Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
533 Teruggevonden
– Ik wist het wel! Daar zitten ze!
– Het blijven lastpakken, ouders.
_____
Uit het Женскии журнал (Vrouwenblad), № 9, 1930, in het togdazine, hier. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Ik heb een taalverandering bij mezelf waargenomen. Een taalnuance die ik vroeger snapte maar nu niet meer. Toen ik midden jaren zestig van de vorige eeuw op de kleuterschool aan de Julianalaan (hoek Nicasiusstraat-Marijkelaan-Molenstraat) het lied over Joepie Joepie leerde – heel de wereld zong All you need is love , heel Nederland zong Waarom heb je mij laten staan? en heel de Heezerse klas zong Schipper mag ik overvaren (en Joepie Joepie dus) – wist ik intuïtief precies waarover het ging: iemand genaamd Joepie Joepie kwam naar ons toe en heeft bij ons een meisje gekaapt en is er toen met dat meisje vandoor gegaan. De tekst, althans het begin ervan, althans van hoe ik het leerde, althans van hoe het me is bijgebleven, althans hoe ik het me nu herinner, luidt: Joepie Joepie is gekomen, heeft een meisje meegenomen — Maar toen ik vanmorgen vroeg in bed het lied nog eens met kille, analytische blik overdacht, waarom weet ik niet, misschien was i...
Niet allemaal tegelijk! Ze hebben merendeels een tijdje op zich laten wachten. En zoals recensies nu eenmaal zijn: niet overal slaan ze de plank raak. Aanvechtbaarheden zijn er legio. Niet ter zake doende opmerkingen ook. (Poetin? Poetin? Wat heeft die ermee te maken?) Maar al met al: lof en prei wie lof en prei toekomt. Achtereenvolgens zijn het: _____ Willem G. Weststeijn in het inmiddels doorstartende Tijdschrift voor Slavische Literatuur 98 van maart 2025: _____ Jan Paul Hinrichs in De Parelduiker , 2025-2: _____ Michel Krielaars, zijn column in de NRC van 20 november 2025, De liedjes van Vladimir Vysotski laten het absurde Russische leven klinken , achter een betaalmuur. Krielaars noemt de bundel ‘een door Robbert-Jan Henkes gemaakte en zowel speels als knap vertaalde keuze uit de zeshonderd liedjes die de Russische Jacques Brel heeft nagelaten.’ En dan volgt er over Vysotski nog dit: De bard e...
Het is overbekend, omdat hij het zelf vertelde, dat Lewis Carroll The Hunting of the Snark achterstevoren schreef. Hij kreeg op zekere wandeling in de Vrije Natuur van een hogere instantie de regel ‘for the Snark was a Boojum, you see’ doorgespeeld, die de laatste regel ergens van moest zijn. En dat ergens van moest Carroll er toen bij verzinnen en wel zo, dat het logisch naar de slotregel toe leidde. Dat is knap lastig en lijkt een beetje op het bouwen van een huis en beginnen met het dak. Of op de manier waarop de Fransman Raymond Roussel zijn verhalen schreef, met een beginregel die, hetzelfde uitgesproken maar geheel anders geschreven (en dus iets compleet anders betekenend), tevens de slotregel was. Ga maar aanstaan! Best een contrainte. Misschien is dit de reden dat The Hunting of the Snark verhaaltechnisch vreemde capriolen uithaalt en hier en daar eerder een verzameling losse eindjes lijkt dan een verhaal met kop en staart. Want alleen ...
Een van de beroemdste gedichten in Rusland is ‘Do svidan’ja, droeg moj, do svidan’ja’ van Sergej Jesenin. Niet alleen omdat het zo mooi is, maar ook omdat het zo kort is – en omdat er een dramatisch verhaal aan vastzit. Het is namelijk zijn laatste gedicht, zijn afscheidsbriefje aan de wereld, geschreven in het Leningradse hotel Angleterre twee dagen voor hij zichzelf het leven benam. Hij schreef het met bloed (zijn eigen) omdat de inkt in de pot op zijn kamer was opgedroogd. Het papiertje stopte hij een van de dichtende kling-ons die hem de laatste paar jaar van zijn leven als pluisjes omgaven, Wolf Ehrlich in de jaszak, met de boodschap ‘Lees later maar’. Die deed dat braaf en wachtte een hele dag, met het gedicht, speciaal voor hem geschreven brandend in zijn zak, maar toen was het te laat. Jesenin, zelfdestructieve lieveling van dichtminnend Rusland, had zich op 28 december 1925 met het flinterdunne elektriciteitssnoertje van zijn nachtlamp in zi...
Kindergedichten zijn bij uitstek geschikt voor de vragen des levens, existentiële vragen, vragen naar de zin van dit alles, wat het allemaal betekent en hoe de wereld in elkaar zit. Voor vragen waar geen antwoord op is. Wil je dat weten? Heb je daar toevallig interesse in? Prangen die vragen je? Dan: lees kindergedichten. Logische hersenkrakende grappen werken ook goed trouwens, Alice in Wonderland bijvoorbeeld. Of Wittgenstein passim. Een kind moet het kunnen begrijpen, mits onder dat begrijpen niet-begrijpen wordt verstaan – met dien verstande dat niet-begrijpen juist begrijpen in hogere en diepere zowel als engere zin is. En als een kind het al niet begrijpt (de wereld), hoe moeten volwassenen er dan chocola van bakken? Iedereen die zegt dat hij het begrijpt (de wereld) liegt. Zo begrijp ik het. In de herfst vliegen de koeien naar het zuiden, dat is bekend. Minder bekend is dat koeien sowieso kunnen vliegen, en nog minder vaak wordt de vraag ge...
