633 Ruggetjes: Zelfportret door de ogen van een zonderling
Het valt nog niet mee, een ruggetje (of gestapeld boekrugtitelgedicht) te maken. Niet alleen moeten de boeken uit eigen kast zijn, maar ook zijn lang niet alle titels bruikbaar. De meeste titels bijvoorbeeld bestaan uit losse woorden, al dan niet met lidwoord en/of bijvoeglijk naamwoord, en daarvan kun je er in een gedicht niet al te veel gebruiken, als je niet alleen maar wil opsommen. Hoewel een mooie opsomming ook niet te versmaden is – misschien idee voor een nieuw ruggetje, later.
De titels mogen ook niet als titel werken in het gedicht, maar moeten in de flow worden opgenomen. Als je aan een woord of een paar woorden afleest dat het een titel is (of was), dan is dat niet goed. Ook vallen al te zelfbewuste en leukbedoelde titels af, die misschien wel doen wat ze moeten doen voor hun boeken, maar hier misstaan. Titels als ‘Nou hoor je het eens van een ander’ of ‘Mijn moeder zei altijd’. Hoewel ook hier er toevallig eentje net wel een keer kan kunnen willen uitkomen – dus ik zou niets bij voorbaat uitsluiten.
O ja, en ruggen met de titel er er dwars op en niet in de lengte werken visueel ook niet, en mogen dus niet. Tenzij het allemaal dwarse titels zijn, natuurlijk, ik denk aan ‘Werke Werke Werke Werke’ bv.
Ook titels die al dichtregels zijn vallen moeilijk te gebruiken, ‘O rijkdom van het onvoltooide’ bijvoorbeeld. Hoewel ik me ook kan voorstellen dat een gedicht dat alleen uit regels bestaat die met de uitroep ‘O’ beginnen ook best kan werken – weer een idee... De titels moeten idealiter verstopt zitten in het gedicht. Je moet ze op het eerste oog niet zien. Het gedicht is een trompe l’oeil – kijk maar, je ziet niet wat je ziet. (Maar zijn alle gedichten feitelijk geen trompes l’oeil?) (Een gedachte die ik nog moet uitwerken, het kan goed dat het onzin is.)
En je mag de boeken natuurlijk maar één keer gebruiken. De oplezende letter zal opmerken dat in onderstaand ruggetje ‘Tegen de keer’ tegen deze regel twee keer gebruikt is, maar dat komt omdat ik die dubbel heb: een keer gekocht toen ik dacht dat ik hem kwijt was (en dan had ik de gebonden uitgave ook ooit, of heb hem nog steeds ergens), dus dan mag het. Ook de titel ‘Op drift’ komt twee keer voor, een keer hier en een keer in het vorige ruggetje, maar: als titel bij twee verschillende schrijvers. Dus dan mag het ook.
Is dit een geslaagd ruggetje? Waar ik in elk geval wel blij mee ben, is dat ik de woorden pluk, wit, doodverf en ontaard als werkwoordsvormen eerste persoon enkelvoud heb kunnen inzetten, wat ze in de oorspronkelijke titel niet waren.
Zelfportret door de ogen van een zonderling
Als ik bijvoorbeeld tegen de keer
langs grenswegen scherven pluk boven het dal,
op het eiland van nu watten op drift
wit als een wat, net echt?
Voor de stem oversprongen, duivels,
waterscheerling, grasland doodverf,
aarde en zon te lijf,
jij met mij?
Tegen de keer in het labyrint
de twaalf algemeene voorschriften, ja,
het verzamelde lichaam, haar al te luide
eenzaamheid, doen en laten in huis ontaard?
Nou ja zeg! Hoor je me niet? Armoe troef.
En toen? Herovering van het paradijs?
Nooit van gehoord. Het slot: Umsonst,
en de sleutel is gebroken.
_____
Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
De titels mogen ook niet als titel werken in het gedicht, maar moeten in de flow worden opgenomen. Als je aan een woord of een paar woorden afleest dat het een titel is (of was), dan is dat niet goed. Ook vallen al te zelfbewuste en leukbedoelde titels af, die misschien wel doen wat ze moeten doen voor hun boeken, maar hier misstaan. Titels als ‘Nou hoor je het eens van een ander’ of ‘Mijn moeder zei altijd’. Hoewel ook hier er toevallig eentje net wel een keer kan kunnen willen uitkomen – dus ik zou niets bij voorbaat uitsluiten.
O ja, en ruggen met de titel er er dwars op en niet in de lengte werken visueel ook niet, en mogen dus niet. Tenzij het allemaal dwarse titels zijn, natuurlijk, ik denk aan ‘Werke Werke Werke Werke’ bv.
Ook titels die al dichtregels zijn vallen moeilijk te gebruiken, ‘O rijkdom van het onvoltooide’ bijvoorbeeld. Hoewel ik me ook kan voorstellen dat een gedicht dat alleen uit regels bestaat die met de uitroep ‘O’ beginnen ook best kan werken – weer een idee... De titels moeten idealiter verstopt zitten in het gedicht. Je moet ze op het eerste oog niet zien. Het gedicht is een trompe l’oeil – kijk maar, je ziet niet wat je ziet. (Maar zijn alle gedichten feitelijk geen trompes l’oeil?) (Een gedachte die ik nog moet uitwerken, het kan goed dat het onzin is.)
En je mag de boeken natuurlijk maar één keer gebruiken. De oplezende letter zal opmerken dat in onderstaand ruggetje ‘Tegen de keer’ tegen deze regel twee keer gebruikt is, maar dat komt omdat ik die dubbel heb: een keer gekocht toen ik dacht dat ik hem kwijt was (en dan had ik de gebonden uitgave ook ooit, of heb hem nog steeds ergens), dus dan mag het. Ook de titel ‘Op drift’ komt twee keer voor, een keer hier en een keer in het vorige ruggetje, maar: als titel bij twee verschillende schrijvers. Dus dan mag het ook.
Is dit een geslaagd ruggetje? Waar ik in elk geval wel blij mee ben, is dat ik de woorden pluk, wit, doodverf en ontaard als werkwoordsvormen eerste persoon enkelvoud heb kunnen inzetten, wat ze in de oorspronkelijke titel niet waren.
Zelfportret door de ogen van een zonderling
Als ik bijvoorbeeld tegen de keer
langs grenswegen scherven pluk boven het dal,
op het eiland van nu watten op drift
wit als een wat, net echt?
Voor de stem oversprongen, duivels,
waterscheerling, grasland doodverf,
aarde en zon te lijf,
jij met mij?
Tegen de keer in het labyrint
de twaalf algemeene voorschriften, ja,
het verzamelde lichaam, haar al te luide
eenzaamheid, doen en laten in huis ontaard?
Nou ja zeg! Hoor je me niet? Armoe troef.
En toen? Herovering van het paradijs?
Nooit van gehoord. Het slot: Umsonst,
en de sleutel is gebroken.
Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.


Reacties
Een reactie posten