Posts

107 Dhr. Duffy en het pijnlijk geval

Afbeelding
   ‘Een tragisch geval’ heet de vertaling van Rolf en Edo Loeber van ‘A Painful Case’ uit Dubliners van James Joyce. We schrijven 1967.    In 1968 vertaalt Rein Bloem het als ‘Een pijnlijke zaak’. Die titel blijft tot 1997, zeven drukken lang behouden – en ook in de achtste druk uit 2004, waarin Erik Bindervoet en ik de tientallen dingen die hij had overgeslagen hebben teruggezet en de honderden ergste fouten, missers, blunders, slordigheden etc. hebben proberen te verwijderen – zeer tegen de zin van de vertaler, die er in samenspraak met de redacteur een heleboel weer in ere herstelde en en passant een hele hoop verse miskleunen beging. (Jongens en meisjes, doe dat nooit, andermans vertaling herzien: heel slecht voor je hart.) (En laat jouw vertaling ook nooit herzien!)    In 2016 mochten Erik en ik het dan eindelijk helemaal zelf doen en vertaalden we de titel als ‘Een pijnlijk geval’.    De hoofdpersoon, meneer Duffy, is een harteloos mens die dat van zichzelf niet weet. Hij de

106 Vroege Joyce-vertalers

Afbeelding
   De eerste Joyce-vertaling in Nederland was van Max Schuchart in 1962, Het portret van de jonge kunstenaar . Schuchart vertaalde eerder In de ban van de Ring , waarmee hij de Martinus-Nijhoffbrug won. Ik las dat boek (in het Engels) toen ik zeventien was achter elkaar uit, met de flinterdunne lp Hot Chocolate 20 Greatest Hits als soundtrack, en toen ik het uithad was de naald door het vinyl gesleten en leek het of ik achthonderd koppen warme chocolademelk door mijn strot gedwangvoederd had gekregen, zo kotsmisselijk was ik. Die eendimensionaliteit van dat boek, dat altijd maar zeggen dat ‘het kwaad’ overwint terwijl het nooit één overwinning boekt, sowieso dat achterlijke van ‘goed’ tegen ‘kwaad’ en dan ook nog dat de goeden altijd knap zijn en de kwaden lelijk... Dat is niet primitief, dat is gewoon het Kwaad zelf. Ik heb het boek nooit meer opgepakt. Maar altijd als ik een liedje van Hot Chocolate hoor – gelukkig niet al te vaak – denk ik er weer aan.    Max Schuchart ging verder

105 Amanda Ros – Irene Iddesleigh III

Afbeelding
   De reden dat ik het hier zomaar voor de wolven der klapkakende kritiek gooi, is dat de uitgevers er geen brood van lustten noch lusten. Misschien is dat terecht. Toen ik het bij de Harmonie aanbood als ‘het slechtste boek aller tijden’ zei Jaco Groot: ‘Je kan er beter zelf een schrijven.’ En daar had hij groot gelijk in.    Het probleem is alleen: bewust het slechtste boek aller tijden willen schrijven is zeer moeilijk, zo niet onmogelijk. De charme is het onbedoelde. Het perongelukke. Het onbewuste. En zo gauw je gaat bedoelen en verexpressiseren sluipt er ironie en zelfbewustzijn in, en zo gauw er ironie en zelfbewustzijn in sluipt, is de toverkracht verloren. Je moet er werkelijk in geloven – geloven dat het straalt en praalt en Nobelprijswaardig is.    Ik kan me dat in vertaling wel wijsmaken – want hoe gek het ook klinkt, naarmate de vertaling vordert, wordt het geschrevene werkelijk steeds fraaier van franje en worden de woorden werkelijk wonderen van welbewuste en te waarde

104 Hervertalingen, moet dat nou?

Afbeelding
   Hervertalen, ja of ja?    Hoe meer zielen immers hoe meer vreugd. Hoe meer hoe beer, laat duizend doekjes bloeien en zo.    De zeikerds, de zeurpieten die bij elke hervertaling denken dat er wat van ze is afgepakt, de mottenballen die denken ‘moest dat nou?’, ‘was dat nou echt nodig?’ omdat ze zo gehecht waren aan die rotzooi uit hun onbezoldigde jeugd – dat ze met z’n allen in de prut mogen zakken, ja toch?    We moeten verder! Doorgaan! Tot we bij het gaatje zijn. Alleen er is geen gaatje. Alleen een groot zwart gat dat maalstromend op ons afkomt en dat ons allemaal zal verzwelgen en doen verzwinden. En dan heeft niemand ooit meer hervertalingen nodig. Laat staan vertalingen. Want de wereld spreekt dan alleen nog maar in de insectentaal van het finnegansweeks.    Maar tot die tijd? Zijn alle hervertalingen mooi meegenomen.    Dus een overwegend unaniem hartgrondig onvoorwaardelijk ‘ja’ met een slag om de arm is hier op zijn plaats.    En dat vind ik ook en dat heb ik ook alt

