Posts

Posts uit 2021 weergeven

79 Aantekeningen van een veelgeplaagd auteur – Kornej Tsjoekovski (2)

Afbeelding
    Wij vervolgen hieronder de speciaal voor vandaagsvertaalprobleem geschreven aantekeningen van de veelgeplaagde Kornej Tsjoekovski.    Een andere ernstige kwaal die ongeneeslijk voortwoekert in vele vertalers van kinderverzen is bloemrijkheid, omslachtigheid, babbelziekte, spraak-incontinentie. Telkens als ze een alleenstaand, bescheiden woord in het origineel vinden, stapelen ze er tientallen al te vrije en bandeloze woorden op, die het origineel compleet begraven.    Eén verhaal van mij dat ernstig heeft moeten lijden onder deze wrede methode is Krokodil .    In het origineel begint het zo: Zjil da byl Krokodil. On po oelitsam chodil, Papirosy koeril, Po-toeretski govoril.    Wat kan er simpeler zijn dan deze regels? Er was eens een krokodil. Hij liep over straat, rookte sigaretten, sprak Turks. Maar in de Engelse vertaling worden deze luttele regels bedolven onder myriaden parasitaire woorden: Once a haughty Crocodile left his home upon the Nile, To go strolling o

78 Aantekeningen van een veelgeplaagd auteur – Kornej Tsjoekovski (1)

Afbeelding
Wij zijn trots, vereerd, verheugd enzovoort te mogen aankondigen dat de twee komende afleveringen van dit blog gevuld zullen worden door een gastbijdrage van de grote Russische kinderdichter Kornej Tsjoekovski (1882-1969), die speciaal voor vandaagsvertaalprobleem zijn licht zal laten schijnen over het vertalen van kinderpoëzie – met name de zijne – onder de titel ‘Aantekeningen van een veelgeplaagd auteur.’    Een tijd geleden schreef ik Tarakanisjtsje [ Kakkerlakkerste ] – een kinderverhaal. Er wordt onder meer verteld hoe de arme krokodil een pad verslond: Bjednij krokodil Zjaboe proglotil.    [De arme krokodil /Slikte een pad door.]    Het verhaal is nu in het Engels vertaald. De vertaling rept met geen woord over een pad. Dit is de vertaling: The poor crocodile Forgets how to smile.    Zoals je ziet was het niet de krokodil die een pad moest slikken, maar ik. En niet één, maar een stuk of vijf-zes.    Het komt erop neer dat de vertalers dieren in mijn verhaal hebbe

77 Chekhov, Tsjechov en Чехов

Afbeelding
   George Saunders schrijft zijn schrijfcursus aan de hand van zeven Russische verhalen, die hij in bestaande Engelse vertalingen opneemt en bespreekt. Russisch kent hij niet, bekent hij zelf. Hij verlaat zich op de vertalingen en op drie Russische vrienden die hem in het oor fluisteren.     De neus is van Gleb Struve, De zangers van David Magarshack, Aljosja de Pot van Alec Brown, De baas en de werkman van Louise & Aylmer Maude. Tsjechov werd vertaald door Avrahm Yarmolinsky (1890-1975), de echtgenoot van vertaalster Babette Deutsch.     In the Cart begint zo (na de eerste regel dan):    The paved road was dry, a splendid April sun was shedding warmth, but there was still snow in the ditches and in the wood. Winter, evil, dark, long, had ended so recently; spring had arrived suddenly; but neither the warmth nor the languid, transparent woods, warmed by the breath of spring, nor the black flocks flying in the field over huge puddles that were like lakes, nor this marvello

76 Andermans Tsjechovs

Afbeelding
   Voor de nieuwsgierigheid: wat doen de collegae?    Hoe interpreteren die de vertelstem van Tsjechov, halverwege verteller en hoofdpersoon?    Ik heb hier twee karren, vier hartjes en drie stekelbessen voor me.    Komen ze.     Op de kar    ’s Ochtends om half negen reden zij de stad uit.    De landweg was opgedroogd, een heerlijk aprilzonnetje gaf al heel wat warmte, maar in de greppels en in het bos lagen nog plekken sneeuw. De grimmige, lange en donkere winter was ook maar net voorbij, de lente was plotseling ingetreden, maar Marja Wasiljewna die nu in de boerenwagen zat, kon niets nieuws of opmerkelijks ontdekken in het warme weer of de kwijnende bossen, waar je doorheen kon kijken en die door de adem van het voorjaar werden gekoesterd, zij vond niets interessants in de zwarte zwermen vogels die boven de velden scheerden over enorme, op meren lijkende plassen, evenmin zag ze iets in die wonderbaarlijke, peilloos diepe hemel, waar je je wel met uitbundige vreugde in zou wil

