629 Ruggetjes

   Het schijnt een heel genre te zijn, boekgedichten of titelgedichten of boektitelgedichten of boekrugtitelgedichten zoals ik ze noem, of kortweg (en wat familjaarder) ruggetjes.
   En waarom ook niet. Het is net als alle oulipoliaanse technieken (bijvoorbeeld de klepto en de topo, om er maar twee te noemen) een poëziescheppend procédé, waarbij zoals overal het resultaat telt.
   Voorwaarde is wel, vind ik, dat alle boeken uit eigen kast komen en dat de stapel visueel wordt bijgeleverd. Het motto voor deze versvorm kunnen we dan van Chamfort overnemen: ‘Bij lezers staan de boeken in de boekenkast. Bij schrijvers staan de boekenkasten in het boek.’

Des mensen op- en nedergang (verkenning door varianten)

Ik ben geboren in Apeldoorn, aan een droom
vol weelde ontstegen, kaal met een kuifje,
in de schaduw van de Parnassus,

waar de blanke top der duinen trekpoptt
in het kielzog van de romantiek, op drift van
de ene dood naar de andere.

Zien is kennen. Zeep. Hoekpijlers.
Verschijningen. Zwarte spiegels. Nacht-
trottoir. Met andere woorden: Ouwe troep.

Laatste metamorfose: het dagende niets.
Zo is het genoeg.

_____

Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

376 Delina Delaney, hoofdstuk II

375 Nacht, trottoir – als Herman Gorter

374 Nacht, trottoir – als sonnet

373 Nacht, trottoir – als a-tal

627 Paardje-Bochelaartje (fragment)

379 Nacht, trottoir – als a-lipogram

624 Eitsi-Heibib, of De dageraad der mensheid, of De gezongen petrogliefen van Jelangasj (deel 4)

372 Nacht, straat, straatlantaarn, apotheek

378 AI is op de mars

625 Eitsi-Heibib, of De dageraad der mensheid, of De gezongen petrogliefen van Jelangasj (deel 5 en slot)