De tegenstelling letterlijk-vrij is – in de feitelijke praktijk van de pennen in de inkt en de vingers op de toetsen – een schijntegenstelling. Want ‘wat er staat’ is altijd iets in een andere taal. Wat de vertalers ervan maken is nooit wat er staat in het origineel. Letterlijk letterlijk is alleen om die reden al een onmogelijkheid. Dat weten vertalers heel goed. Je zult vertalers zelf dan ook zelden kunnen betrappen op de stellingname dat ze ‘vertalen wat er staat’ en dat hun vertalingen ‘transparant’ zijn. Al zijn er betreurenswaardige uitzonderingen. Maar het is zo’n verlokkelijk simpele tegenstelling: letterlijk versus vrij. De letterlijken (manmoedig) vertalen wat er staat en de vrijen (liederlijk) spelen zelf auteurtje. Het doet een beetje denken aan onze nationale trots de godsdienststrijd, toen de rekkelijken en de preciezen elkaar in de uitbundige baarden vlogen. De preciezen vonden dat de mensch was v...
De Dapperstraat De Natuur? Haha. Daar lach ik om En ook om die dwazen die ervoor vallen Het hele land is immers al gecultiveerd? En anders staat er wel een bordje met Verboden Toegang. Geef mij maar asfalt En de troostelooze wallekant op een regendag Waarom zou je een open plek gaan zoeken Om naar de lucht te kijken? Je hebt toch tv? Alles is veel voor wie niet veel verwacht Deze zin heb ik ergens van overgeschreven Misschien betekent ’t iets, misschien niet Ik denk dat je beter kunt zitten miezeren Op je zolderkamer, waar ’t overal lekt Dan ben je ’t beste af, dan valt ’t altijd mee. _____ Een klassieke ugly, naïeve, vertel-het-in-eigen-woorden-versie van de bekende evergreen, onherstelbaar verbeterd, helemaal opgelapt en schoongepoetst, gevulpext, gerestaureerd, opnieuw bespannen en 21ste-eeuw-proof gemaakt. Heerlijk, geen rijm, geen ritme, geen gezwollen woorden, geen oeh en ah van mooigezegdheid, alleen maar de mededeling. W...
De Theseus-paradox luidt: hoeveel kun je van iets veranderen voordat het niet meer het oorspronkelijke ding is. Is een flauwekulparadox natuurlijk, want ik is ik en elk moment verandert sowieso alles, door slijtage, de tijd enzovoort. Ik is wie zich ik noemt. Maar toch, als je de vraag stelt, puur en sec: is een bijl waarvan eerst het blad is vervangen en vervolgens de steel nog wel de oorspronkelijke bijl? Dan zul je je even achter je oren krabben en het niet meer weten. En daarvoor doe je het, als kinderdichter, om je lezers, al is het heel even, gek te maken. De vorm ontleen ik aan de educatieve maar desondanks soms heel erg goede gedichten van Samoeïl Marsjak waarin de techniek, de vooruitgang en de overwinning van de mens op de natuur bezongen worden, jawel, vreselijke onderwerpen natuurlijk, maar technisch zitten de lange gedichten (‘sprookjes’ heten die in het Russisch) zo goed in elkaar dat ze bijna onweerstaanbaar zijn...
Kindergedichten – de enige echte kindergedichten, met rijm en ritme want anders zijn het geen kindergedichten maar losse leesniemendalletjes die wel grappig kunnen zijn maar nooit magisch kunnen worden doordat hun wonderdoenende hallucinerende klanken zich in je hoofd vastzetten en je ze onthoudt en als nijhoviaanse bezweringsformules blijft herhalen zodat ze deel van je gaan uitmaken waarbij de betekenis er helemaal niet toe doet wat een godsgeschenk is want alles waarbij de betekenis er wel toe doet is altijd zonder uitzondering verkapte of uitdrukkelijke opvoederij waar je je oren onmiddellijk voor toestopt – vertalen is derhalve geen sinecure. Rijm en ritme zijn bij het vertalen dwingende contraintes (ander rijm ander ritme mag ook, zolang het maar even dwingend en dringend is) maar met de realia mag om deze redenen iets vrijer worden omgesprongen. Immers, het gaat er toch niet in de eerste plaats om. Het gaat in de eerste plaats om het rijm en het ritme. ...
O nee hè! Ditmaal is het verhaal echt helemaal naar de haaien gegaan! Tot nu toe hadden we relatief lichte maar lelijke ingrepen, aanpassingen om het verhaal te stroomlijnen, voor wie er prijs op stelde (ik niet). Maar nu, in 1957, besluit Marsjak om de hele satirische insteek te laten vallen en er helemaal een kleuterverhaaltje van te maken. Het blijkt vanuit een kinderperspectief geschreven en begint met twee regels die zeggen, verletterlijkt: ‘Wij wonen op de datsja. Het is een hete dag.’ En dan komt de ijscoman over straat, en die brult niet langer (bij mij: ‘roept dat iedereen het hoort’) maar hij zingt . En hij zingt enkel: ‘uitstekend bosaardbeienijs!..’ Vervolgens gaan ‘wij, kinderen’ hem achterna (lief zijn ze, ze zeggen niet blijf staan) en als hij stilstaat geeft de goedijscoman ze ijs (van betalen is geen sprake) en dan ‘zitten we een heel uur te smikkelen en likken we steeds een klein beetje van het randje.’ Je struikelt over de verkleinvormen. En zo gaa...
Reacties
Een reactie posten