103 Een ovaalvormige ronde tafel

Afbeelding
   Wat heb je aan redacteuren op uitgeverijen?    Niets.    Minder dan niets.    Een goed boek maken ze niet beter, en een slecht boek niet minder slecht.    En dat zeg ik niet, dat zegt Dovlatov.    ‘Een goede schrijver heeft geen redacteur nodig, lijkt me. Een slechte schrijver wordt door geen redacteur gered. Dat is volgens mij zonneklaar.’ – laat hij de verteller in Familie (Наши) overpeinzen.    Dovlatov zou zelfs typfouten alleen met uitdrukkelijke toestemming van de auteur willen verbeteren. Laat staan dat hij aan de interpunctie zou komen. Die verzint iedere schrijver helemaal alleen, zelf, opnieuw, particulier.    De fouten die schrijvers maken zijn ze dierbaar en mag je ze niet afpakken.    Als historisch voorbeeld haalt hij Dostojevski aan, die het in Misdaad en Straf had over ‘een ronde tafel in ovale vorm’. Zijn uitgever Katkov las het manuscript en zei: ‘U maakt hier een foutje, Fjodor Michajlovitsj. Dat behoeft correctie.’ Dostojevski dacht een ogenblik ernstig

102 Titelstrijd

Afbeelding
   Legio zijn de gevallen waar de uitgever de titel beter denkt te weten en op een enkel vingerkootje te tellen de gevallen waarin ze dat ook inderdaad doen.    Eerst de twee geslaagde gevallen. Toevallig of niet zo toevallig allebei afkomstig van Jasper Henderson, eerst, in 2002, bij Nijgh en toen, in 2017, bij Lebowski.     Help! The Beatles in het Nederlands is natuurlijk een geniale titel voor onze Nederlandse Beatlevertalingen. Ik hoop dat ik dat niet hoef uit te leggen.     Dag der zielen heet in het Engels Solar Bones , een frase die weliswaar in het boek voorkomt maar ook daar hoogst raadselachtig is – en niet mooi te vertalen ( Zonneskelet ? Zonnegebeente ?). Dag der zielen was weer een schitterende ingeving: het is net geen giveaway , net geen Allerzielen , wat de dag is waarop het boek zich afspeelt, en de hoofdpersoon-verteller één dag terugkomt op aarde om zijn verhaal te vertellen. Maar toch raadselachtig genoeg.    Dus wie om een titel verlegen zit, spoede zich na

101 Amanda Ros – Irene Iddesleigh II

Afbeelding
    Irene Iddesleigh was het debuut van Amanda Ros. Ze moet in het begin haar ware stijl nog vinden. Pas halverwege gaat ze helemaal los met vergezochte vergelijkingen, aangrijpende alliteraties en verkeerd verwijzende voornaamwoorden.    Ze las niet veel. The Children of the Abbey van Regina Maria Roche uit 1796 was haar lievelingsboek, dat ze had gelezen toen ze jong was. Feitelijk is het dat boek dat ze te al en immere tijde probeert te emuleren, misschien bewust maar hoogstwaarschijnlijk onbewust – later maakte ze er een geprikkeld punt van dat ze het nooit had gelezen, hoe durft u het te suggereren meneer.    Het was alleen maar logisch dat de stijlen op elkaar leken. Zo moet je immers schrijven!     The Children of the Abbey begint al even geëxalteerd als Irene Iddesleigh : Hail, sweet asylum of my infancy! Content and innocence reside beneath your humble roof, and charity unboastful of the good it renders. Hail, ye venerable trees! my happiest hours of childish gayety we

