561 Nachttrottoir in Awater
Nachttrottoir kreeg een bespreking in het vrienden-van-de-poëzie-en-van-elkaar-poëzietijdschrift Awater, waarin dichters collega’s uit hun vriendenkring mogen bespreken in zonder uitzondering welwillende, treffende, mooie, ja poëtische recensies, gesteld in zonder uitzondering welwillende, treffende, mooie, ja poëtische woorden. De besprekingen zijn prozagedichten op zich, kun je wel zeggen.
Nachttrottoir kreeg in dit nummer ook een welwillende, treffende etc. bespreking, en verderop in de glossy bleek dat het boek op een gedeelde tiende plek was terechtgekomen van beste bundels van het jaar, de top tien zijnde de uitkomst van een rondvraag onder een uitgelezen gezelschap dichtende vrienden van elkaar en een paar van mij – vandaar de stemmen die Nachttrottoir kreeg. Het waren er weinig, stemmen voor Nachttrottoir, omdat het puntenverdelende veld zo groot was en iedereen zijn en haar beste dichtende vrienden niets wilde onthouden. Er waren vier dichters/besprekers die Nachttrottoir noemden, en dat was ruimschoots voldoende om binnen te denderen op de tiende plek van deze lijst, ex aequo, oké, maar toch. Ik ben in elk geval blij dat Nachttrottoir met mijn veruit favoriete en ook als enige gelezen bundel van afgelopen jaar in één lijstje staat, namelijk Addertje van Jolanda Kooijmans. Kijk, dát is een werk waar je vrolijk van wordt. Dat is iets wat hout snijdt. Daar heb je wat aan, voor de rest van je leven.
De uitermate welwillende etc. recensie die Nachttrottoir te beurt viel was des te opmerkelijker omdat ik degene die hem besprak niet eens persoonlijk ken, Liliane Waanders, van wie ik alleen weet dat ze aan het Lewis Carrollgenootschap is verbonden en dat zij in die hoedanigheid waarschijnlijk ook wist dat ik een vertaling wilde maken of aan het maken was van The Hunting of the Snark, waarvoor ik in deze zelfde Awater ook uitgenodigd werd om iets over te zeggen, in de rubriek Vreemde Taal – waarover in een volgende blog meer. Eerst Nachttrottoir. Dit is de recensie: Drie dingen slechts die ik erop aan te merken heb:
1) De ‘eigenlijke’ vertaling van het gedicht staat wel degelijk in de bundel, in het variété-affiche op het eind.
2) De inkadering van mij ‘voegt weinig toe’? Integendeel, ik had die nodig om het juist geen exercise de styles te laten worden, om niet het verwijt van virtuositeit te krijgen, niet het idee te geven dat het 77 hele knappe vertalingen waren, maar echt 77 dichtersstemmen, die elk op hun eigen manier het voorval tot leven wekten. En vandaar:
3) De reden dat dit juist dit gedicht daarvoor fungeert, blijft ook akelig onbesproken, alsof zoiets met alle gedichten kan worden gedaan. Het aangrijpende van het gedicht blijft zodoende terzijde geschoven, terwijl het juist daarom gaat, mij tenminste.
Enfin, zeiken over recensies: doe het niet, RJ. Doe ik ook niet!
Want over Nachttrottoir staat in Awater zoals gezegd nog meer: in de juryrapporten van de Awater-poëzieprijs 2025 komt de bundel drie keer over de tongriem en verzamelt punten in de wedkamp om de beste bundel van het jaar. Hij wordt vier keer genomineerd: door Jeroen van den Heuvel, hoofdredacteur van de ooteoote-website, waarvoor ik de rubriek Simpel Is verzorg, en die een vriend is mag ik wel zeggen; door Bas Belleman, die ook een vriend is; door Carl De Strycker, die ik niet ken maar nu ook zeker een vriend is, en Elisabeth Francet, die ik ook niet ken maar nu ook absoluut een vriend is. Voor het leven, mag ik wel zeggen.