75 Tsjechovs beginnen

Afbeelding
   Er wordt wel gezegd dat Tsjechov steevast de eerste drie bladzijden schrapte van een verhaal, voordat hij het publiceerde. Een navolgenswaardig procédé waar ook veel hedendaagse romans van zouden opknappen – mits je in plaats van de eerste drie de eerste honderd schrapt en als je toch bezig bent de rest ook. Maar als Tsjechov met die schrijftruc dacht zijn verhalen in medias res te kunnen beginnen, rekende hij buiten de lezer. Want die begint altijd bij het begin, en niet bij de geschrapte eerste drie bladzijden. Waarmee ik maar wil zeggen: aan alles is een begin. Als je het begin schrapt is er weer iets anders het begin.    Het begin van Op de kar gaat zo:    Om half negen in de morgen reden ze de stad uit.    De grote weg was droog, de prachtige aprilzon scheen sterk en warm, maar in de greppels en in het bos lag nog sneeuw. De winter, bitter, donker, lang, was nog maar net voorbij, ineens was het lente, maar voor Marja Vasiliëvna, die op dit moment in de wagen zat, bood he

74 Tsjechovs drie woorden

Afbeelding
   Netjes Nederlands blijft de vloek van Vertalië.    Eén klein voorbeeldje.    Tsjechovs stekelbessen.    Stekelbessen! Waar de overheerlijke goudgulden de tsarenconfiture van wordt gemaakt, de onrijpe, groene bessen leeggeduimd, dus zonder de harige schil en niet de klappende dieppaarse vruchten, met tal van geheime ingrediënten.    Stekelbessen! Ook wel kris, kruisbes, klapbes, doornbes, en kruisdoorn geheten. Maar er zijn veel meer regionale namen. Op mijnwoordenboek.nl (/dialect-vertaler) kom ik ook nog tegen doornappel, beier, stekelbezie (‘bezie’ voor bes mag wel eens vaker uit de kast worden getrokken in Vertalië), kroezel, kroenzel, knoepert, knoedelbeer (‘beer’ voor bes idem dito), stekelbeier (en ‘beier’ voor bes ook) en kronselen of kronseltjes, zoals ze heten in het machtige zëpos van Kapitein Iglo, lees dat boek.    Stekelbessen! Die prachtige Ribes uva-crispa! Die schitterende heesters met hun verspreide, gesteelde, handlobbige zaden en hun zijstandige bloemen, hun

73 Gogol in netjes Nederlands

Afbeelding
   Er zijn meer gogolse uitmiddelpuntigheden. Bijvoorbeeld.    Gogol gebruikt verbasterde uitdrukkingen, en zegt ‘hij hoorde zijn benen niet meer onder zich’ in plaats van ‘hij voelde zijn benen niet meer onder zich’. Kovaljov zet niet ‘de beslissende stap’ of ‘hakt de knoop door’ of ‘geeft het laatste zetje’, maar ‘maakt de uiteindelijke scheiding’ – het is duidelijk wat er bedoeld wordt maar ook dat er op de een of andere manier een contaminatie heeft plaatsgevonden. Ik maak ervan ‘het beslissende zetje liet hij ongemoeid.’ – wat hoop ik net zo ongelukkig gezegd is.    De wijkagent leert niet iemand een lesje met woorden, maar Gogol gebruikt de uitdrukking dat het fysiek is, dus geen veeg uit de pan maar een ram uit de pan.    Letterlijk gebruikte uitdrukkingen komen ook voor. Kovaljovs knecht ligt op een mottige morsige bank en ‘spuugt naar het plafond’, wat standaard Russisch is voor geen reet uitvoeren, maar hier doet Ivan het letterlijk, ‘waarbij hij tamelijk behendig steeds d

72 Gogols rennende vissen

Afbeelding
   Nog even over die maart de 25ste.    Waarom het niet goed is om je de rariteiten en buitenissigheden van Gogol in vertaling te ontzeggen, is, dat je ze – als je ze eenmaal laat voor wat ze zijn – nooit meer kunt terughalen. Je doet het of van het begin af aan, vanaf Stunde Null en de eerste woorden, of je doet ze nooit. Het gaat niet aan om Gogols scheve manieren van zeggen steevast onder het tapijt te schuiven en dan één keer, als het echt opvalt en er echt wat mee gedaan moet worden, plotseling iets op een curieuze manier te zeggen.    Je moet meteen toeslaan. Meteen die ruimte creëren, anders ben je hem voorgoed kwijt.    Maar vertalers zijn bange mensen. Alles wat vreemd en niet goed gezegd lijkt te zijn, vrezen ze dat hun aangerekend wordt. En dan kiezen ze voor voorzichtigheid, niet voor de levende olifant maar voor de dooie porseleinkast. Dan brouwen ze liever slappe aftreksels dan een stevige pot tsjifir .    Vertalen wat er staat, wordt nog steeds wel gezegd.    Deden

