592 Eindeloos voorlezen
Als je eens een passage wil voorlezen aan skeptische niet-lezers die zich met fronsende wenkbrauwen en voorhoofd en getuite lippen afvragen wat je in godallejezusnaam aan het lezen bent wat er kennelijk zo leuk is dat je er niet mee kan stoppen en je wil ze niet aan hun fronsende neus gaan hangen waar het hele verhaal over gaat (alsof dat wat zou helpen om ze over de brug en de streep te trekken, trouwens, wat tegelijk de hele makke is van recensies en boekbesprekingen, want wie leest er nu een boek om het verhaal, mag je je in arre moede afvragen, aangezien het namelijk immers nooit gaat om wat er staat maar hoe het er staat), als je dus ooit eens zo gek bent om de ongelovige horden te willen laten proeven van deze davidfosterwallaceiaanse delicatesse, niet om ze om te turnen of te bekeren zodat ze in de leescompetitie van mooiste boeken ooit verder kunnen bekeren als ze deze hebben overwonnen met een klinkende leeszege, dan is de passage die begint op bladzijde 60 ...