563 Hoe ik mezelf van de verdrinkingsdood redde en ook het gedicht
Raadselrijmpjes ben ik nooit een fan van geweest. Waarschijnlijk omdat ik ze nooit kon raden. Of ook omdat ik het me op mijn fatsoen trok: geamuseerd wil ik worden, niet betrokken, doe je werk, werk! Kruiswoordraadsels heb ik ook nooit gekund. Laat staan cryptogrammen. Finnegans Wake wordt wel eens met een cryptogram vergeleken, maar het is heel wat anders, ook het vertalen van Finnegans Wake. In cryptogrammen heb je namelijk altijd een ‘juiste’ oplossing, die de maker verzonnen heeft, en waarvan ik dus altijd ga steigeren. Zeg het dan meteen, in plaats van mij met een raadseltje op te zadelen! Daarentegen zijn er in Finnegans Wake geen juiste oplossingen, en dat is het mooie eraan. Je mag er alles in leggen en achter zoeken, daar nodigt het juist toe uit.
Toch kan er wel eens iets door de war raken en als mikadostokjes door elkaar, en dan moet je het weer goed zetten, zo goed en kwaad als dat kan. Het volgende hopeloos in de war-gedicht, dat ook zo heet, Hopeloos in de war gedicht, is op de een of andere manier bij het overschrijven hopeloos in de war geraakt, en moet dus, wil je er een touw aan kunnen vastknopen, uit de war worden gehaald. De linkerhelft van de regels staat goed, maar de rechterhelft is verdwaald. Wat hoort bij wat? Wie helpt de arme dichter de stukjes weer bij elkaar te krijgen? Hopeloos in de war gedicht
Ik was aan het hollen niet gillen of krijsen.
Ik viel in het water met mezelf lopen pronken,
Ik bleef heel rustig want ik kon wel drijven.
Zo wist ik een tijdje en ik kon niet remmen.
Ik ging niet spartelen boven water te blijven.
Toen wist ik me weer was ik zeker verdronken.
Nu wil ik echt niet terug aan land te hijsen.
Maar als ik er niet was en ik kon niet zwemmen.
Na veel puzzelen, heel veel puzzelen, want ik ben puzzelen helemaal niet gewend, ik heb er een hekel aan, kwam ik er toch uit, en heb ik het gedicht uit de war gehaald – en wat bleek: het is nog een leuk gedicht ook! Spannend, over een waaghals die ook een opschepper is en die zichzelf een schouderklopje geeft voor het er op het nippertje levend afgebracht hebben. Dus hoe het ooit door de war is geraakt, ik weet het niet.
Hopeloos uit de war gedicht
Ik was aan het hollen en ik kon niet remmen.
Ik viel in het water en ik kon niet zwemmen.
Ik bleef heel rustig want ik kon wel drijven.
Zo wist ik een tijdje boven water te blijven.
Ik ging niet spartelen niet gillen of krijsen.
Toen wist ik me weer terug aan land te hijsen.
Nu wil ik echt niet met mezelf lopen pronken,
Maar als ik er niet was was ik zeker verdronken.
Maar wacht is even. Het kan ook anders. Ik kan ook de rechterhelft, de rijmende kant intact laten en de linkerkant door elkaar husselen. Zou dat iets leukers opleveren, leuk in de zin van raadselachtiger en dat de zinnen van zichzelf nog een rare boodschap hadden?
Gebod 7 van Tsjoekovski’s 13 geboden voor het schrijven (en dus vertalen) van kindergedichten luidt namelijk, dat naar de rijmwoorden in de regels syntactisch genadeloos moet worden toegewerkt en ze moeten het belangrijkste woord in de zin zijn. Zijn lakmoesproef: hij bedekt de linkerhelft van de bladzijde met zijn hand, en als hij aan de rijmwoorden op de overgebleven rechterhelft niet kan zien waar het over gaat, moet het gedicht terug naar de garage. Laten we eens proberen. Ik ging niet spartelen en ik kon niet remmen.
Maar als ik er niet was en ik kon niet zwemmen.
Toen wist ik me weer want ik kon wel drijven.
Nu wil ik echt niet boven water te blijven.
Ik was aan het hollen niet gillen of krijsen.
Zo wist ik een tijdje terug aan land te hijsen.
Ik viel in het water met mezelf lopen pronken,
Ik bleef heel rustig was ik zeker verdronken.
Ik denk niet dat deze beter is dan de eerdere verhusselde versie waarbij het tweede deel van de regel op een andere plaats terecht is gekomen. Volgens mij is het omdat deze versie al rijmt en daarom al een soort begrijpelijkheid. Ja, het is zelfs zo, dat je met het tweede deel van de regels het hele verhaal al zo goed als kan volgen, en daarmee is het raadsel weg en het raadseltje ook mislukt. Dus áls er verhusseld moet worden (en dat is een heel groot als, want het gedichtje staat me aan zoals het is, goed dus, met alle ledematen op hun plaats), dan liever de tweede helften en niet de eerste helften.
Maar er is niks mis met het gedicht als zodanig, en dus plak ik het weer aan elkaar en ik noem het:
Als ik er niet was
Ik was aan het hollen en ik kon niet remmen.
Ik viel in het water en ik kon niet zwemmen.
Ik bleef heel rustig want ik kon wel drijven.
Zo wist ik een tijdje boven water te blijven.
Ik ging niet spartelen niet gillen of krijsen.
Toen wist ik me weer terug aan land te hijsen.
