605 Iemand klopte

   Maar het liefste schrijf ik kinderliedjes, of in elk geval dingen om. te kunnen zingen op willekeurig welke melodie, op één voorwaarde en dat is dat ze gans ongaar onnozel zijn. Waarom houd ik toch zo van onnozelheid? Van domheid en snotneuzen? Van onschuld en naïviteit? Waarschijnlijk omdat dat het is wat mensen het eerst en onherstelbaarst en jammerlijkst kwijtraken als ze groot worden: onnozelheid is kinderlijkheid en kinderlijkheid is goddelijkheid.

   Dit liedje lijkt op andere liedjes die ik geschreven heb, bijvoorbeeld het liedje over een liedje willen zingen maar niet weten waar het over moet gaan, hier. Maar wat het verhaal betreft, het mini-epos dat erin verpakt zit, een Homerus waardig, dat heb ik – of heb ik niet, ik weet het niet meer, misschien heb ik het wel geheel en onafhankelijk en van mezelf bedacht, zulke dingen gebeuren en kunnen de besten overkomen – mogelijk van een gedichtje van Charms, dit, uit Hé, waar zijn mijn kindjes, de door M10 uitgegeven prachtbundel met een onbekend aantal onbekende Charms-gedichten, zie hier, en dat ik zo vertaalde:
Specht tikt,
Uil geeuwt,
De deur zwaait woedend open.
Uil schrikt,
Eekhoorn schreeuwt,
En specht – is weggekropen.

   Iemand klopt, maar je weet niet wie. In de illustratie waarbij het Charms-gedichtje is gemaakt wordt duidelijk dat het de specht is die had geklopt, maar bij mij blijft alles in het duister gehuld. Op die manier is het wel een beetje een horror-movie voor de allerkleinsten, besef ik nu.
   Enfin, een onnozel liedje is het wel, met maar één pretentie en dat is pretentieloosheid.

Iemand klopte

Iemand klopte
iemand klopte
klopte zachtjes op het hout
van mijn deurtje
van mijn deurtje
in het grote zwarte woud

Ik ging kijken
ik ging kijken
wie daar klopte o zo zacht
bij het vallen
bij het vallen
bij het vallen van de nacht

Ik deed open
ik deed open
en ik zei kom er maar in
maar zag niemand
maar zag niemand
niemand anders dan een spin

Stil aan ’t weven
stil aan ’t weven
van haar web tussen het gras
ik denk niet dat
ik denk niet dat
ik denk niet dat die het was

Er er kroop een
en er kroop een
slakje langzaam door het riet
maar die was het
maar die was het
denk ik eigenlijk ook niet

En nu weet ik
en nu weet ik
niet wie bij me heeft geklopt
of heeft hij zich
of heeft zij zich
daarna soms weer snel verstopt?
_____

Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.

Reacties

  1. Ik vind het mooi, bijna helemaal af. Maar de laatste regels kunnen iets spannender, à mon avis, vanwege het lekkerdere voorlezen:
    of heeft die soms
    of heeft die soms
    zich daarna weer snel verstopt

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, het is een worsteling. Ook de laatste regel van de eennalaatste strofe kostte en kost me hoofdbrekens. Ik weet niet of ik het je herschrijving helemaal volg. Er zit een zware klemtoon op de eennalaatste lettergreep van de herhalende regel, en dan is "zich" lijkt me beter als laatste lettergreep dan "soms". Probeer ik het zo:
         of heeft die zich
         of heeft die zich
         soms daarna weer snel verstopt?
      Nee, ik hou de laatste regel zoals hij is. Afwachten maar wat de toekomst brengt.

      Verwijderen
  2. Ook mooi, die, en ja, aan rijmen kan je blijven schaven. Als je haar maar goed zit!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

met onder meer de afgelopen tijd

609 Inspiratie

610 Het eerste boek dat ik zelf las

608 Klinke klanke

362 Ik wou graag een liedje zingen

325 Een gloednieuw boek van Charms

607 Frits en Yorick

76 Andermans Tsjechovs

606 Eendje vond een boterham

345 Register & Inhoud VandaagsVertaalProbleem (cumulatief)