71 Gogols maart de vijfentwintigste

Afbeelding
   ‘Maart de 25ste,’ begint het verhaal De neus van Gogol, ‘vond er in Petersburg een ongewoon vreemd voorval plaats.’    Dat is natuurlijk niet normaal gezegd, op twee plekken zelfs.    Ieder ander zou zeggen 25 maart, ook in het Rusland van 1836, toen het verhaal werd geschreven.    Ook ‘ongewoon vreemd’ komt apart over, pleonastisch, hoewel de combinatie in het Russisch net iets gebruikelijker normaal klinkt dan in het Nederlands ongewoon vreemd.    Gogol zegt wel meer dingen op een particuliere manier. Hij heeft het in De neus ook over vissen die rennen in plaats van zwemmen en een rivier die loopt in plaats van stroomt. Dingen die je een Rus ook niet zo snel of zeg maar gerust nooit zal horen zeggen, maar die toch zeer authentiek Russisch klinken. Of liever gezegd gogoliaans. En helemaal niet verkeerd, integendeel.    Hij heeft het ook niet over winkels die ‘opengaan’ maar die ‘ontsluiten’. Hij laat de neusloze hoofdpersoon in gesprek met zijn reukorgaan ‘woorden uw’ zeggen

70 Tolstojs want

Afbeelding
   Op een gegeven moment las een familielid van Tolstoj hem een aantal uit de hoofdstad meegenomen symbolistische gedichten voor, met frases als ‘lila klanken’ en ‘zeurende geuren’. Tolstoj, vertelt het verhaal, luisterde glimlachend, staande naast de vleugel, in zijn klassieke pose met de hand achter de riem van zijn boerenhemd, en toen het afgelopen was, zei hij:    ‘Als u zo graag allerhande klinkende woorden in de mond neemt en er weer uithaalt, leest u dan tenminste Fet. Die heeft tenminste poëzie en smaak.’    Tolstoj hield niet van mooie woorden.    In zijn verhalen althans.    Dan moet je hem ook niet zo vertalen.    En dat zit hem in heel kleine dingen soms, die de toon zetten. Het net leuk maken, of in karakter brengen, of juist wat onnozeler aanzetten. Net wat het nodig heeft. En bij Tolstoj is dat: die het wat opruwen. En het simpel en rechtstreeks, intiem, onder vier ogen houden. Knieën tegen knieën.    Bijvoorbeeld.    In ‘De baas en de werkman’ uit 1895 trekt een

69 How Long Must I Wait?

Afbeelding
   Weer iets wat niet kan. Daar blijkt mijn voorkeur toch naar uit te gaan. Logische kortsluitingen. Irish bull. En andere flauwekul.    Water dat te drogen hangt... Dat kán toch niet?!    Miauwende ezels, bloeiende schoorstenen, een koets met ronde hoeken... Kijk maar, er staat toch echt wat er staat. Dat is toch een van de dingen die de taal op de werkelijkheid voor heeft. Dat het ook onmogelijk kan zijn.    Er zijn genoeg uitdrukkingen voor ‘nooit van z’n lang zal z’n levensdagen niet’. Sint-Juttemis, Pruimpasen, als Pasen en Pinksteren op één dag vallen, als de katten ganzeneier leggen, als de kalveren op het ijs dansen, als de kiekens tanden krijgen, als de Paus een geus wordt, in het jaar één als de uilen preken.    Of in het Vlaams: als de maan drie toten heeft. (Toot is toet, aangezicht.)    Maar voor alle uitdrukkingen geldt: je kan ook nieuwe bedenken.    Over de vertaling heb ik weinig te zeggen. De laatste regels zijn een soort van slotconclusie. In het Engels is die

68 De overtreffende trap van kakkerlak

Afbeelding
   Het Russisch heeft behalve talloze mogelijkheden om verkleinwoorden te maken ook de mogelijkheid tot vergrootwoorden.    Dat gaat net als bij verkleinwoorden met een suffix, het suffix ‘ie-sjé’ (om het min of meer fonetisch op te schrijven).    ‘Een heel grote reus’ kun je in het Russisch in één woord zeggen. Ja, één, want lidwoorden hoeven ze daar ook al niet. En achter het vergrootsuffix kun je weer een tweede vergrootsuffix plaatsen, zodat zelfs ‘een heel erg reuzegrote reuzereus’ één woord kan worden. Een reus van een reus en een reus van een woord. Als je wil.    Helemaal leuk wordt het als je het vergrootsuffix aan een verkleinwoord plakt, dat wil zeggen aan een woord met een verkleinsuffix. Dan kun je het met gemak hebben over ‘een hele grote kleine reus’. Of ‘een heel groot klein stukje land’. Of ‘hele grote kleine tafeltjes’. Of zelfs ‘hele kleine grote tafels.’ Allemaal mogelijkheden die wij – helaas! – in ons taalgebied ontberen. Want wij hebben zoiets niet.    Eenw