De nieuwe huisgenoot We hebben thuis sinds kort iets wafferigs en blafferigs, iets harigs en iets poterigs, iets duwerigs en stoterigs, iets staarterigs en snuitigs, iets klonterigs en kluitigs, iets fluffeligs en knuffeligs, iets in de rondte snuffeligs, iets springerigs en kwispeligs, iets altijd in de weggerigs, iets blobberigs en slobberigs, iets reuzerigs, iets kneuzerigs, iets koude natte neuzerigs, iets happerigs en bijterigs, iets likkerigs en pikkerigs, iets gooierigs en smijterigs, iets snoezerigs en snuisterigs, iets nooit een keertje luisterigs, iets wonder-boven-wonderigs, bijzonderig bijzonderigs, en als je ‘poot’ zegt, gaat ze liggen, als je ‘lig’ zegt, gaat ze springen, als je ‘breng’ zegt gaat ze rennen, als je ‘blijf’ zegt, brengt ze dingen: ze kan gapen, ze kan rollen, ze kan slapen, ze kan dollen, en het is geen tijger, het is geen musje, het is – nee hou je mond – het is mijn pasgeboren kleine zusje! Oké, oké, het ...
Reacties
Een reactie posten