628 De rampzalige vierde druk
In de vierde druk uit 1856 voerde Jersjov aanpassingen door in zo’n achthonderd regels. Bovendien schreef hij er 308 regels bij (en haalde er acht af), waardoor het sprookje van een toch al forse 2296 (exclusief de drie motto’s) uitgroeide tot 2596 regels. De aanpassingen zijn onder te verdelen in: 1) veranderingen voor niets, uit pure en loze drift om toch maar iets te veranderen, om er toch maar koste wat kost zijn eigen stempel op te drukken, wat zich vertaalt in talloze kleine aanpassingen, omkeringen van woordvolgorde, synoniemen etc.; 2) veranderingen om het verhaal smeuïger te maken met Siberische dialectismen of een vlotter maar lang niet altijd correct taalgebruik; 3) opfatsoeneringen die het verhaal en de woordkeus juist wat minder levend en volks maken, bijvoorbeeld door stelselmatig het woord ‘doerak’ (dwaas) te veranderen in iets onschuldigers; 4) veranderingen die anderszins aantoonbare verslecht...