618 Oh, b——!

   Ik draai me momenteel warm voor het vertalen van een rijk en talig kinderboek over een kudde van vierentwintig geiten die neergezet zijn onder een kasteel om dat overeind te houden. Ze houden het een jaar of zes uit voordat ze bij plukjes ontsnappen en er maar één, driepotige geit overblijft (Steve), die het kasteel, met daarin alleen nog de koning en zijn hoogste raadsman Ned, naar het woud brengt, waar het einde zich ontspint.

   Maar die geiten zijn nog niet het vreemdste fundament, dat is namelijk het feit dat er wel een verteller is, maar in plaats van alwetend is die nietswetend en hij vraagt zich voortdurend af waar het verhaal heen moet gaan, gezeten aan zijn wankele tafel met uitzicht op het dal waar het zich afspeelt. Hij kan ingrijpen, en doet dat af en toe ook, bijvoorbeeld door binnen de slotgracht van het kasteel een oude appelboom te plaatsen met eeuwig rijpe appels als voedsel voor de geiten. Of hij helpt het geitenhoedstertje (Bernadette) door een badkuip naar beneden te gooien, of twee, de eerste had hij per ongeluk van porselein laten maken en knalde op de grond uit elkaar, de tweede beschrijft hij op zijn papier dan wel goed, zodat er een geëmailleerde gietijzeren naar beneden komt, die Bernadette op een haar na mist.

   In het boek wordt er welgeteld dertien keer hartgrondig gevloekt, door alle personages wel een of meer keer, de goeierikken en de slechterikken, alleen hoor je en lees je nooit wat die vloek precies is, want er staat alleen maar dertien keer “Oh, b——!” waarna wordt verteld dat de vloek wordt overstemd door het een of ander.

   Nou kan ‘Oh, b——!’ voor een heleboel staan in het Engels, van onschuldig tot minder onschuldig. Bv:

Oh, bother!
Oh, blimey!
Oh, blast!
Oh, bloody hell!
Oh, bugger!
Oh, bollocky bullshitty bollocks!
Oh, blistering bastards and bitches!

   Feitelijk kun je er alles van maken, en als ik de auteur zou vragen waar die “b” voor stond, zou die waarschijnlijk geheimzinnig lachen en zeggen: ‘Sorry, maar zoals gezegd, ik heb het niet gehoord.’ Het is aan iedere lezer om het zelf in te vullen.

   Oké, fijn dan, maar hoe doen we dat in het Nederlands? Een korte alfabetische wandeling door mijn hoofd leert mij dat er weliswaar enkele letters zijn die gemakkelijk tot vloeken uit te breiden zijn, maar die niet dat spectrum van onschuldig tot minder onschuldig bestrijken.

O, a——! [is niks]
O, b——! [is niks]
O, c——! [is niks]
   enz.

   Wel wat zijn:

O, g——! maar dat is automatisch alles wat met god- begint, bv. godverdegodverdegodgloeiendekankertyfustering.
O, k——! maar dan alleen maar kut, kankâh, klote en kolere.
O, t——! maar dan alleen tyfus en tering.
O, v——! maar dan alleen verrek en verdomme of verdikkeme en verdulleme.

   Alleen ‘O, p——!’ heeft iets meerduidigs, want je kan dan aanvullen met pokke en met potverjandriedubbetjes of iets soortgelijk eufemiserends, dus met een harde en een zachte vloek. Maar echt natuurlijk, voor de hand liggend, klinkt het niet, evenmin als het ook mogelijke ‘O, s——!’, want daar heb je alleen erg ongebruikelijke en ouderwetse krachttermen mee, sapperloot en seldrement, sakkerdju en sapristi en zo.
   Zelfs in professor Van Sterkenburgs veel geraadpleegde standaardwerk Vloeken en in het onuitputtelijke Dat boek met die kuttitel krijg ik niet zo snel een letter gevonden die automatisch tot een baaierd van polivalente vloeken leidt. En dat moeten we, idealiter, hebben.

   Wat nu? Wat te doen?

   Ik denk na en kom erop terug.
_____

Philip Stead, A Potion, a Powder, a Little Bit of Magic, or, Like Lightning in an Umbrella Storm, A Story out of Order, verschijnt begin 2027 bij Querido. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

617 Gulliver met driehonderd: de storm

616 Zhuang Zhi

562 De klopjacht op de sneer in Awater

325 Een gloednieuw boek van Charms

107 Dhr. Duffy en het pijnlijk geval

607 Frits en Yorick

605 Iemand klopte

517 Nachttrottoir (Als je over straat loopt)

611 Oehoeboeroe krik-krak