598 Nieuwe meuk maken: moeilijker dan je denkt
De versjes van heel vroeger, van toen je heel klein was, dat zijn vaak de versjes van nog veel vroeger, van toen je ouders heel klein waren, die ze leerden van hun ouders, die ze leerden toen die heel klein waren. Slaap kindje slaap. Naar bed naar bed zei Duimelot. Hop paardje hop. Iene miene mutte en andere aftelversjes.
Ouwe meuk! En geen moedertje-, grootmoedertje- of overgrootmoedertje-lief die er wat aan kan doen. Wat je niet vanaf de wieg meekrijgt om door te geven aan de volgende wieg heeft weinig kans te beklijven.
Die vroege versjes, wiegeliedjes, bakerrijmen bestaan dankzij de mondelinge overlevering in vele gedaanten. Joepie Joepie bijvoorbeeld ken ik als heeft een meisje meegenomen, maar anderen kennen het als heeft een meisje weggehaald, en de vierde regel als gauw een ander weer gehaald en ik als want een ander weer gehaald. Maar mijn geheugen kan me parten spelen natuurlijk.
Van hop-paardjes-hop tekende Johannes van Vloten er in 1871 een stuk of dertig op in zijn Nederlandsche baker- en kinderrijmen, maar iedereen zal er denkelijk maar één kennen, namelijk die dewelke door het vaderfiguur is bijgebracht op deszelven hobbelende en klotsende knieën.
Terwijl er zoveel meer keus is! In En weg was haar neus vertaalde ik twee Engelse, From Wibbleton to Wobbleton (Van Hibbelum naar Hobbelum) en A farmer went trotting upon his gray mare (Een boer op z’n paardje reed over de hei) om hier ingang te doen vinden. In Bij mij op de maan staat op bladzijde 423 een Paardenliedje van Aleksandr Vvedenski dat heel goed als hop-paardje-hop kan dienen, ja misschien schreef Vvedenski het wel met die bedoeling.
Ouwe meuk is heel hardnekkig. Wat eraan te doen? En zo ja, of? Of zo nee, wat? Wie voedt de opvoeders op?
Nieuwe meuk maken is één. Van nieuwe meuk van nu de ouwe meuk van straks maken, en zelfs van heel-heel vroeger als het weer veel-veel later is, over honderd jaar of zo, dat is vers twee. Maar je kan het altijd proberen.
Hop hop hop
Wielen rollen, wielen rollen
wielen rollen op de klinkers
paarden hollen, paarden hollen
paarden hollen op de klinkers
Van holderdebolder kip van de leg
van bonkerdebonk en gat in de weg!
Hier kan het ophouden, maar je kan ook doorgaan, als je een goed geheugen hebt, en het kleintje op je knieën heeft nog een onbeschreven aandachtsspanne, en vort-paardje-vort met de volgende coupletten:
Rollen wielen, rollen wielen
rollen wielen op de klinkers
hollen paarden, hollen paarden
hollen paarden op de klinkers
Van klikketieklak en klippetieklop
van krikketiekrak en rommelebom!
Een alternatief refrein had ik ook nog, maar ik denk dat het niet nodig is. Het refrein is meer een place-holder, een lorem ipsum: iedereen mag er een unieke eigen invulling aan geven, als het maar in het holderenbolderende ritme past.
Van rinkeldekink en skriekerdeskraak
van simsalabim en hopfaldera!
_____
Het afgebeelde paard komt uit The Chapter of Kings, ca. 1797-1831, afgedrukt in Small Books for the Common Man, A Descriptive Bibliography, John Meriton with Carlo Dumontet (ed.), The British Library & Oak Knoll Press, 2010, p.176. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Ouwe meuk! En geen moedertje-, grootmoedertje- of overgrootmoedertje-lief die er wat aan kan doen. Wat je niet vanaf de wieg meekrijgt om door te geven aan de volgende wieg heeft weinig kans te beklijven.
Die vroege versjes, wiegeliedjes, bakerrijmen bestaan dankzij de mondelinge overlevering in vele gedaanten. Joepie Joepie bijvoorbeeld ken ik als heeft een meisje meegenomen, maar anderen kennen het als heeft een meisje weggehaald, en de vierde regel als gauw een ander weer gehaald en ik als want een ander weer gehaald. Maar mijn geheugen kan me parten spelen natuurlijk.
Van hop-paardjes-hop tekende Johannes van Vloten er in 1871 een stuk of dertig op in zijn Nederlandsche baker- en kinderrijmen, maar iedereen zal er denkelijk maar één kennen, namelijk die dewelke door het vaderfiguur is bijgebracht op deszelven hobbelende en klotsende knieën.
Terwijl er zoveel meer keus is! In En weg was haar neus vertaalde ik twee Engelse, From Wibbleton to Wobbleton (Van Hibbelum naar Hobbelum) en A farmer went trotting upon his gray mare (Een boer op z’n paardje reed over de hei) om hier ingang te doen vinden. In Bij mij op de maan staat op bladzijde 423 een Paardenliedje van Aleksandr Vvedenski dat heel goed als hop-paardje-hop kan dienen, ja misschien schreef Vvedenski het wel met die bedoeling.
Ouwe meuk is heel hardnekkig. Wat eraan te doen? En zo ja, of? Of zo nee, wat? Wie voedt de opvoeders op?
Nieuwe meuk maken is één. Van nieuwe meuk van nu de ouwe meuk van straks maken, en zelfs van heel-heel vroeger als het weer veel-veel later is, over honderd jaar of zo, dat is vers twee. Maar je kan het altijd proberen.
Hop hop hop
Wielen rollen, wielen rollen
wielen rollen op de klinkers
paarden hollen, paarden hollen
paarden hollen op de klinkers
Van holderdebolder kip van de leg
van bonkerdebonk en gat in de weg!
Hier kan het ophouden, maar je kan ook doorgaan, als je een goed geheugen hebt, en het kleintje op je knieën heeft nog een onbeschreven aandachtsspanne, en vort-paardje-vort met de volgende coupletten:
Rollen wielen, rollen wielen
rollen wielen op de klinkers
hollen paarden, hollen paarden
hollen paarden op de klinkers
Van klikketieklak en klippetieklop
van krikketiekrak en rommelebom!
Een alternatief refrein had ik ook nog, maar ik denk dat het niet nodig is. Het refrein is meer een place-holder, een lorem ipsum: iedereen mag er een unieke eigen invulling aan geven, als het maar in het holderenbolderende ritme past.
Van rinkeldekink en skriekerdeskraak
van simsalabim en hopfaldera!
Het afgebeelde paard komt uit The Chapter of Kings, ca. 1797-1831, afgedrukt in Small Books for the Common Man, A Descriptive Bibliography, John Meriton with Carlo Dumontet (ed.), The British Library & Oak Knoll Press, 2010, p.176. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.

Reacties
Een reactie posten