100 Honderd

Afbeelding
   Honderd.    Honderd stukjes heb ik gehad.    Ontwrongen aan de vertaalpraktijk, vrijwel exclusief mijn eigen.    Wat er ook boven staat: ‘een vertaalvraagstuk uit de praktijk’.    Zo concreet mogelijk wilde ik zijn. Want wat me opviel: vertalers menen het allemaal eensgezind heel goed. Hun uitgangspunten deugen als een... als een... tsja, het enige wat me te binnen schiet is ‘als een kardinaal’ – van wie de uitgangspunten ook deugen, moet je aannemen, maar wat er onder die jurk zit, dat wil je niet weten. Rot en schimmel, gehuichel en slijm. Alle zedenprekers hebben dat gemeen.    Wat niet wil zeggen dat de niet-zedenprekers minder slecht zijn. Ze lopen alleen niet met hun goeiigheid te koop. En dat kan je dan weer cynisch noemen. Of neoliberaal, wat hetzelfde is.    Zo ook de vertalers: mooie woorden over wat is goed en wat is slecht, maar als je naar heurlui voortbrengsels kijkt, blijken ze alle goede bedoelingen bitter weinig gestand te doen.    Dus wat heb je eraan, aan t

99 Het ga je goed (over Jesenin)

Afbeelding
   Een van de beroemdste gedichten in Rusland is ‘Do svidan’ja, droeg moj, do svidan’ja’ van Sergej Jesenin. Niet alleen omdat het zo mooi is, maar ook omdat het zo kort is – en omdat er een dramatisch verhaal aan vastzit.    Het is namelijk zijn laatste gedicht, zijn afscheidsbriefje aan de wereld, geschreven in het Leningradse hotel Angleterre twee dagen voor hij zichzelf het leven benam. Hij schreef het met bloed (zijn eigen) omdat de inkt in de pot op zijn kamer was opgedroogd. Het papiertje stopte hij een van de dichtende kling-ons die hem de laatste paar jaar van zijn leven als pluisjes omgaven, Wolf Ehrlich in de jaszak, met de boodschap ‘Lees later maar’. Die deed dat braaf en wachtte een hele dag, met het gedicht, speciaal voor hem geschreven brandend in zijn zak, maar toen was het te laat. Jesenin, zelfdestructieve lieveling van dichtminnend Rusland, had zich op 28 december 1925 met het flinterdunne elektriciteitssnoertje van zijn nachtlamp in zijn hotelkamer opgehangen.   

98 Is googletranslate aan het eind van zijn latijn?

Afbeelding
   Googletranslate heeft zijn langste tijd gehad. Op zeker punt – en dat punt lijkt bereikt – gaat het programma het niet beter doen maar slechter. De oorzaak ligt voor de hand. Googletranslate wordt zo veel en vaak gebruikt, ook voor webvertalingen, dat het aandeel vertalingen waar het programma uit put voor een steeds groter deel bestaat uit zijn eigen googletranslate-vertalingen, die meestal niet of nauwelijks zijn nagekeken en wemelen van de fouten, anglicismen, eeuwig dezelfde woorden, verkeerde zinsdeelvolgordes en alles wat een machinevertaling fout kan doen.    Zelflerende technologie heeft ook zo zijn nadelen. Een zelflerend programma – zeker als het op grote schaal gebruikt wordt – gaat zich incestueus gedragen. Het doet het op een gegeven moment alleen nog maar met zichzelf en zijn eigen nakomelingen en baart daarmee steeds gedrochtelijker wezens. De genenpool bestaat uit zichzelf en zijn klonen.    Je ziet dagelijks ‘vanuit het comfort van je eigen huis’ (een van de tallo

97 Oorwurmen uitdrijven: De kriebels

Afbeelding
Stuart Staples & Lhasa de Sela, That Leaving Feeling (2006) – Hoe vaak krijg ik de kriebels De onrust in mijn lijf Ik trek het nu niet langer – denk niet Dat ik hier langer blijf Het verleden is zo looiig Dat schud ik niet zomaar af En de toekomst uitgestippeld Voert me rechtstreeks naar m’n graf – Is dat je hart dat spreekt Of is het je kennelijke staat Want wie je dierbaar zijn Veranderen als je ze verlaat – Maar de touwen die trekken Daaronder ga ik gebukt En als ik nu niet ga klimmen Ben ik bang dat het me nooit meer lukt – Iedereen krijgt ooit de kriebels Droomt wel eens van een nieuw begin Ga een koffertje pakken Met de resten van ons hart erin Al die zorgen en ellende Die gooien we zo overboord Koop een kop koffie en een krantje En wuif ze uit aan onze poort – Ik heb te lang lopen dolen Hinkel al te lang rond En alles wat me neerhaalt Trekt me dichter naar de grond – Ga dan maar afscheid nemen En vergeet ook ‘sorry’ niet Maar kijk nog éé

