576 Hoe ik stuitte op een brusseleirse Pruimen-Jantje
Twee jaar geleden ontdekte ik, rijkelijk laat, de Franse striptekenaar Lewis Trondheim. Aanvankelijk als oprichter en een van de drijvende krachten achter de stripuitgeverij l’Association. En wel als bedenker en maker van OuBaPoliaanse strips, afkomstig uit het Ouvroir de Bande Dessineé Potentielle, de strip-afsplitsing van de Werkplaats van Potentiële Literatuur van Raymond Queneau en consorten. Strips met beperkingen! François Ayrolles ‘reduceerde ’bijvoorbeeld Prousts Recherche tot één strippagina met zes plaatjes. En Gilles Ciment deed hetzelfde met Kuifje en de Sigaren van de Farao . Maar ook mogelijk zijn Expansie, Herkadrering, Iteratie etc. Er zijn inmiddels zes OuBaPo-bloemlezingen uitgekomen en talloze losse albums, alles met een weelde aan contraintes. Trondheim maakte eerst voornamelijk minimalistische strips, soms een boek met één enkele tekening, eindeloos herhaald, maar onderverdeeld in strookjes met gags ( Le dormeur bijvoorbeeld)...