583 Het zingende nijlpaard verliteratuurd afl. 3
in de verliteraturing van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes
O waarom weten zij niet wat er gaat gebeuren! O, waarom weten zij minder dan wij! Waarom ontsnapt het inzicht aan hun ongeloof? Het ongeluk is nooit zo erg of het kan nog erger, en zo gauw je denkt: ik heb een auto-ongeluk gehad, dus het ergste heb ik nou wel achter de rug en de kiezen en zoiets zal me niet licht nog een keer overkomen, statistisch gesproken, wees er dan van overtuigd dat de goden zullen samenspannen en alles zullen doen wat in hun almacht ligt om u te wijzen op de nietigheid van uw bestaan. Smak! zei de zwartgepantserde Citroën van Lambik tegen de boom. Noord! zei zijn stem toen Wiske hem vroeg nog iets te zeggen. De profeterende wondendokter, in wie alleen onder de mensen de waarheid woont, want zijn naam was Pistoors, hetgeen in het West-Sanskriet betekent ‘luistert!’, kwam, zag, en waarschuwde voor wrede dingen die zouden kunnen gebeuren, als de patiënt ’s nachts alleen gelaten zou worden. En als een uil in de donkerte die ons met zijn ge-oehoe wekt, en opwiekt op jacht naar muizen die nietsvermoedend hem niet kunnen ontlopen, als de mens zijn noodlot – oeioei! aiai! oioi! – zo ontvouwde het drama zich als, zo gauw de deur dichtvalt achter de dokter, Wiske wiedeweergaas langs de trapleuning naar beneden komt suizen, slechts gekleed in haar pyama en Teen Spirit No.9, een kruising tussen kaarswalm en verbrand vlees met een zweem van rotte viooltjes in een bedje van lepreus afgevallen duiventenen.
– Hewel, tante? Wat heeft de dokter gezegd?
O vraag toch niet, onschuldig wicht met uw beminnelijke strikje op het eierhoofd! Wees stil. Wees lijdzaam. Wees wijs. Waartoe die vragen naar de bekende weg? Waartoe die nieuwsgierigheid? Heeft uw leven niet aan menig zijden draadje gehangen? Is uw nieuwsgierigheid niet genoeg bestraft of bevredigd geworden? Is het niet veel fijner om die kelk aan u voorbij te laten gaan, en eens lekker thuis te blijven zitten en een avontuur van niks mee te maken, of niks van een avontuur? Een huiselijk avontuur als het ware, gewoon zoals het in de meeste gezinnen toegaat? Opstaan, ontbijten, naar school, aan het werk, aan het huishouden, spelen in de onmiddellijke nabijheid van het ouderlijk/voogdelijk huis, avondeten, teevee, boekje lezen en dan naar bed? Waartoe die hang, die drang naar vreemde verre gevaren, die golvenomklotste geheimenissen die des mensen ogen beter verborgen bleven? Weet dat onder elke deksel een beerput ligt en achter elk verlangen de spijt op de loer. Gelijk elke voorkant een achterkant heeft en de kameel niet alleen twee bulten maar ook vier poten, zo zullen woorden tot daden leiden, en daden tot woorden en zo verder in een eindeloze band van Moebius waarop men zichzelf nooit meer zal tegenkomen. O Wiske! Zwijg! Versluit uw muil met zeven sleutelen, en verspreid die sleutelen over de vier windhoeken der aarde! Elk woord zal er een zijn op de verkeerde plek, opwekkend daden uit hun sluimering die liever bleven slapen, zo erg. Wij liggen hier zeg maar op de pijnbank van de twijfel en de angst, het ergste vrezend, niet wetend van welke kant het komt, links of rechts, met zijn moordglans van zwartblauwe drakenblik. En waar haalt u trouwens de tijd vandaan? Moet u niet eens naar school? Iets nuttigs leren? Boodschappen doen voor bejaarden desnoods? Oei-oei! O-o-o-o!
