Posts

628 De rampzalige vierde druk

Afbeelding
In de vierde druk uit 1856 voerde Jersjov aanpassingen door in zo’n achthonderd regels. Bovendien schreef hij er 308 regels bij (en haalde er acht af), waardoor het sprookje van een toch al forse 2296 (exclusief de drie motto’s) uitgroeide tot 2596 regels. De aanpassingen zijn onder te verdelen in:    1) veranderingen voor niets, uit pure en loze drift om toch maar iets te veranderen, om er toch maar koste wat kost zijn eigen stempel op te drukken, wat zich vertaalt in talloze kleine aanpassingen, omkeringen van woordvolgorde, synoniemen etc.;    2) veranderingen om het verhaal smeuïger te maken met Siberische dialectismen of een vlotter maar lang niet altijd correct taalgebruik;    3) opfatsoeneringen die het verhaal en de woordkeus juist wat minder levend en volks maken, bijvoorbeeld door stelselmatig het woord ‘doerak’ (dwaas) te veranderen in iets onschuldigers;    4) veranderingen die anderszins aantoonbare verslecht...

627 Paardje-Bochelaartje (fragment)

Afbeelding
We gaan hier op het blog niet heel Paardje-Bochelaartje lezen, daar heb je het boek voor, te verkrijgen via de boekhandel en via uitgeverij Pegasus. Het eerste van de drie delen staat overigens – in een vroeger vertaalde versie – ook in Bij mij op de maan , uitgegeven door Van Oorschot in 2016. Om een indruk te geven van het epos (664 + 812 + 820 regels) geef ik hieronder het begin van het tweede deel, hier en daar licht aangepast ten opzichte van de boekuitgave van 2019. (Alle corrigenda voor de tweede druk, voorzien voor het najaar van Sint-Juttemis, staan onderaan deze blog.) Deel II          ‘Snel verteld is een verhaaltje,          Maar voor puntje is bij paaltje ...’    Hier gaat de geschiedenis Van Ivan – geen kattenpis – Verder, en die van zijn paardje, Zijn verknochte Bochelaartje. Geiten grazen op het strand, Paarden stijgen op van land, Bossen staan onder m...

626 Wie schreef Paardje-Bochelaartje?

Afbeelding
Het verhaal wil, dat ergens begin 1834 een negentienjarige student, afkomstig uit het verre Siberische Tobolsk, bij de grote dichter Aleksandr Poesjkin in Petersburg op bezoek kwam met een kant-en-klaar, geheel voltooid folkloristisch meesterwerk in zijn schooltas. De student was Pjotr Jersjov en het meer dan tweeduizend regels tellende volkssprookje op rijm was Konjók-Gorboenók , oftewel Paardje-Bochelaartje . Poesjkin had kort daarvoor zijn duizendregelige sprookje over Tsaar Saltaan gepubliceerd, geschreven in dezelfde versvoet (de viervoetige trochee of trochaïsche tetrameter) in het maartnummer van het tijdschrift De leesbibliotheek , en toen hij het sprookje te horen kreeg, was hij zo enthousiast dat hij uitriep: ‘Nu kan ik dat soort dingen voortaan laten.’ (‘Теперь этот род сочинений можно мне и оставить.’) Jersjov was aan Poesjkin voorgesteld door Pjotr Pletnjev, criticus, professor, uitgever en jeugdvriend van Poesjkin, die op dat moment Jersjov bij De leesbibliotheek i...