569 Gulliver met driehonderd: piesen
Heel bijzonder, en bijzonder toepasselijk in het reisverslag, is dat Gulliver allerlei doodnormale lichamelijke zaken niet onvermeld laat maar zonder omhaal van woorden beschrijft. Na nog steeds vastgebonden op de grond liggend een aantal Lilliputse okshoofden drank soldaat te hebben gemaakt, moet hij piesen of pissen of plassen of sassen of afwateren of de aardappels afgieten, zijn zwager een handje geven, afblazen, buikhuilen, zijn stuk uitwringen, zijn hondje uitlaten of hoe zeg je dat op z’n Gullivers, netjes maar toch zonder schroom, met de woorden die hij zou gebruiken, niet om te epateren en grof of lacherig maar ook niet eufemistisch en wegkijkend overbeschaafd? Dus recht voor zijn raap, zoals in de achttiende en helemaal de zeventiende eeuw wel meer geschreven werd, en niet ergerlijk preuts, zoals in de negentiende en de eerste helft van de twintigste en eenentwintigste eeuw te doen gebruikelijk. Soon after I heard a general Shout, with frequent Repetition...