En gij, tantetje-lief, antwoord niet, maar doe iets! Grijp in, en zorg dat uw ingrijpen juist niet het averechtse effect heeft. Laat uw handen sturen door voorzienigheid van de oppermachtige! Billenkoek! Driewerf billenkoek! Hebt gij nog niet genoeg ervaren in uw halsbrekende noodlottartende capriolen tot nu toe? Hebt gij nog niet genoeg het lid op uw fors uitgevallen langwerpige reukorgaan gekregen? Heeft deze Lambik over wie u zo moederlijk waakt u niet genoeg de afgebeten nagels onder het bloed vandaan gehaald? Denk aan alle pijn en alle leed die Roekeloosheid u reeds bracht! Gedenk het wolfijzer in Chocowakije - au-au! oei-oei! Gedenk de haakbuskloppen op Amoras - au-au! oei-oei! Gedenk de knots van de mottenvanger, de stort van de rotsen en de klap tegen de boom! - au-au! oei-oei! Gedenk de zwerm der duiven in uw aangezicht op Amoras! Gedenk ook de honger op datzelfde Amoras, de martelkelder van de Zwarte Madam en de klap met de kolf van Savantas - au-au! oei-oei! Moeten wij u nog meer pijnlijke zijnservaringen in herinnering roepen? De slag met de plu die Lambik u gaf, later op nog immer datzelfde Amoras, weet u die nog? Uw vernielde mingvaas en uw gebombardeerde goudvissen, weet u die nog? De keer dat u onder een stoere eikeboom door een resusachtige bliksem werd getroffen en in haar magnetische veld werd meegesleurd doorheen de grijze nevelen der voorbije eeuwen naar het jaartal 54 voor Christus, om daar te worden geveld door een amfoor op het achterhoofd tijdens een bruut zwaardgevecht met de Eburonen en later met een bierpul op uw facie? Weet u nog, de zweterige berenhuid waarin u moest rondwaren om Lambik en uw bloedjes van kozijnen te redden? De botsing met de muur op de rug van Arthur de tsjip-tsjip broer van Lambik? Uw voet in de vleesmolen toen de bokkerijders voor de deur stonden? O en meer nog, alle zenuwen en zorgen als de ganse familie weg was, het verleden in of achter vliegende apen aan, of witte uilen, bibbergoudmijnen en prinsesjes van zagemeel — en u zat thuis, onmachtig en onwetend! Hebt gij dit alles niet aan den spille lijve geleden? En niet alleen om uwen Sus en uwen Wis, nee, ook maar al te vaak om hém, om hem die gij nu met ontferming en erbarmen zit te bemoederen en te beredderen, deze aartsdwaas, deze zevenslotenloper, deze pintelierder van zevenenzeventig plagen. Is hij het waard? Vraag het u in kalme gemoede af. Werp de schellen van uw ogen, en zie hem zoals hij is. Een snijboon noemde hij u, een valse tik. Maar u bleef hem met engelengeduld en onbegrijpelijke zelfopoffering beschermen en redden uit de nood, waar en wanneer die zich voordeed en dat was overal en altijd.
O tante, en dan de avonturen voor het weekblad Kuifje waar u zelfs helemaal niet in mocht voorkomen en verschijnen, net als Schalulleke en de goede Barabas! U bent eruit geschreven, weggeretoucheerd wegens te lelijk, waar geen hertekening meer iets aan kon verhelpen – o Sidonie, vermoeden wij, o schone maagd dat zij hebben gezegd en niet op ons gezag, O schone Sidonie, aldus versmaad door de blinden van ogen en de onverlaten van fatsoen, toen uw schepper een gedeelte van zijn ziel aan de duivel verkocht en met de glorix door zijn Breugheliaanse familie ging om de zogeheten Blauwe Reeks tot stand te brengen - verfoeid zij haar naam en bestaan! Lambik verloor zijn niet-functionele buikvetten en kreeg een brede, waarlijk anatomische borstkas daarvoor in de plaats plus vele onvermoede kwaliteiten zoals de edele schermkunst, en Wiske kreeg krulletjes en werd stakkerig verstandig, Suske bleef dezelfde, wellicht nog een tintje kleurlozer, als de padvinder van koninklijke bloede die Hergé van Kuifje had willen maken, als zijn strip daarvoor zelf niet al genoeg vitaliteit had bezeten. Maar uw veroverende Twiggy-gestalte, o ongelukkige tante, speelbal van het onfortuin, van boven en onder met markante, niet weg te denken of uit te gummen uitsteeksels bezet, moest wijken voor de kilte van de klare lijn en de goede en verantwoorde, kant-en-klaar burgerlijke, bijna Wallonisch-hoogmoedige smaak van Georges Rémi, alsof u nooit bestaan had! In de Blauwe Reeks bent u een non-entiteit. Geen eigen reeks heeft u gekregen, de Avonturen van Tante Sidonie rondom haar Huiselijke Haard, bijvoorbeeld. Had toch gekund? U bent gewoon spoorloos verdwenen, gezuiverd uit de geschiedenis. Geen wonder dat juist die Reeks de verhalen bevat waaruit de liefde is geweken, want u zijt de liefde die de avonturen doorstroomt. U bent de ware Vlaamse mater familias, uit het volk geboren, u bent de ketel die altijd op het vuur staat te pruttelen, de ultieme ratio dat iedereen tenslotte ook weer terugkomt om het ten goede gekeerde avontuur met een warme knipoog te besluiten.
O tante, dit loopt slecht af! Laat het dit keer zo ver niet komen! Zwijg en wees stil en probeer het onheil te keren dat naar beneden komt glijden met uw zorgeloze nichtje mee. Billenkoek! Driewerf billenkoek voor Wiske!
En tante spreekt, terwijl ze met haar straffe slof Wiske de gladgepolijste trapleuning weder op slaat, helemaal tot bovenaan:
– Wel alle donders! Dat komt half verongelukt thuis en dat ligt nog niet in bed! Allee, rap, hè!