Nu wil ik echt niet met mezelf lopen pronken,
Maar als ik er niet was was ik zeker verdronken.
_____
De illustratie is van Joeri Molokanov bij het gedicht Zeemeermin (Русалка) van Agnia Barto uit de bundel Ik weet wat we moeten bedenken (Я знаю, что надо придумать), verzameld in Voor kinderen (Детям), 1977, blz. 85, en van Jekaterina Vorobjova, licht gefotosjopt, bij hetzelfde gedicht van Barto, in een boekuitgave uit 2025. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Toch kan er wel eens iets door de war raken en als mikadostokjes door elkaar, en dan moet je het weer goed zetten, zo goed en kwaad als dat kan. Het volgende hopeloos in de war-gedicht, dat ook zo heet, Hopeloos in de war gedicht, is op de een of andere manier bij het overschrijven hopeloos in de war geraakt, en moet dus, wil je er een touw aan kunnen vastknopen, uit de war worden gehaald. De linkerhelft van de regels staat goed, maar de rechterhelft is verdwaald. Wat hoort bij wat? Wie helpt de arme dichter de stukjes weer bij elkaar te krijgen? Hopeloos in de war gedicht
Ik was aan het hollen niet gillen of krijsen.
Ik viel in het water met mezelf lopen pronken,
Ik bleef heel rustig want ik kon wel drijven.
Zo wist ik een tijdje en ik kon niet remmen.
Ik ging niet spartelen boven water te blijven.
Toen wist ik me weer was ik zeker verdronken.
Nu wil ik echt niet terug aan land te hijsen.
Maar als ik er niet was en ik kon niet zwemmen.
Na veel puzzelen, heel veel puzzelen, want ik ben puzzelen helemaal niet gewend, ik heb er een hekel aan, kwam ik er toch uit, en heb ik het gedicht uit de war gehaald – en wat bleek: het is nog een leuk gedicht ook! Spannend, over een waaghals die ook een opschepper is en die zichzelf een schouderklopje geeft voor het er op het nippertje levend afgebracht hebben. Dus hoe het ooit door de war is geraakt, ik weet het niet.
Hopeloos uit de war gedicht
Ik was aan het hollen en ik kon niet remmen.
Ik viel in het water en ik kon niet zwemmen.
Ik bleef heel rustig want ik kon wel drijven.
Zo wist ik een tijdje boven water te blijven.
Ik ging niet spartelen niet gillen of krijsen.
Toen wist ik me weer terug aan land te hijsen.
Nu wil ik echt niet met mezelf lopen pronken,
Maar als ik er niet was was ik zeker verdronken.
Maar wacht is even. Het kan ook anders. Ik kan ook de rechterhelft, de rijmende kant intact laten en de linkerkant door elkaar husselen. Zou dat iets leukers opleveren, leuk in de zin van raadselachtiger en dat de zinnen van zichzelf nog een rare boodschap hadden?
Gebod 7 van Tsjoekovski’s 13 geboden voor het schrijven (en dus vertalen) van kindergedichten luidt namelijk, dat naar de rijmwoorden in de regels syntactisch genadeloos moet worden toegewerkt en ze moeten het belangrijkste woord in de zin zijn. Zijn lakmoesproef: hij bedekt de linkerhelft van de bladzijde met zijn hand, en als hij aan de rijmwoorden op de overgebleven rechterhelft niet kan zien waar het over gaat, moet het gedicht terug naar de garage. Laten we eens proberen. Ik ging niet spartelen en ik kon niet remmen.
Maar als ik er niet was en ik kon niet zwemmen.
Toen wist ik me weer want ik kon wel drijven.
Nu wil ik echt niet boven water te blijven.
Ik was aan het hollen niet gillen of krijsen.
Zo wist ik een tijdje terug aan land te hijsen.
Ik viel in het water met mezelf lopen pronken,
Ik bleef heel rustig was ik zeker verdronken.
Ik denk niet dat deze beter is dan de eerdere verhusselde versie waarbij het tweede deel van de regel op een andere plaats terecht is gekomen. Volgens mij is het omdat deze versie al rijmt en daarom al een soort begrijpelijkheid. Ja, het is zelfs zo, dat je met het tweede deel van de regels het hele verhaal al zo goed als kan volgen, en daarmee is het raadsel weg en het raadseltje ook mislukt. Dus áls er verhusseld moet worden (en dat is een heel groot als, want het gedichtje staat me aan zoals het is, goed dus, met alle ledematen op hun plaats), dan liever de tweede helften en niet de eerste helften.
Maar er is niks mis met het gedicht als zodanig, en dus plak ik het weer aan elkaar en ik noem het:
Als ik er niet was
Ik was aan het hollen en ik kon niet remmen.
Ik viel in het water en ik kon niet zwemmen.
Ik bleef heel rustig want ik kon wel drijven.
Zo wist ik een tijdje boven water te blijven.
Ik ging niet spartelen niet gillen of krijsen.
Toen wist ik me weer terug aan land te hijsen.
Nu wil ik echt niet met mezelf lopen pronken,
Maar als ik er niet was was ik zeker verdronken.
De illustratie is van Joeri Molokanov bij het gedicht Zeemeermin (Русалка) van Agnia Barto uit de bundel Ik weet wat we moeten bedenken (Я знаю, что надо придумать), verzameld in Voor kinderen (Детям), 1977, blz. 85, en van Jekaterina Vorobjova, licht gefotosjopt, bij hetzelfde gedicht van Barto, in een boekuitgave uit 2025. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.



Reacties
Een reactie posten