Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
533 Teruggevonden
– Ik wist het wel! Daar zitten ze!
– Het blijven lastpakken, ouders.
_____
Uit het Женскии журнал (Vrouwenblad), № 9, 1930, in het togdazine, hier. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
– Kijk mij eens lekker leggen, zei ik. Waarop ik, voor de gein: – Dat ken je zo niet zeggen, tenminste denk ik volgens mijn. Ik boos: – Je ziet me leggen toch? Of maggen we dat niet? Wat bomt het wat hun zeggen? Het is gewoon hoe ik het ziet. Uit. Een versje geïnspireerd op en door en in en uit een Russisch versje waarin de klemtonen niet gelegd worden waar ze normaal gesproken thuishoren, een folkloristisch versje dat iedereen kent en geheel en al anoniem is, omdat niemand zijn of haar naam heeft willen zetten onder deze aan de laars lapperij van de niet overal even heldere of consequente en daarom door jonge taalleerders dikwijls met veel fantasie en vermakelijkheid toegepaste Russische accentregels, juist als ze de regels doorkrijgen en het correct willen doen. Het gaat zo, en de bewuste klemtonen zijn vetgedrukt en in kapitaal: я си жу на бере гу не мо гу под нять но ГУ не но ГУ , а но гу все равн о не МО гу Verletterlijkt: ...
Net uit! Een levenswerk. Van mij dan. Ik vind de gedichtjes hier en daar zelfs ontroerend, wat me zelden overkomt, bij gedichten niet en bij vertalingen al helemaal niet. Eerder schreef ik over Desnos en zijn Chantefleurs en Chantefables , hier . De eerste Chantefables verschenen in 1944, in het jaar dat Desnos door de Gestapo in Parijs werd gearresteerd en via verschillende concentratiekampen terechtkwam in Theresiënstadt waar hij, 44 jaar oud, op 8 juni 1945 overleed aan tyfus, een maand na de Duitse capitulatie. In zijn nalatenschap werden meer chantefables gevonden, en ook chantefleurs , die samen werden uitgegeven. Ze bereikten een groot jong lezerspubliek, bij wie ze nog steeds zeer populair zijn, voorzover het plezier niet op school wordt vergald doordat het vaak verplichte leesstof is. Hier de eerste drie van de veertig, wie het Frans erop na wil slaan kope het boek. De roos Roos gaat open, ro...
Toespraak uitgesproken in De Balie, Amsterdam, op 6 maart 2026 bij een avond over Eindeloos vertier / Infinite Jest van David Foster Wallace. Goedenavond tesamen. Dat ik hier sta als vertaler van het boek om voor enig, vooral kortstondig inleidend vertier te zorgen is – als ik mij goed geïnformeerd heb – eigenlijk een godswonder op zich, waarvoor de vlag gerust uit mag. Want vertalers – zo bereikten mij de afgelopen tijd berichten van collega-vertalers die dit aan den lijve ondervonden – lijken zelden tot nooit te worden uitgenodigd om op een literaire gelegenheid hun licht te laten schijnen over een boek naar aanleiding waarvan die literaire gelegenheid georganiseerd is, dat wil zeggen het boek waarover zij zo vele zweetdruppels uitgegutst hebben om het in alle ootmoed aan de voeten van het Nederlandstalig leespubliek neder te vlijen. Neen! Laten wij dat niet doen! is het gedacht van de organiserende instanties, vertelden mi...
Helemaal onmogelijk is het om nieuwe aftelversjes te verzinnen. Als buitenstaander meen ik. Aftelversjes bij spelletjes in de openbare ruimte (‘buiten’, als iemand nog weet waar dat ligt) zijn exclusief eigendom van de spelers, die ze van elkaar overnemen, meestal door ze af te kijken van de net een jaartje ouderen. Inmenging van grote mensen strikt ongewenst. Cringe zelfs. Ze worden gebruikt om te bepalen wie er welke rol speelt, wie er bij welke partij is – en ‘af’ betekent dan dat jij de minst gewilde rol speelt of bij de minst gewilde partij komt te zitten. Je kan er ook mee foetelen, door het rijmpje langer te maken als je zelf af dreigt te zijn, maar dan moet je goed tellen en anticiperen. Het is eerder een ritueel spelletje op zich dan alleen maar de aanzet tot een spelletje, en dat maakt het zo leuk. Er bestaan vele variaties als gevolg van de wankele mondelinge overlevering. Ook worden door de kinderen zelf wel eens nie...
Bim bam beieren, de koster lust geen eieren. Wat lust de koster dan? Spek in de pan! Daar wordt de koster dik van! Wie kent het versje nog? Is het een hop-paardje-hop? Is het een kietelversje? Ik kan het me niet meer herinneren. Noch ben ik zeker over de laatste regel. Het woord dik zou iets tweelettergrepigs trocheïsch moeten zijn, in mijn herinnerende herbeleving en naar mijn gevoel. Ik kan het natuurlijk altijd even opzoeken. Het onverbeterlijke internet leert mij, op kinderliedjes.info, dat de laatste regel enigszins vloeibaar is, misschien omdat er meer mensen mee geworsteld hebben als ze het wilden opzeggen. ‘Daar wordt de koster dik van!’ is inderdaad een bestaande variant. Maar de oorspronkelijke versie lijkt te zijn ‘Dat er de koster niet krijgen kan’. Vooral door dat woordje ‘er’ komt het heel oud en authentiek over. Een andere variant luidt: ‘O, wat smult de koster dan’, maar dat lijkt me een contaminatie, gemaakt op basis van de an...
