557 De vertaler de baas: eindelijk
Als er iemand is die vertaalt wat er niet staat, dan is het Antonin Artaud wel. Zie zijn vertaling van hoofdstuk 6 van Lewis Carrolls Through the Looking-Glass uit 1943-1947, getiteld L’arve et l’aume.
De openingsregel luidt bij Carroll:
However, the egg only got larger and larger, and more and more human: when she had come within a few yards of it, she saw that it had eyes and a nose and mouth; and when she had come close to it, she saw clearly that it was HUMPTY DUMPTY himself. “It can’t be anybody else!” she said to herself. “I’m as certain of it, as if his name were written all over his face.”
Bij Artaud is dat geworden:
Cependant l’oeuf narmissait à vue d’oeil, s’en troublant tira doc vers l’oc de l’oc humain: quand elle n’en fut plus qu’à quelques pas, elle vit qu’il avait des yeux et un nez et une bouche et quand elle eut tout à fait le nez dessus, elle vit que c’était Dodu Mafflu lui-même, intropoltabrement.
Oftewel:
Intussen bolbardeerde het ei roerinderdoppen en vermenselijkte oog in oog om oog in blikkelijk: toen ze nog maar een paar stappen verwijderd was, zag ze dat hij ogen en een neus en een mond had en toen ze er met haar neus bovenop stond, zag ze dat het onontgrondelbaar Plompie Papzak in hoogsteigen persoon was. Is het Frans? Niet altijd. Is het Artauds eigen particuliere taal? Ook niet echt. Is het de ideaaltaal die uit klanken bestaat die tegelijkertijd gebaren zijn en waarvan Artaud overtuigd was dat die universeel te vatten zou zijn, de taal waarin hij zijn theater van de wreedheid wilde schrijven? Ook niet echt en niet altijd overal.
Van Carrolls Jabberwocky vertaalde Artaud alleen de vier eerste regels, de regels die Alice van Humpty Dumpty vervolgens uitgelegd krijgt in dit hoofdstuk:
’Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
De titel van het gedicht is bij Artaud een meerkeuzelijst van twee maal zeven kreten geworden, allemaal min of meer geënt op het ritme van de Engelse titel:
NEANT OMO NOTAR NEMO
Jurigastri – Solargultri
Gabar Uli – Barangoumti
Oltar Ufi – Sarangmumpti
Sofar Ami– Zantar Upti
Momar Uni – Septfar Esti
Gonpar Arak – Alak Eli.
Die reeks had hij in 1943 al bedacht, maar hij dacht er toen over die te schrappen, omdat het, schreef hij aan zijn behandelend geneesheer dokter Ferdière, teveel van de geest van Carroll afweek en nog te weinig van hemzelf was: ‘Het laat zich nog te weinig gelden of anders moet je een nieuw verhaal schrijven’.
Dat laatste deed Artaud in 1947, want toen fabriekte hij de uiteindelijke vertaling van de eerste strofe van Jabberwocky door die te destilleren uit een lijst door hem opgetekende neologismen, te weten ‘horriblement Roparant paré rôtir vliqueux tarands gibroyer brimbulkdriquer rourghe raôut falomitard Ghoré U’khatis Grabug-Eument’ (Het zetsel is afgedrukt in l’arve et l’aume, 56) – met als resultaat: Il était Roparant, et les vliqueux tarands
Allaient en gilroyant et en brimbulkdriquant
Jusque-là où la rourghe est a rouarghe a rangmbde et rangmbde a rouarghambde:
Tous les falomitards étaient les chats-huants
Et les Ghoré Uk’hatis dans le GRABÜG-EÛMENT.
’t Was Ropareer: de vleffe schrorren
snurketrokken grullend in het krkrs,
tot waar de ghrudde op ghravot van ghrondtet in ’t ghruddondtige ghrandt:
sjloffel slaakten de katkrasgorren
en de Ghoré-Oechaties hun THRAMMELE-DRÂNDT.
