547 De Theseus-paradox
De Theseus-paradox luidt: hoeveel kun je van iets veranderen voordat het niet meer het oorspronkelijke ding is. Is een flauwekulparadox natuurlijk, want ik is ik en elk moment verandert sowieso alles, door slijtage, de tijd enzovoort. Ik is wie zich ik noemt.
Maar toch, als je de vraag stelt, puur en sec: is een bijl waarvan eerst het blad is vervangen en vervolgens de steel nog wel de oorspronkelijke bijl? Dan zul je je even achter je oren krabben en het niet meer weten. En daarvoor doe je het, als kinderdichter, om je lezers, al is het heel even, gek te maken.
De vorm ontleen ik aan de educatieve maar desondanks soms heel erg goede gedichten van Samoeïl Marsjak waarin de techniek, de vooruitgang en de overwinning van de mens op de natuur bezongen worden, jawel, vreselijke onderwerpen natuurlijk, maar technisch zitten de lange gedichten (‘sprookjes’ heten die in het Russisch) zo goed in elkaar dat ze bijna onweerstaanbaar zijn en ondanks alles klassiek zijn geworden – hoewel daarbij ook een grote rol is weggelegd voor de onsterfelijke constructivistische tekeningen van Marsjaks voornaamste illustrator Vladimir Lebedev. Al werd het allerbekendste het de vooruitgang ophemelende gedicht, over de post, geheten Post, dan weer door Michaïl Tsechanovski geïllustreerd.
Bij mij gaat het over een bijl.
Bijl
Bijl was een geharde vent,
een ervaren instrument.
Hoe vaak was hij al naar ’t woud geweest
om er allerhande hout
te hakken en te kappen
met rake, strakke klappen
van het gepolijste glad
van zijn vlijmend scherpe blad
en zijn spijkerharde steel?
Maar nu – was hij niet meer heel.
Bij het vellen van de bomen
was er een plots een scheur gekomen
in zijn scherpsnedige metaal...
Einde verhaal?
Niet helemaal.
Bijl kreeg snel een brandnieuw blad,
versgesmeed – goed voelde dat!
Meteen kon hij weer aan de slag –
nee, aan de slágen – dag na dag
kon je hem weer hout zien hakken,
de dikste bomen, dikste takken,
tot – of de duivel ’t erom deed –
ineens zijn steel in tweeën spleet...
Einde verhaal?
Niet helemaal.
Geen nood: in allerijl kreeg Bijl
een splinternieuwe, ongespleten steel,
spijkerhard,
een klasse apart,
fraai van kerf
en fraai van nerf,
perfect van pasvorm op het blad,
en fraai van zwaai:
Goed voelde dat!
En snel ging hij weer aan de slag –
nee, aan de slágen – dag na dag
kon je hem weer hout zien hakken,
de dikste bomen, dikste takken.
Onze bijl:
hij is weer helemaal de ouwe:
hij heeft zich zo laten verbouwen,
blad en steel,
dat hij geheel
maar dan ook helemaal...
EEN ANDER is.
Of heb ik het nu mis?
_____
Op de illustraties een paar bijlbevattende kaften, Het werkertje van Rachel Engel, tekeningen van Vladimir Konasjevitsj uit 1929, en Hout van A. Zajtsev, tekenaar ongenoemd, 1931. Het patroon met bijl en zaag komt uit Houtproductie van O. Vakar, tekeningen Boris Krjoekov uit 1930. Alles te vinden op het togdazine. In Bij mij op de maan heb ik van Marsjak onder meer de leerdichten Hoe de schaaf een schaaf maakte en Post opgenomen. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Maar toch, als je de vraag stelt, puur en sec: is een bijl waarvan eerst het blad is vervangen en vervolgens de steel nog wel de oorspronkelijke bijl? Dan zul je je even achter je oren krabben en het niet meer weten. En daarvoor doe je het, als kinderdichter, om je lezers, al is het heel even, gek te maken.
De vorm ontleen ik aan de educatieve maar desondanks soms heel erg goede gedichten van Samoeïl Marsjak waarin de techniek, de vooruitgang en de overwinning van de mens op de natuur bezongen worden, jawel, vreselijke onderwerpen natuurlijk, maar technisch zitten de lange gedichten (‘sprookjes’ heten die in het Russisch) zo goed in elkaar dat ze bijna onweerstaanbaar zijn en ondanks alles klassiek zijn geworden – hoewel daarbij ook een grote rol is weggelegd voor de onsterfelijke constructivistische tekeningen van Marsjaks voornaamste illustrator Vladimir Lebedev. Al werd het allerbekendste het de vooruitgang ophemelende gedicht, over de post, geheten Post, dan weer door Michaïl Tsechanovski geïllustreerd.
Bij mij gaat het over een bijl.
Bijl
Bijl was een geharde vent,
een ervaren instrument.
Hoe vaak was hij al naar ’t woud geweest
om er allerhande hout
te hakken en te kappen
met rake, strakke klappen
van het gepolijste glad
van zijn vlijmend scherpe blad
en zijn spijkerharde steel?
Maar nu – was hij niet meer heel.
Bij het vellen van de bomen
was er een plots een scheur gekomen
in zijn scherpsnedige metaal...
Einde verhaal?
Niet helemaal.
Bijl kreeg snel een brandnieuw blad,
versgesmeed – goed voelde dat!
Meteen kon hij weer aan de slag –
nee, aan de slágen – dag na dag
kon je hem weer hout zien hakken,
de dikste bomen, dikste takken,
tot – of de duivel ’t erom deed –
ineens zijn steel in tweeën spleet...
Einde verhaal?
Niet helemaal.
Geen nood: in allerijl kreeg Bijl
een splinternieuwe, ongespleten steel,
spijkerhard,
een klasse apart,
fraai van kerf
en fraai van nerf,
perfect van pasvorm op het blad,
en fraai van zwaai:
Goed voelde dat!
En snel ging hij weer aan de slag –
nee, aan de slágen – dag na dag
kon je hem weer hout zien hakken,
de dikste bomen, dikste takken.
Onze bijl:
hij is weer helemaal de ouwe:
hij heeft zich zo laten verbouwen,
blad en steel,
dat hij geheel
maar dan ook helemaal...
EEN ANDER is.
Of heb ik het nu mis?
Op de illustraties een paar bijlbevattende kaften, Het werkertje van Rachel Engel, tekeningen van Vladimir Konasjevitsj uit 1929, en Hout van A. Zajtsev, tekenaar ongenoemd, 1931. Het patroon met bijl en zaag komt uit Houtproductie van O. Vakar, tekeningen Boris Krjoekov uit 1930. Alles te vinden op het togdazine. In Bij mij op de maan heb ik van Marsjak onder meer de leerdichten Hoe de schaaf een schaaf maakte en Post opgenomen. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.



Reacties
Een reactie posten