96 Amanda Ros – Irene Iddesleigh I

Afbeelding
   Met haar eerste boek, Irene Iddesleigh , dat haar man de stationschef van Larne in 1897 had laten drukken als verjaardagscadeau, brak Amanda Ros meteen door tot de rangen der grote Ierse schrijvers. Barry Pain riep het uit tot het Boek van de Eeuw.    Niet omdat het zo goed was, maar omdat het zo onwaarschijnlijk slecht was.    Met haar alomtegenwoordige alliteratiedrift, haar maniakale voorkeur voor het verkeerde woord op de verkeerde plaats, haar soms onbegrijpelijk kronkelige syntax, maar vooral vanwege de dodelijke ernst waarmee ze schreef, de rotsvaste overtuiging dat het mooi was en allerminst grappig, is ze in kleine kring bekend komen te staan als Slechtste Schrijver Aller Tijden.    Aldous Huxley, Mark Twain en Flann O’Brien wisten haar te waarderen, en de Engelse premier Edward Grey kende hele passages uit zijn hoofd. Ze heeft een kleine maar trouwe schare fanatieke volgelingen, die Amanda Ros-leeswedstrijden organiseren waarbij de voorlezer die het langst zijn lachen k

95 We’re Doing Treasurehuntbirthdayparty-in-the-Woods

Afbeelding
   De laatste aflevering. Van deze serie over zelfvertaalde kindergedichten dan. Ik hoop dehet blog nog even vol te houden. Misschien binnenkort wat minder frequent, want het moet wel werk blijven, en niet afglijden tot hobby.    Een schrijver leest zijn gedichten altijd anders dan anderen. Maar leest feitelijk niet iedereen een gedicht weer anders, en op een heel eigen en particuliere manier?    Misschien moet je zelfvertalingen gewoon beschouwen als ietwat eigenwillige overzettingen. Of je beschouwt ze als helemaal nieuw.    In elk geval – en dat geldt voor álle vertalingen, door wie van wat ook – vertalingen en hun originelen zouden elkaar nooit hoeven te bijten. Immers: een vertaling is ook een tekst, die iets zegt en die op eigen merites beoordeeld wil worden. Net als mensen eigenlijk.    Een vertaling ís een origineel, hoe je het ook wendt of keert. En zou zo beoordeeld moeten worden. Los van het origineel.    De gedichten in Jij met mij zijn eerder verschenen op de website

94 Het vervolgde zeil (Lermontov)

Afbeelding
   Petsjorin vraagt zich af waarom hij de weg niet heeft willen inslaan dien het lot voor hem openstelde, waar stille vreugde hem wachtte en rust voor zijn ziel... In plaats daarvan heeft hij meerdere levens naar de knoppen geholpen. Groesjnitsky is dood, prinses Mary een wrak en op het eind jakkert hij nergens om ook nog een onschuldig paard de dood in. In de laatste lyrische woorden van het boek propre mijmert Petsjorin, in de vertaling van Aleida Schot-Penning, dat voor hem zulks niet is weggelegd, neen! Neen, in dat lot had ik mij niet kunnen schikken. Ik ben als een matroos, geboren en opgegroeid aan boord van een piratenschip. Zijn ziel is vertrouwd met stormen en strijd en, aan land geworpen, kwelt hem de verveling, hoe ook de schaduwrijke bosschen hem lokken, hoe ook de vredige zon voor hem straalt; van den ochtend tot den avond loopt hij door het zand langs den oever, luistert naar het eentonig gefluister der aanrollende golven, en tuurt in de nevelige verten, of daar op de

93 Het zeil (Lermontov)

Afbeelding
   Wij streven naar volledigheid. Vertalingen naast elkaar leggen – heel nuttig, maar dan wel allemaal svp.    Vertalingen vergelijken met het origineel is dan weer wat minder nuttig, aangezien je dan onherroepelijk gaat letten op wat je verliest en niet wat je wint; op het andere van de vertaling en niet het eigene.    Van Lermontovs ‘Bedroefd en mismoedig’ had ik er twee in blog 88, een van Zeeman en een van Wiebes & Berg, en ik gooide er zelf nog een zelfgebrouwen fabrieksel bij in de pet. Drie dus. Maar ook Kees Jiskoot liet zich niet onbetogen, blijkt. Hier volgt ie (en ik verklap niets als ik zeg dat hij het weer héél anders doet!). Verveling en weedom, en niemand dit rampuur staat klaar          De helpende hand me te reiken... Verlangens... welk nut heeft vergeefs te verlangen almaar?          Je – allergelukkigste! – jaren verstrijken. Beminnen – maar wie dan? – een tijdje, de moeite niet waard,          Ondoenlijk is eeuwig beminnen... Je kijkt in jezelf – nog