Carroll in het kwadraat. Natuurlijk kan Dodu Mafflu (Plompie Papzak) alles ook in het Frans uitleggen – alles is namelijk verzonnen door Artaud, net zoals alles in het Engels verzonnen is door Carroll. Ik heb het altijd intrigerend gevonden dat alle commentatoren, vertalers, uitleggers van het gedicht voetstoots de uitleg van Humpty Dumpty volgen, terwijl het Ei zijn woordverklaringen overduidelijk uit zijn hallucinerende dikke eierduim zuigt. Ik ken maar één geleerde die het heeft gewaagd op te staan en de woorduitleg van de grote ovoïde te betwijfelen, en dat is de slangwoordenboekenmaker Eric Partridge. In brillig ziet Partridge niet zozeer broiling maar eerder als wortel brilliant; het woord toves klinkt verdacht naar coves, gabbers, zonder dat je aan hagedissen, dassen of kurketrekkers hoeft te denken; het woord wabe lijkt niet zozeer te komen van een grasperkje rond een zonnewijzer, maar van het woord wave, golf, wat ook beter past bij gyre en gimble; en in gimble hoort Partridge een sterke echo van de frase to gambol nimbly, lichtvoetig dartelen. Enzovoort.
De bezwaren van Partridge bewijzen natuurlijk alleen maar het gelijk van Humpty Dumpty: hier is hij de baas en mag hij zeggen wat de woorden betekenen. In dit hoofdstuk belichaamt hij de prerogatieven van de overkoepelende autoriteitsfiguur van het betreffende literaire bouwsel, de auteur. Net als Humpty Dumpty de baas is in zijn hoofdstuk, is de schrijver de baas in zijn boek.
Wat er echter gebeurt in Artauds vertaling, is dat Artaud zich Carrolls tekst toeëigent, hij annexeert de tekst en breekt hem open. Zijn oogmerk is niet overbrengen van de woorden, maar van het effect van de woorden, wat de tekst volgens hem kon en moest teweegbrengen bij de lezer – op een lichamelijk niveau, door het te ontrationaliseren. Niet vertalen wat er staat, maar vertalen wat het doet. Tot dat doel verextremiseert Artaud Carrolls inventiones, stemt ze af op zijn eigen innerlijke muziek en trekt daarmee bijna per ongeluk de logische conclusie uit de doctrine van Humpty Dumpty, dat het er bij het betekenis geven aan woorden alleen maar om gaat wie de baas is. En hier – o dagh van dreugt! – is de vertaler de baas, eindelijk! Quod licet auctori, quoque licet translatori.
Elke vertaling streeft naar originaliteit en die van Artaud is ontegenzeggenlijk origineel, origineler zelfs dan het origineel: hij haalt eruit wat erin zit, iets wat vertalers van nature al willen doen, maar waarvoor ze meestal te timide zijn. Vertalen voor Artaud is schrijven via een ander, schrijven door te vertalen, schrijven in vertalen. Maar alle vertalers projecteren zichzelf welbeschouwd in de vertaling. Alle vertalers moeten de tekst met eigen adem leven inblazen in de eigen taal, alleen Artaud doet dat wat extremer dan anderen. En juist daarom werkt bestudering van zijn Carroll-exercitie zo verhelderend en bevrijdend.
Want zo* kan het ook:
YAMMERSPROKE
’t Was fluaroudi en de gevereika spordodrak
taukslys en tartaloki in ’t jaalgaravio:
pidlivousi tlachapoud was de zjaborchrjak,
en de umzar ispepelin lanciavicchio.
‘Ktulch de Yammersprok, mijn mordolak!
Zijn ja’pu’vawqoy, zijn yomervokh, zijn verlioka pntpntan!
El hapawauki Gilligis tagareloca, ktulch! en cabarvak
de jabarivyanku rifkarila Prtsjrtan!’
Hij vadalukk zijn zhavlav aan zijn korboetsjei
en cebrnjka de teyú yaguá tagarelão flabberjak —
onder de bealuwearge galimatazo hij,
en ejdercenk een taradúr lang voerdalak.
En wijl hij khantarosh in hergenyörc jakkerurokki gruffacsór
barbiblut – pit’on vartarjú – daar de Yammersprok,
hudodraka shar’ilan door ’t joborkhaki boernozjor
en szajkóhukky canciaroccio zwateldrok! dzjabbersmok! ciciarampa krakelwok!
En saçman! en beuzelzwan! En zjabervolk en tarbormot!
monkerias el xerrapetaire javalogátor javaleão.
Dromeparden is de Sprok! Gans bavassin! — en met zijn barmaglot
jabarvaki hij mrtagamp-jorruline jubavocus rarrazoadao.
‘Hebt gij de Yammersprok jaguadarte zipferlak?