Over hun oordelen heb ik helemaal niets te zeiken, integendeel. Zoals Swift al zei (Jonathan, niet Taylor): ‘Dat is uitstekend opgemerkt, zeg ik, wanneer ik bij een schrijver een passage lees waar zijn oordeel strookt met dat van mij. Wanneer wij van mening verschillen, daar zeg ik dat hij zich vergist.’_____
‘That was excellently observed’, say I, when I read a passage in an author, where his opinion agrees with mine. When we differ, there I pronounce him to be mistaken. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Nachttrottoir kreeg in dit nummer ook een welwillende, treffende etc. bespreking, en verderop in de glossy bleek dat het boek op een gedeelde tiende plek was terechtgekomen van beste bundels van het jaar, de top tien zijnde de uitkomst van een rondvraag onder een uitgelezen gezelschap dichtende vrienden van elkaar en een paar van mij – vandaar de stemmen die Nachttrottoir kreeg. Het waren er weinig, stemmen voor Nachttrottoir, omdat het puntenverdelende veld zo groot was en iedereen zijn en haar beste dichtende vrienden niets wilde onthouden. Er waren vier dichters/besprekers die Nachttrottoir noemden, en dat was ruimschoots voldoende om binnen te denderen op de tiende plek van deze lijst, ex aequo, oké, maar toch. Ik ben in elk geval blij dat Nachttrottoir met mijn veruit favoriete en ook als enige gelezen bundel van afgelopen jaar in één lijstje staat, namelijk Addertje van Jolanda Kooijmans. Kijk, dát is een werk waar je vrolijk van wordt. Dat is iets wat hout snijdt. Daar heb je wat aan, voor de rest van je leven.
De uitermate welwillende etc. recensie die Nachttrottoir te beurt viel was des te opmerkelijker omdat ik degene die hem besprak niet eens persoonlijk ken, Liliane Waanders, van wie ik alleen weet dat ze aan het Lewis Carrollgenootschap is verbonden en dat zij in die hoedanigheid waarschijnlijk ook wist dat ik een vertaling wilde maken of aan het maken was van The Hunting of the Snark, waarvoor ik in deze zelfde Awater ook uitgenodigd werd om iets over te zeggen, in de rubriek Vreemde Taal – waarover in een volgende blog meer. Eerst Nachttrottoir. Dit is de recensie: Drie dingen slechts die ik erop aan te merken heb:
1) De ‘eigenlijke’ vertaling van het gedicht staat wel degelijk in de bundel, in het variété-affiche op het eind.
2) De inkadering van mij ‘voegt weinig toe’? Integendeel, ik had die nodig om het juist geen exercise de styles te laten worden, om niet het verwijt van virtuositeit te krijgen, niet het idee te geven dat het 77 hele knappe vertalingen waren, maar echt 77 dichtersstemmen, die elk op hun eigen manier het voorval tot leven wekten. En vandaar:
3) De reden dat dit juist dit gedicht daarvoor fungeert, blijft ook akelig onbesproken, alsof zoiets met alle gedichten kan worden gedaan. Het aangrijpende van het gedicht blijft zodoende terzijde geschoven, terwijl het juist daarom gaat, mij tenminste.
Enfin, zeiken over recensies: doe het niet, RJ. Doe ik ook niet!
Want over Nachttrottoir staat in Awater zoals gezegd nog meer: in de juryrapporten van de Awater-poëzieprijs 2025 komt de bundel drie keer over de tongriem en verzamelt punten in de wedkamp om de beste bundel van het jaar. Hij wordt vier keer genomineerd: door Jeroen van den Heuvel, hoofdredacteur van de ooteoote-website, waarvoor ik de rubriek Simpel Is verzorg, en die een vriend is mag ik wel zeggen; door Bas Belleman, die ook een vriend is; door Carl De Strycker, die ik niet ken maar nu ook zeker een vriend is, en Elisabeth Francet, die ik ook niet ken maar nu ook absoluut een vriend is. Voor het leven, mag ik wel zeggen.
Over hun oordelen heb ik helemaal niets te zeiken, integendeel. Zoals Swift al zei (Jonathan, niet Taylor): ‘Dat is uitstekend opgemerkt, zeg ik, wanneer ik bij een schrijver een passage lees waar zijn oordeel strookt met dat van mij. Wanneer wij van mening verschillen, daar zeg ik dat hij zich vergist.’
‘That was excellently observed’, say I, when I read a passage in an author, where his opinion agrees with mine. When we differ, there I pronounce him to be mistaken. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.



Reacties
Een reactie posten