar oom daarna was opgegaan in stoom.) Hassnae werd steeds slomer, werd steeds lomer, nog dromer dan haar dromerende oom. Ze kon gewoon niet ophouden met dromen. Net als een stroom altijd moet stromen moet Hassnae zonder stoppen dromen. En omgekeerd: geen droom kan zonder dromer: een stroom die stroomt, een droom die droomt. Wie droomt wat, of wat droomt wie? Wordt Hassnae door de droom gedroo...