Taetriferocias Gabberbocchus! O hromoplkie van zlobudron!
Zrakonach in mijn chaebowoki konkolet, karazub jabarbak!’
bredoulochs zijn bormoetsjoen hem lahagon.
’t Was yavegou en de jxargonbeste loekomor
oebesjsjoer en koeterwaal in ’t kwebbelgnok:
bakasuri brabbelwog was daar de gloechomorr,
en de dzjambaliunas bar-yarbua jaguaboque.
Homptie Domptie zou voor elk woord vast een sluitende en afdoende maar geheel abuise verklaring kunnen vinden.
_____
* Als door de samensteler samengestolen uit de naam voor het carrollse monster respectievelijk in het: 1 Grieks, Hebreeuws, Russisch, 2 Litouws, Georgisch, Braziliaans Portugees, 3 Tsjechisch, Tsjechisch, Oekraïens, 4 Russisch, Russisch, Italiaans, 5 Russisch, Yammersproks, Russisch, 6 Klingon, Jiddisch, Russisch, Armeens, 7 Maori, Turks, Braziliaans Portugees, Russisch, Turks, 8 Marathi, Lets, Armeens, 9 Ests, Tsjechisch, Russisch, 10 Sloveens, Braziliaans Portugees, Braziliaans Portugees, Nederlands, 11 Oud-Engels, Spaans, 12 Turks, Slovaaks, Russisch, 13 Hebreeuws, Hongaars, Japans, Hongaars, 14 Hebreeuws, Hebreeuws, Hongaars, Yammersproks, 15 Kroatisch, Hebreeuws, Bangla, Russisch, 16 Hongaars, Italiaans, Nederlands, Pools, Italiaans, Nederlands, 17 Turks, Nederlands, Russisch, Russisch, 18 Fins, Catalaans, Braziliaans Portugees, Braziliaans Portugees, 19 Noors, Yammersproks, Frans, Russisch, 20 Sanskriet, Armeens, Ests, Latijn, Portugees, 21 Yammersproks, Brazilaans Portugees, Duits, 22 Latijn, Latijn, Tsjechisch, Sloveens, 23 Russisch, Koreaans, Russisch, Kroatisch, Odia, 24 Frans, Russisch, Hebreeuws, 25 Perzisch, Esperanto, Russisch, 26 Russisch, Nederlands, Nederlands, 27 Hindi, Nederlands, Russisch, 28 Litouws, Hebreeuws en Braziliaans Portugees.
_____
Dit stukje verscheen eerder, iets anders, als webfiltercolumn, hier. De kleurenprenten zijn afkomstig uit Lewis Carroll, Alice in Wonderland & in Spiegelland, vertaald door Robbert-Jan Henkes, met de oorspronkelijke tekeningen van John Tenniel, ingekleurd door Floris Tilanus, Van Oorschot 2025 (2024). L’arve et l’aume (een verbastering van l’oeuf et l’homme, de twee gesprekspartners in dit hoofdstuk) werd uitgegeven door L’arbalète in 1989. De exotische Jabberwock-namen komen merendeels uit Anna Kérchy, Kit Kelen & Björn Sundmark (ed.), A Companion to “Jabberwocky” in Translation, Malmö Studies in Children’s Literature, Culture and Media, Malmö University Press, 2024.
De openingsregel luidt bij Carroll:
However, the egg only got larger and larger, and more and more human: when she had come within a few yards of it, she saw that it had eyes and a nose and mouth; and when she had come close to it, she saw clearly that it was HUMPTY DUMPTY himself. “It can’t be anybody else!” she said to herself. “I’m as certain of it, as if his name were written all over his face.”
Bij Artaud is dat geworden:
Cependant l’oeuf narmissait à vue d’oeil, s’en troublant tira doc vers l’oc de l’oc humain: quand elle n’en fut plus qu’à quelques pas, elle vit qu’il avait des yeux et un nez et une bouche et quand elle eut tout à fait le nez dessus, elle vit que c’était Dodu Mafflu lui-même, intropoltabrement.
