Posts

Posts uit oktober, 2020 weergeven

15 The Strange Giant

Afbeelding
   Een van de taferelen van Kamagurka die me al veertig jaar achtervolgen gaat over de vrees om dingen te vergeten zo gauw ze worden uitgesproken. Op de bewuste tekening staat op de achtergrond iemand die vraagt: ‘Hoeveel neuzen heeft Armand Pien?’, en op de voorgrond antwoordt een ander, met paniek in de ogen en zweetdruppels op het gelaat: ‘Dat vertel ik je nog wel een keer.’    Ik citeer uit het hoofd, en ongetwijfeld verkeerd. In welk album het stond kan ik niet meer vinden.    Hier worden twee irrationele dingen gecombineerd, of misschien wel drie, als we Armand Pien erbij rekenen. Want wie is of was Armand Pien in godesnaam? Helaas kunnen we dat opzoeken: hij was eeuwenlang weerman op de Belg (de BRT). En als zodanig niet weg te slaan of branden of anderszins met flitspuiten, haakbussen of negenriems karwatsen te verdrijven uit menige huiskamer.    Maar ja, inderdaad, waarom geen twee neuzen?    Of waarom niet alleen een linkerneus?    Vandaar.    Leuk in het Engels is dat

14 Couleur locale

Afbeelding
   Hoeveel couleur locale kan een boek verdragen?    Hoeveel cultureel bepaalde bijzonderheden moet een vertaler onder het tapijt vegen om de lezer ter wille te zijn? Om de lezer niet voortdurend vraagtekens in de ogen en fronsen in de wenkbrauwen te bezorgen over zaken die voor de lezer in de originele taal klip en klaar zijn?    Arthur Langeveld (van Vertalen wat er staat ) vond dat je Russische gerechten als kruidmoes, meelpijpjes, hot en wrongel in vertaling moest veranderen in gerechten als erwtensoep, macaroni, karnemelk en yoghurt. Anders zou je nog gaan denken dat het iets exclusiefs was, in plaats van allergewoonste volkse kost.    Een tragisch maar typisch gevalletje van lezersonderschatting.    Je voelt het toch wel aan, als het goed is. Het mag uit de context wel duidelijk zijn wat het is – en anders vind je het te zijner tijd maar uit. Als je het tenminste niet al weet en toch niet zo dom bent als Langeveld schijnt te denken.    Dus toch ‘vertalen wat er staat’? In di

13 Pskovse trutten en het woordenboek van Karel van het Reve

Afbeelding
   Soms is het niet een kwestie van een onvertaalbaar woord tegenkomen, maar gewoon niet op het dekkende equivalent kunnen komen.    In Domein treedt een zekere Markov op, volgens de gids Natella ‘de enige normale hier’ – omdat het een totale alcoholist is, een zuipschuit, een onverbeterlijk en verstokt drankorgel. Hij werkt als fotograaf op het Domein en verdient met zijn kiekjes voor souvenirhongerige toeristen in één dag zo veel, dat hij de rest van de week drinkt. In zijn woorden: ‘Voor sommigen is wodka een feest. Voor mij is het de dagelijkse harde realiteit...’    Dovlatov laat de naam van Markov heel even vallen (bij monde van Natella) aan het begin van het boek, maar brengt hem op tsjechoviaanse manier aan het eind weer terug, in een lange en machtige dronken episode waarbij de verteller op zeker moment rondzwalkt met de linkermouw van zijn jas afgescheurd (‘Het was te warm’) en Markov met een groene lampekap op zijn hoofd.    Markov spreekt in Sovjet-frases. ‘Handen af va

12 Thunderstorm Song

Afbeelding
   Mijn zelfvertalingen werden gelukkig nagekeken door een native speaker . Nativer kon je het niet krijgen want het was een Ier, een katholieke Noord-Ier om precies te zijn. En die spreken het beste Engels in de hele wijde wereld. Het Iers-Engels is sowieso zo wiedeweergaas veel mooier Engels dan Brits-Engels.    En mijn native speaker was helemaal geknipt, want hij was ook nog eens een bedreven violist én hij schreef verhalen over de Troubles die hij in Belfast had meegemaakt. Grappig-tragische verhalen, bevolkt door Ierse figuren die zo uit Flann O’Brien konden zijn weggelopen, maar gewoon een dagelijks bestaan hadden in het echte leven...    Stephen Mulhern was bij het lezen heel gespitst op het ritme van de regels, en dat kwam goed uit, want daar ging het mij eigenlijk het meest om. Hij maakte zich er niet vanaf, maar bestudeerde in ons dorp (het Bulgaarse Toerkintsja) de gedichten een maand lang ultranauwkeurig. En we bespraken ze daarna uitgebreid.    In het Onweerslied von

11 Mauritius, Jan Klaassen en de instabiliseringshypothese

Afbeelding
Jan Klaassen en Katrijn in De trein (Aart Clerkx, 2015)    Op ’t Eylant Mauritius in de Indische Oceaan staat een inheemse boom die al driehonderd jaar geen nakomelingen heeft. De soort werpt zaden af, maar die ontkiemen nooit vanzelf – en wat mensen ook de afgelopen tientallen jaren hebben geprobeerd om ze op te kweken, het lukte niet.    Tot iemand de driehonderd jaar in verband bracht met het uitmoorden van de dodo door de Hollanders (en hun meegelifte ratten). De zaden werden gevoerd aan een verwante grote duivensoort van elders, en jawel, na het maagdarmkanaal van de gastvogel te hebben verlaten, ontkiemden de eerste nieuwe zaden sinds driehonderd jaar.    Aan dit verhaal moet ik altijd denken bij Jan Klaassen. Het oorspronkelijke poppenkastspel is een soort van oerhumor waarmee je het contact niet mag verliezen, op straffe van uitsterven en ongeneeslijke saaiheid.    De poppenspelteksten zijn natuurlijk anoniem. Ze worden onder volkstheater gerangschikt, van het volk en voor

