574 Gulliver met driehonderd: zwaartekracht
Tot nu toe is het verhaal, en ik wil de nadruk daarop leggen, zeer levensecht. De bijzonderheden die Gulliver vertelt zijn bijzonderheden die iedereen zou vertellen die in Lillipit of Brobdingnag terecht zou zijn gekomen. Noch is het verwonderlijk dat Gulliver altijd aan het koninklijk hof eindigt: hij is een grote en kostbare bezienswaardigheid, een curiosum voor in het rariteitenkabinet van de betreffende volkeren, al heb je daar in Lilliput (en Blefuscu) wel een heel groot kabinet voor nodig. Ik wil maar zeggen: ik heb als lezer het relaas van L. Gulliver geen moment niet geloofd. Ik heb geen moment gedacht: nee, dat kan niet, dat moet verzonnen zijn. Tot hier. Tot het laatste hoofdstuk van het tweede boek, als zijn houten kamer door een roofgierige arend wordt opgetild aan de ring op het dak en door de lucht over zee wordt weggewiekt. De arend wordt aangevallen door soortgenoten – is het vermoeden van Gulliver, een vermoeden dat later min of meer bevestigd wordt ...