633 Ruggetjes: Zelfportret door de ogen van een zonderling
Het valt nog niet mee, een ruggetje (of gestapeld boekrugtitelgedicht) te maken. Niet alleen moeten de boeken uit eigen kast zijn, maar ook zijn lang niet alle titels bruikbaar. De meeste titels bijvoorbeeld bestaan uit losse woorden, al dan niet met lidwoord en/of bijvoeglijk naamwoord, en daarvan kun je er in een gedicht niet al te veel gebruiken, als je niet alleen maar wil opsommen. Hoewel een mooie opsomming ook niet te versmaden is – misschien idee voor een nieuw ruggetje, later. De titels mogen ook niet als titel werken in het gedicht, maar moeten in de flow worden opgenomen. Als je aan een woord of een paar woorden afleest dat het een titel is (of was), dan is dat niet goed. Ook vallen al te zelfbewuste en leukbedoelde titels af, die misschien wel doen wat ze moeten doen voor hun boeken, maar hier misstaan. Titels als ‘Nou hoor je het eens van een ander’ of ‘Mijn moeder zei altijd’. Hoewel ook hier er toevallig eentje net wel een keer kan...