Oftewel:
Intussen bolbardeerde het ei roerinderdoppen en vermenselijkte oog in oog om oog in blikkelijk: toen ze nog maar een paar stappen verwijderd was, zag ze dat hij ogen en een neus en een mond had en toen ze er met haar neus bovenop stond, zag ze dat het onontgrondelbaar Plompie Papzak in hoogsteigen persoon was. Is het Frans? Niet altijd. Is het Artauds eigen particuliere taal? Ook niet echt. Is het de ideaaltaal die uit klanken bestaat die tegelijkertijd gebaren zijn en waarvan Artaud overtuigd was dat die universeel te vatten zou zijn, de taal waarin hij zijn theater van de wreedheid wilde schrijven? Ook niet echt en niet altijd overal.
Van Carrolls Jabberwocky vertaalde Artaud alleen de vier eerste regels, de regels die Alice van Humpty Dumpty vervolgens uitgelegd krijgt in dit hoofdstuk:
’Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
De titel van het gedicht is bij Artaud een meerkeuzelijst van twee maal zeven kreten geworden, allemaal min of meer geënt op het ritme van de Engelse titel:
NEANT OMO NOTAR NEMO
Jurigastri – Solargultri
Gabar Uli – Barangoumti
Oltar Ufi – Sarangmumpti
Sofar Ami– Zantar Upti
Momar Uni – Septfar Esti
Gonpar Arak – Alak Eli.
Die reeks had hij in 1943 al bedacht, maar hij dacht er toen over die te schrappen, omdat het, schreef hij aan zijn behandelend geneesheer dokter Ferdière, teveel van de geest van Carroll afweek en nog te weinig van hemzelf was: ‘Het laat zich nog te weinig gelden of anders moet je een nieuw verhaal schrijven’.
Dat laatste deed Artaud in 1947, want toen fabriekte hij de uiteindelijke vertaling van de eerste strofe van Jabberwocky door die te destilleren uit een lijst door hem opgetekende neologismen, te weten ‘horriblement Roparant paré rôtir vliqueux tarands gibroyer brimbulkdriquer rourghe raôut falomitard Ghoré U’khatis Grabug-Eument’ (Het zetsel is afgedrukt in l’arve et l’aume, 56) – met als resultaat: Il était Roparant, et les vliqueux tarands
Allaient en gilroyant et en brimbulkdriquant
Jusque-là où la rourghe est a rouarghe a rangmbde et rangmbde a rouarghambde:
Tous les falomitards étaient les chats-huants
Et les Ghoré Uk’hatis dans le GRABÜG-EÛMENT.
’t Was Ropareer: de vleffe schrorren
snurketrokken grullend in het krkrs,
tot waar de ghrudde op ghravot van ghrondtet in ’t ghruddondtige ghrandt:
sjloffel slaakten de katkrasgorren
en de Ghoré-Oechaties hun THRAMMELE-DRÂNDT.
Carroll in het kwadraat. Natuurlijk kan Dodu Mafflu (Plompie Papzak) alles ook in het Frans uitleggen – alles is namelijk verzonnen door Artaud, net zoals alles in het Engels verzonnen is door Carroll. Ik heb het altijd intrigerend gevonden dat alle commentatoren, vertalers, uitleggers van het gedicht voetstoots de uitleg van Humpty Dumpty volgen, terwijl het Ei zijn woordverklaringen overduidelijk uit zijn hallucinerende dikke eierduim zuigt. Ik ken maar één geleerde die het heeft gewaagd op te staan en de woorduitleg van de grote ovoïde te betwijfelen, en dat is de slangwoordenboekenmaker Eric Partridge. In brillig ziet Partridge niet zozeer broiling maar eerder als wortel brilliant; het woord toves klinkt verdacht naar coves, gabbers, zonder dat je aan hagedissen, dassen of kurketrekkers hoeft te denken; het woord wabe lijkt niet zozeer te komen van een grasperkje rond een zonnewijzer, maar van het woord wave, golf, wat ook beter past bij gyre en gimble; en in gimble hoort Partridge een sterke echo van de frase to gambol nimbly, lichtvoetig dartelen. Enzovoort.
De bezwaren van Partridge bewijzen natuurlijk alleen maar het gelijk van Humpty Dumpty: hier is hij de baas en mag hij zeggen wat de woorden betekenen. In dit hoofdstuk belichaamt hij de prerogatieven van de overkoepelende autoriteitsfiguur van het betreffende literaire bouwsel, de auteur. Net als Humpty Dumpty de baas is in zijn hoofdstuk, is de schrijver de baas in zijn boek.
