613 Hoe koning te zijn zonder het te worden

   Ik las een tijdje terug in een stukje op neerlandistiek de frase Wat zou ik moeite geven om koning te worden indien het mij mogelijk is te beseffen, dat ik reeds koning ben.

   Precies! dacht ik. En ik moest lachen. Als meer mensen zich dit maar eens zouden beseffen en inprenten. Dan was er niet zoveel blinde ambitie in de wereld. Minder Trumps en minder Poetins. Minder sycofanten en hielenlikkers die hopen dat het koningschap ook op hun afstraalt. Of dat ze er in elk geval een graantje van kunnen meepikken. Sowieso veel minder ongelukkigen die worden voortgejaagd op hersenschimmels om iets te bereiken. Iets waarvan ze niet weten dat ze het al hebben. En ik moest denken aan de wijze uitspraak Wil je gelukkig zijn? Wees het!

   Ook moest ik denken aan de onsterfelijke uitspraak Waarom je nog verroeren, als je allerheerlijkst kunt reizen in een leunstoel?

   Maar hoe doe je dat? Hoe ben je koning zonder het te worden? Hoe kun je reizen in je stoel? Hoe kun je worden door het te zijn? Antwoord: door te slapen! Als je gaat slapen – die periode tussen kwartslaap, halfslaap en driekwartslaap – gaan er herinneringen open in alle zintuigen, diep verborgen, diep weggestopt, diep bedolven onder het aangroeiende zelfbewustzijn, het idee dat je iemand bent en anderen ook. Dan wordt de sluier van Maya weer even opengetrokken. Dan ben je eindelijk weer jezelf en een met de wereld.

   Mensen, zeg ik, ga slapen!

De nachtwacht en het nergenskind

Kijk ze gapen, giep-giep-giep,
kijk ze slapen, sliep-sliep-sliep.
         Alle beesten,
         of de meesten,
         slapen, slapen, slapen:
de hoenders en de schoenders,
het kippetje en de kepen,
het schippetje en de schepen,
         de botten en de boten,
         de krotten en de kroten,
         de kleinen en de groten,
de nachtwacht en de nergensman,
die bandenplakt met plakkeband.

Kijk ze gapen, giep-giep-giep,
kijk ze slapen, sliep-sliep-sliep.
         Alle beesten,
         of de meesten,
         slapen, slapen, slapen:
de kinderen en de winderen,
de lammeren en de hammeren,
de katten en de gatten,
         de slotten en de sloten,
         de motten en de moten,
         de kleinen en de groten,
de nachtwacht en de nergensvrouw,
die touwtjespringt met springetouw.

Kijk ze gapen, giep-giep-giep,
kijk ze slapen, sliep-sliep-sliep.
         Alle beesten,
         of de meesten,
         slapen, slapen, slapen:
de koeieren en de loeieren,
de mindermoe en moeieren,
de drommen en de darissen,
         de schotten en de schoten,
         de knotten en de knoten,
         de kleinen en de groten,
de nachtwacht en het nergenskind,
het diep-diep slapend nergenskind.
_____

De uitspraak van Lodewijck van Deyssel komt uit Het IK: heroiesch-individualistische dagboekbladen uit 1887, het stukje op neerlandistiek staat hier. De tweede uitspraak is een wijsheid van Kozma Proetkov, de derde van Des Esseintes, hoofdpersoon uit À Rebours van J.-K. Huysmans uit 1884. (Is Het IK de Nederlandse À Rebours? Ik ga het uitzoeken. Blijf ingeschakeld.) De tekening komt uit een boek met Russische slaapliedjes en kinderversjes, Tryntsy, bryntsy, boebentsy, 1984, illustraties van N. Popov. En wie zich een koning voelt, zal uit volle borst meezingen met Marc Verhaegen met het onsterfelijke I Feel Me a King, hier op YouTube, uit het onzalige geboortejaar 1962. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

612 De speld

611 Oehoeboeroe krik-krak

610 Het eerste boek dat ik zelf las

609 Inspiratie

342 De hond en zijn mens

600 Inleidend vertier bij Eindeloos vertier

607 Frits en Yorick

608 Klinke klanke

603 In gesprek met mijzelf

605 Iemand klopte