Men schrijft. En men kan er verder niet veel over vertellen. Men kan er echter wel met evenzovele woorden over zwijgen. Wijdlopig zwijgen. Woordenrijk zwijgen. Trek een rookgordijn van woorden op. Vlucht achter de kachel. Noem het gedicht. Niet de kachel, maar het rookgordijn. Wit het gedicht. Wat is, is niet in de woorden. De rook is het vuur. Niet wat erachter ligt. Niet wat erin ligt. Niet ik. Niet gij. Maar men. Men schrijft. Men schrijft. Pensgewijs. Seismisch. Met dien verstande. Met dien verstande Tussen tien voor twintig over één en vijf voor kwart voor half twee – elke dag opnieuw weer niet – gaan de mensen in dit stadje met z’n twee alleen met geen van beide anderen mee – maar niemand die het ziet. Men heeft het altijd wel gewist: het wordt steeds vroeger buiten – elke dag opnieuw weer...
Amerikaanse schrijvers hebben altijd een moeizame relatie met humor gehad. Ze zijn te serieus, en lijden vaak aan het ‘I wanna be a writer’-syndroom. Schrijver zijn vinden ze belangrijker dan schrijven zelf. Vaak hebben ze lessen in creative writing gehad, wat je makkelijker aanleert dan weer ontleert en hoe dan ook door alles heenschijnt. ‘En wat doet u?’ vroeg James Frazer, de auteur van The Golden Bough aan Joyce toen ze in de Bibliothèque Nationale aan elkaar waren voorgesteld, ergens midden jaren twintig, en Ulysses al door menige koffietafel was gezakt. ‘Ik schrijf,’ antwoordde Joyce simpelweg. Ook Judith Herzberg zegt liever dat ze dicht dan dat ze een dichter is, ‘want je weet maar nooit, of het de volgende keer weer lukt.’ Dit in tegenstelling tot het gros der zich schrijvers noemenden, die slechts schrijven om zich schrijver te kunnen noemen. En vandaar: elke vorm van humor ontberen. De eerste en laatste die het kwam aanwaaien is Mark Twain. Die vertaalde...
Waarom blijft de ultieme doordrambare onbeantwoordbare vraag. Waarom? Omdat er achter elke omdat weer een waarom schuilt. Waarom? Omdat je nooit uitgeredeneerd raakt. Waarom? Omdat er geen einde aan het waarom is. Waarom? Omdat alles eigenlijk ‘sunder warumbe’ is. Waarom? Omdat het nu eenmaal zo is. Waarom? Waarom je wortels moet eten ‘Waarom moet ik wortels eten, waarom waarom waarom?’ zeg ik en mama zegt: ‘Wortels eten is ontzettend gezond: daarom.’ ‘Waarom gezond? Hoezo gezond? Ik vind het óngezond,’ zeg ik: ‘Ik krijg er namelijk een hele erge vieze smaak van in mijn mond.’ ‘Wortels zijn goed voor je ogen, goed voor je tanden,’ zegt mama, maar ik zeg: ‘Wanneer ik wortels eet krijg ik oranje handen.’ ‘Iedereen houdt van wortels, en konijnen nog het meest,’ zegt mama. ‘Maar ik ben toch geen konijn? Een kind ben ik, een heel ander beest.’ ‘Van wortels ga je beter zien, e...
In het Frans rijmt alles op alles, dus als je dan met rijmklanken iets leuks wil maken moet je van goeden huize komen. Of Robert Desnos heten. Of allebei. Robert Desnos kwam van goeden, surrealistischen huize en hij heette Robert Desnos. En hij maakte iets heel bijzonders. Hij schreef in de jaren 1930 een tachtigtal Chantefables en Chantefleurs , simpele versjes over bloemen en dieren, ‘om te zingen op willekeurig welke melodie’, of ‘te zingen op welke wijs dan ook’ – pour chanter à n’importe quel air . De wijsjes, deuntjes, versjes zijn hypnotisch van melodie en ook van teksten, die feitelijk nergens op slaan en dromerig meewiegen op de klanken en gedaanteverwisselen. Je ziet de klanken of liever hoort ze in real time van het ene woord in het andere veranderen, en weer verder, immer vloeibaar. Om verliefd op te worden. De bloemen die worden bezongen zijn onder andere cyclaam, jasmijn, geranium, lavendel, orchidee, waterlelie, pi...
Vergis ik me of is ‘vertalen wat er staat’ on the way out ? Exiterend door de souvenirwinkel? Het was altijd al een domme kreet. Immers: er staat nooit wat er staat. Er staat altijd iets anders, namelijk in een andere taal. De Urheber van de frase is Karel van het Reve. Hij heeft er zelfs een school van gemaakt, de Leidse vertalers-van-wat-er-staat-school. Zelf was Van het Reve geen geweldige vertaler. Maar hij wist de gemoederen wel bezig te houden, en mensen het bloed onder de nagels vandaan te halen. Hij had een flair voor dooddoeners die van gezond boerenverstand moesten getuigen. Zijn kritiek op de vertalingen van Charles B. Timmer was dat ze zo woordrijk waren. Was dat werkelijk zo? Timmer had in elk geval gevoel voor de sfeer en de toon van het origineel. Hij wist ‘de stem van de schrijver te behoeden’ zoals Anneke Brassinga ooit de moeilijkheid van vertalen omschreef. ...
Reacties
Een reactie posten