624 Eitsi-Heibib, of De dageraad der mensheid, of De gezongen petrogliefen van Jelangasj (deel 4)
Wat voorafging: Eitsi-Heibib is onderweg met een opdracht van de toverheks Kará-Kará, die hem beloofd heeft de vragen te beantwoorden die hij van de sjamaan Cordaan aan haar moest stellen (Wat is? Wat was?), die hem beloofd heeft daarna helpen te helpen met de opdracht die hij gekregen heeft van de Maan, om de Manedochter bevrijden uit de klauwen van het Beest met twintig Oren. Maar eerst moet Eitsi-Heibib dus van de toverheks Kará-Kará naar een eiland midden in de oceaan, hier honderdduizend mijl vandaan, om een ei te halen dat van lucht gemaakt is en door een reus bewaakt wordt. Mocht Eitsi-Heibib in gevaar komen, mag hij de toverheks Kará-Kará één keer te hulp vragen, die dan in de gedaante van een schorpioen zal verschijnen. En dus gaat Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, weer op weg. Lees en luister nu verder. (Dit deel van het gezongen petroglief werd vertolkt door het jonge driemanschap (er is nog hoop voor de ...