10 Fishy Fishface

Afbeelding
   Leo Vroman kende geen Engels. Toch schreef hij na de Tweede Wereldoorlog een paar Engelse gedichten. Stuurde ze op naar een tijdschrift in de Verenigde Staten, dat ze pardoes publiceerde. Toen hij beter Engels ging leren en het nog een keer probeerde, werden zijn nieuwe gedichten afgewezen. Ze waren niet meer zo curieus van woordkeus als eerst, was het commentaar. Vroman had namelijk zijn eerdere gedichten met behulp van het woordenboek Nederlands-Engels gemaakt, en op de gok betekenissen gekozen.    Zo kan het dus ook.    Ik ben op een gegeven moment mijn twintig kindergedichten uit Jij met mij gaan vertalen in het Engels.    Je bent gek als je het niet doet, dacht ik. Een potentieel miljardenpubliek ligt op je te wachten.    Dezelfde gouden bergen zag ik ook al toen erin toestemde dat de uitgever mijn oorspronkelijke titel veranderd in wat het werd, Jij met mij . Ik had namelijk eerst bedacht dat het We doen speurtochtboswandelingverjaardag moest worden. Een veel betere tite

9 Zij vertaalden wat er stond

Afbeelding
   Vergis ik me of is ‘vertalen wat er staat’ on the way out ? Exiterend door de souvenirwinkel?    Het was altijd al een domme kreet. Immers: er staat nooit wat er staat. Er staat altijd iets anders, namelijk in een andere taal.    De Urheber van de frase is Karel van het Reve. Hij heeft er zelfs een school van gemaakt, de Leidse vertalers-van-wat-er-staat-school.    Zelf was Van het Reve geen geweldige vertaler. Maar hij wist de gemoederen wel bezig te houden, en mensen het bloed onder de nagels vandaan te halen. Hij had een flair voor dooddoeners die van gezond boerenverstand moesten getuigen.    Zijn kritiek op de vertalingen van Charles B. Timmer was dat ze zo woordrijk waren. Was dat werkelijk zo? Timmer had in elk geval gevoel voor de sfeer en de toon van het origineel. Hij wist ‘de stem van de schrijver te behoeden’ zoals Anneke Brassinga ooit de moeilijkheid van vertalen omschreef.    Van het Reve en zijn leerlingen hoefden de stem van de schrijver niet te behoeden. Zij

8 Bestaan er überhaupt onvertaalbare woorden?

Afbeelding
   Op het web en in papieren boeken circuleren lijsten met zogenaamd onvertaalbare woorden.    Woorden uit een cultuurspecifieke context, woorden waarbij meerdere betekenissen meespelen, gelukkige samenstellingen die ooit verzonnen zijn en mochten doorbestaan, woorden met zo’n subtiele nuance dat geen vertaling er ooit helemaal recht aan kan doen.    Meestal, als je iets van de taal weet, blijken ze helemaal niet zo onvertaalbaar.    In het Duits komen ze bijvoorbeeld steevast op de proppen met ‘Verschlimmbesserung’, ‘Schilderwald’ en ‘Backpfeifengesicht’. Waarvoor geenszins uit de lucht gegrepen vertalingen bestaan als verslechterbetering, bordenwoud en muilpeersmoel. Of voor dat laatste misschien zelfs gewoon ‘rotkop’, in de zin van: ‘Wat hep die een rotkop. Je zou hem zo een raus voor z’n postzegel willen geven.’    En als er geen woordenboekvertaling is, verzin je zelf toch wat? Vooral bij de grappig bedoelde neologismen heb je vrij spel.    Je kan het Duits ook gewoon laten s

7 Mondkapjes

Afbeelding
   Als vertaler loop je altijd achter de feiten aan. Wat geschreven is blijft maar wat vertaald is moet steeds maar weer opnieuw worden vertaald. Omdat de taal evolueert. Waar het geschrevene zich niks van hoeft aan te trekken, maar waar het vertaalde op aangekeken wordt. Wanneer verschijnt de eerste vertaling van de toekomst?    Straks krijg je de eerste pandemieromans. (Van de Rus Viktor Pelevin is er al een uit, De onoverwinnelijke zon .) De eerste nonfictionele postapocalyptische zombieboeken. Covid 19-84. Waar mensen in de hele wereld rondlopen met het equivalent van ‘maskers’. Want zo worden die dingen in vele talen genoemd. Misschien wel in alle talen over de hele wereld.    Alle talen? Nee! Een klein taalgebied biedt dapper weerstand tegen het om zich heengrijpende begrippenimperialisme en heeft zijn eigen woord verzonnen. Geheel in de geest van Simon Stevin, de Bruggenaar die ons verblijdde met begrippen als wiskunde, zwaartekracht, evenwijdig en middellijn. Want wij hebben