Wat er echter gebeurt in Artauds vertaling, is dat Artaud zich Carrolls tekst toeëigent, hij annexeert de tekst en breekt hem open. Zijn oogmerk is niet overbrengen van de woorden, maar van het effect van de woorden, wat de tekst volgens hem kon en moest teweegbrengen bij de lezer – op een lichamelijk niveau, door het te ontrationaliseren. Niet vertalen wat er staat, maar vertalen wat het doet. Tot dat doel verextremiseert Artaud Carrolls inventiones, stemt ze af op zijn eigen innerlijke muziek en trekt daarmee bijna per ongeluk de logische conclusie uit de doctrine van Humpty Dumpty, dat het er bij het betekenis geven aan woorden alleen maar om gaat wie de baas is. En hier – o dagh van dreugt! – is de vertaler de baas, eindelijk! Quod licet auctori, quoque licet translatori.
Elke vertaling streeft naar originaliteit en die van Artaud is ontegenzeggenlijk origineel, origineler zelfs dan het origineel: hij haalt eruit wat erin zit, iets wat vertalers van nature al willen doen, maar waarvoor ze meestal te timide zijn. Vertalen voor Artaud is schrijven via een ander, schrijven door te vertalen, schrijven in vertalen. Maar alle vertalers projecteren zichzelf welbeschouwd in de vertaling. Alle vertalers moeten de tekst met eigen adem leven inblazen in de eigen taal, alleen Artaud doet dat wat extremer dan anderen. En juist daarom werkt bestudering van zijn Carroll-exercitie zo verhelderend en bevrijdend.
Want zo
’t Was fluaroudi en de gevereika spordodrak
taukslys en tartaloki in ’t jaalgaravio:
pidlivousi tlachapoud was de zjaborchrjak,
en de umzar ispepelin lanciavicchio.
‘Ktulch de Yammersprok, mijn mordolak!
Zijn ja’pu’vawqoy, zijn yomervokh, zijn verlioka pntpntan!
El hapawauki Gilligis tagareloca, ktulch! en cabarvak
de jabarivyanku rifkarila Prtsjrtan!’
Hij vadalukk zijn zhavlav aan zijn korboetsjei
en cebrnjka de teyú yaguá tagarelão flabberjak —
onder de bealuwearge galimatazo hij,
en ejdercenk een taradúr lang voerdalak.
En wijl hij khantarosh in hergenyörc jakkerurokki gruffacsór
barbiblut – pit’on vartarjú – daar de Yammersprok,
hudodraka shar’ilan door ’t joborkhaki boernozjor
en szajkóhukky canciaroccio zwateldrok! dzjabbersmok! ciciarampa krakelwok!
En saçman! en beuzelzwan! En zjabervolk en tarbormot!
monkerias el xerrapetaire javalogátor javaleão.
Dromeparden is de Sprok! Gans bavassin! — en met zijn barmaglot
jabarvaki hij mrtagamp-jorruline jubavocus rarrazoadao.
‘Hebt gij de Yammersprok jaguadarte zipferlak?
Taetriferocias Gabberbocchus! O hromoplkie van zlobudron!
Zrakonach in mijn chaebowoki konkolet, karazub jabarbak!’
bredoulochs zijn bormoetsjoen hem lahagon.
’t Was yavegou en de jxargonbeste loekomor
oebesjsjoer en koeterwaal in ’t kwebbelgnok:
bakasuri brabbelwog was daar de gloechomorr,
en de dzjambaliunas bar-yarbua jaguaboque.
Homptie Domptie zou voor elk woord vast een sluitende en afdoende maar geheel abuise verklaring kunnen vinden.
Dit stukje verscheen eerder, iets anders, als webfiltercolumn, hier. De kleurenprenten zijn afkomstig uit Lewis Carroll, Alice in Wonderland & in Spiegelland, vertaald door Robbert-Jan Henkes, met de oorspronkelijke tekeningen van John Tenniel, ingekleurd door Floris Tilanus, Van Oorschot 2025 (2024). L’arve et l’aume (een verbastering van l’oeuf et l’homme, de twee gesprekspartners in dit hoofdstuk) werd uitgegeven door L’arbalète in 1989. De exotische Jabberwock-namen komen merendeels uit Anna Kérchy, Kit Kelen & Björn Sundmark (ed.), A Companion to “Jabberwocky” in Translation, Malmö Studies in Children’s Literature, Culture and Media, Malmö University Press, 2024.




Reacties
Een reactie posten