Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
533 Teruggevonden
– Ik wist het wel! Daar zitten ze!
– Het blijven lastpakken, ouders.
_____
Uit het Женскии журнал (Vrouwenblad), № 9, 1930, in het togdazine, hier. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Het verhaal wil, dat ergens begin 1834 een negentienjarige student, afkomstig uit het verre Siberische Tobolsk, bij de grote dichter Aleksandr Poesjkin in Petersburg op bezoek kwam met een kant-en-klaar, geheel voltooid folkloristisch meesterwerk in zijn schooltas. De student was Pjotr Jersjov en het meer dan tweeduizend regels tellende volkssprookje op rijm was Konjók-Gorboenók , oftewel Paardje-Bochelaartje . Poesjkin had kort daarvoor zijn duizendregelige sprookje over Tsaar Saltaan gepubliceerd, geschreven in dezelfde versvoet (de viervoetige trochee of trochaïsche tetrameter) in het maartnummer van het tijdschrift De leesbibliotheek , en toen hij het sprookje te horen kreeg, was hij zo enthousiast dat hij uitriep: ‘Nu kan ik dat soort dingen voortaan laten.’ (‘Теперь этот род сочинений можно мне и оставить.’) Jersjov was aan Poesjkin voorgesteld door Pjotr Pletnjev, criticus, professor, uitgever en jeugdvriend van Poesjkin, die op dat moment Jersjov bij De leesbibliotheek i...
We gaan hier op het blog niet heel Paardje-Bochelaartje lezen, daar heb je het boek voor, te verkrijgen via de boekhandel en via uitgeverij Pegasus. Het eerste van de drie delen staat overigens – in een vroeger vertaalde versie – ook in Bij mij op de maan , uitgegeven door Van Oorschot in 2016. Om een indruk te geven van het epos (664 + 812 + 820 regels) geef ik hieronder het begin van het tweede deel, hier en daar licht aangepast ten opzichte van de boekuitgave van 2019. (Alle corrigenda voor de tweede druk, voorzien voor het najaar van Sint-Juttemis, staan onderaan deze blog.) Deel II ‘Snel verteld is een verhaaltje, Maar voor puntje is bij paaltje ...’ Hier gaat de geschiedenis Van Ivan – geen kattenpis – Verder, en die van zijn paardje, Zijn verknochte Bochelaartje. Geiten grazen op het strand, Paarden stijgen op van land, Bossen staan onder m...
Wat voorafging: Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, heeft de reus verslagen die de toren bewaakte waar het ei ligt dat van lucht is gemaakt, dat hij naar de heks Kará-Kará moet brengen die hem zal helpen om de vraag te beantwoorden die de sjamaan Cordaan hem gesteld heeft als voorwaarde om hem te helpen met zijn opdracht van de Maan om de Manedochter te bevrijden. Loopt het nog goed af? (Dit laatste deel van het gezongen petroglief werd vertolkt door het ensemble Altai KhaiKhan als Altai Magtaal op de plaat Whistle in the Wind , hier , en ook, met filmische indrukken van de Altaj, hier .) Eitsi-Heibib 5 Rara: wat is wat was, wat was wat is, de zon, de maan, de vogel en de vis. De wolken die er zijn voor jou en mij. ...
De Britse romancière-essayiste Angela Carter (1940-1992) staat bekend om haar gezwollen, van de bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden wemelende proza. Ze erkende dat ook zelf en pareerde de kritiek op haar stijl in een interview met de volgende behartenswaardige woorden: ‘Okay, I write overblown, purple, self-indulgent prose – so fucking what ?’ Hetzelfde so fucking what zou het antwoord moeten zijn op dezelfde soort kritiek op de unieke stijl van Amanda Ros. Of moet ik zeggen: unieke stijlen? Want Delina Delaney is weer op een heel andere manier buitenissig dan Irene Iddesleigh . Waar haar debuut uit 1897 een vuurwerkshow van veelkleurige alliteraties was, en de schrijfster alles uit de kast haalde om het maar zo perifrastisch mogelijk te zeggen, zich verliezend in immer zijpaden inslaande syntaxen, gekwadrateerde preciositeit en een omslachtigheid waar zelfs de beste verstaander zich de haren bij uit het hoofd trok, klink...
Joyce and Popular Culture is a subject not often yielding satisfying results. Is Joyce still for the select and selecter few? Perhaps we are looking in the wrong direction. The title of Joyce’s A Portrait of the Artist as a Young Man crops up in many different guises, in literature, art, film, photograpy and other fields of human creativity. This paper will explore part of the wealth of derivative, rehashed or downright copied instances of the Joycean title, from the well-known Dylan Thomas collection of short stories Portrait of the Artist as a Young Dog , to John Lennon’s quip A Portrait of the Asshole as a Madman , and from a recent Irish Times book review (8 December 2015), titled Joshua Cohen: Portrait of the Author as a Monkey Tied to a Typewriter and CCTV , to the 1969-1972 street painting by artist Keith Arnatt, with the title Portrait of the Artist as a Shadow of His Former Self . Is de abstract van een nooit gegeven paper op een wil...
‘Een tragisch geval’ heet de vertaling van Rolf en Edo Loeber van ‘A Painful Case’ uit Dubliners van James Joyce. We schrijven 1967. In 1968 vertaalt Rein Bloem het als ‘Een pijnlijke zaak’. Die titel blijft tot 1997, zeven drukken lang behouden – en ook in de achtste druk uit 2004, waarin Erik Bindervoet en ik de tientallen dingen die hij had overgeslagen hebben teruggezet en de honderden ergste fouten, missers, blunders, slordigheden etc. hebben proberen te verwijderen – zeer tegen de zin van de vertaler, die er in samenspraak met de redacteur een heleboel weer in ere herstelde en en passant een hele hoop verse miskleunen beging. (Jongens en meisjes, doe dat nooit, andermans vertaling herzien: heel slecht voor je hart.) (En laat jouw vertaling ook nooit herzien!) In 2016 mochten Erik en ik het dan eindelijk helemaal zelf doen en vertaalden we de titel als ‘Een pijnlijk geval’. De hoofdpersoon, meneer Duffy, i...
Op het literaire juice-kanaal Tzum lees ik een recensie – een mooie lange onbekrompen – over een boek dat Meridiaan liet samenstellen met de best of Hilary Mantels interviews, essays en passages over haar schrijfbedrijf. De recensie is ruimschoots van citaten voorzien om jezelf ook een oordeel te vormen, en aan de inhoud ligt het niet dat Mantel overkomt als iemand die zeer behartenswaardige dingen zegt. Maar wat een rare zinnen kom ik in de citaten een paar keer tegen. Zinnen die me steevast op het verkeerde been zetten. Nou kan dat in scheppend proza best mogen en hoeven en moeten, maar een essay wil toch, net als journalistiek, begrepen worden, ook al is dat begrijpen altijd maar vluchtig als de wind. Maar dit zijn zinnen die ik een paar keer moet overlezen voor ik ze begrijp, en voor ik erachter kom wat er in het Nederlands mis mee is. Eerst dacht ik dat het Vertaliaans was, maar de vertalers, Niek Miedema en Harm Damsma hebben een te grote staat van dienst om da...
Wat voorafging: Eitsi-Heibib is onderweg met een opdracht van de toverheks Kará-Kará, die hem beloofd heeft de vragen te beantwoorden die hij van de sjamaan Cordaan aan haar moest stellen (Wat is? Wat was?), die hem beloofd heeft daarna helpen te helpen met de opdracht die hij gekregen heeft van de Maan, om de Manedochter bevrijden uit de klauwen van het Beest met twintig Oren. Maar eerst moet Eitsi-Heibib dus van de toverheks Kará-Kará naar een eiland midden in de oceaan, hier honderdduizend mijl vandaan, om een ei te halen dat van lucht gemaakt is en door een reus bewaakt wordt. Mocht Eitsi-Heibib in gevaar komen, mag hij de toverheks Kará-Kará één keer te hulp vragen, die dan in de gedaante van een schorpioen zal verschijnen. En dus gaat Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, weer op weg. Lees en luister nu verder. (Dit deel van het gezongen petroglief werd vertolkt door het jonge driemanschap (er is nog hoop voor de ...
Vertalers heten de beste lezers te zijn, omdat geen nuance ze mag ontgaan, maar dat brengt met zich mee dat ze ook vaak de grootste zeikerds zijn, en nog meer spijkers op laag water zoeken – en vinden – dan een heel roedel persklaarversmurfers bij elkaar. In de twee Alice -boeken zijn mij aldus doende nog een aantal meer dubieuze zaken opgevallen, niets wat niet door de beugel kan, maar toch dingen waar je als vertaler even van achter je oren krabt: hoe moet ik dit oplossen? Is het Carrolls bedoeling, is het een diep verborgen grap om de lezer-luisteraar weer eens met een kluitje de rietkraag in te sturen en in een kano zonder peddel up shit-creek ? Of is het – voor die tijd? voor Carroll? in het Engels? – misschien ongebruikelijk maar niet noodzakelijkerwijs verkeerd of raar gezegd? En dan zijn er ook weer dingen waarvan ik denk dat ze verhaaltechnisch wonderlijk, ja zonderling zijn. Ik wil Lenny de Rooy bedanken die de handschoe...
Rijmdwang lijmdwang. Wat bedoelen ze eigenlijk met rijmdwang? Want natuurlijk dwingt rijm. Daarvoor is het rijm en niet bandeloos. Rijm dwingt en metrum dwingt, van nature. Uit de aard der zaak. Ipso facto. Maar ze bedoelen dat het rijmwoord of de rijmende regel er met de haren bijgesleept lijkt. Als rijmdwang dwangrijm wordt. Dat het plotseling wijst op het kunstmatige van het gedicht. Illusie verstoord. En mensen houden van illusies. Afspraken. Het stilzwijgende contract tussen lezer en schrijver. De suspensoria van het ongeloof. En toen je klein was, weet je nog, daar zong en neuriede je toch ook liedjes die allemaal op één klank eindigden en hoe gekker hoe beter? Dus wat kan er dan possibly mis zijn met rijmdwang? En ik dacht: laat ik mezelf eens ongelofelijk in een rijmdwangmatisch keurslijf persen. Iets maken dat er in zijn geheel met de haren bijgesleept lijkt. Never mind ergens een r...
Reacties
Een reactie posten