Goed zo tante! Goed gedaan! Maar zal dat genoeg zijn? Zal hiermee het onbezonnen, stormbestookte tij ten hele gekeerd zijn, beter dan ten halve gedwaald? Of heeft de opwinding die Wiske u bezorgde wellicht nog vermoeider gemaakt zodat u straks uw ogen niet kan openhouden als dat nodig is? Heeft deze mep met de toffel uw laatste krachten net een tikkeltje te veel aangesproken? Oei-oei!
Wiske legt zich te ruste en Sidonie gaat aan het bed van een nog immer bewusteloze Lambik zitten, in zichzelf pratend met zachtmoedige stem maar met strenge blik, want een moederfiguur moet ook streng kunnen zijn:
– En die jannige ook al! Dan hebt gij op een dag uwe was, uwe kook en uwe stop gedaan en dan kunt ge ook nog gaan nachtwaken! Hij zou ook al beter trotinet rijden!
Maar ook op een autoped zou Lambik een brokkenpiloot zijn geweest. Alhoewel tante Sidonie erg vermoeid is, houdt ze zich geruime tijd flink wakker. O Sidonie! Tante der smarten, droef van harte! Wiskes natbekrete tante zat aan het ziekbed van haar gegalgde Bikske, hem betreurend, drukkig wenend, het hart beklemd van schroeven, maar haar ogen vallen weldra toe. Blijf toch waken, puik der maagdelijke loten, allerkuiste, gulgevulde, goedgevoede moederhand! Och och!
Ah, wat moederangsten lijdt zij! Laat haar toch haar pitten en en welverdiende ruste. Laat haar toch haar tranen plengen om zijn wonden die hem schonden en hem beroofden van ’t verstand, dat hij toch al niet bovenmatig bezat. Verblind door liefde en door tranen zakt zij weg in dromenland. Ach ach!
Het slagzwaard hangt reeds boven het pannendak en boven het touw dat het doek ophaalt boven dit avontuur, dat zich dan onherroepelijk zal dienen te ontrollen, met ongewisse uitkomst! De trekhaak hangt nog maar aan een flintertje chroom en welhaast stort de caravan zich in de appelbongerd. De kapitein ziet reeds de ijsbergen naderen maar denkt dat het aan zijn verrekijker ligt. De luchtschipcommandant legt zijn Zeppelin aan, genietend van het uitzicht over de wolkenkrabbers van de bedrijvige metropool. Ach wee, ach wee, ach en wee!
Sidonie neemt een boek om niet in slaap te vallen. Zo groot is haar plichtsbetrachting dat zij Het Verdriet van België ter hand neemt als opwekkend antislaapmiddel. Maar eilaas, eilaas, eilazen, de lectuur heeft de omgekeerde uitwerking van de beoogde. En de slaap komt toch, eerst op kousevoeten en dan met veel gestommel in het hoofd, vreemde beelden van woeste orgieën en hagedissen en tenslotte met een mokerslag op de hypothalamus. En buiten raast de storm en de gierende wind en de kletterende regen wiegen haar in coma, voorbij de remslaap waar geen menselijk leven meer mogelijk is, een dorre woestenij zonder zuurstof, niet voor niets ‘de kleine dood’ geheten.
Plots wordt tante, met het boek nog op schoot, door een koude windvlaag gewekt, die haar van twee hoedepinnen voorziene hoedje van het in slaap gedommelde hoofd doet waaien. O hoed! O wind! O kind van regen en vlaag!
– Kurieus? Dat venster sluit anders toch goed!?
Zij sluit het raam, doch niet dan nadat zij haar afgewaaide hoedje in het eloquente wit tussen twee plaatjes weder heeft opgezet, zo groot is haar decorum, zo groot en helder is zij van geest dat zij direct weet wat haar te doen staat als het onvermijdelijke reeds is geschied. En alsof haar hoedje dit zelf beseft (roepende van: Hoed je! Hoed je!) schiet het onmiddellijk autokinetisch rechtstandig omhoog de lucht in als tante constateert dat het zojuist nog door de bewusteloze Lambik beslapen bed leeg is van mens en levend omhulsel. O ziel, waarheen gaan uw wegen? Waar best u bleven?
– Heu!?!!!? Lambik!?? Weg!!!
Radeloos van paniek rept zij zich op de pantoffelen van huiselijkheid naar de telefoon van onverslijtbaar Belgisch bakeliet en belt dokter Pistoors, onderwijl liefdevol stampvoetend op dezelfde pantoffelen der huiselijkheid.
– Hallo! Hallo! Dokter ... hier tante Sidonie! Kom gauw ... Lambik is nergens te vinden! Hij is weg!!
Dokter Pistoors had haar al gewaarschuwd had en gewapend met dat inzicht dat hij niets kan doen voor een patiënt die er niet is – hij is immers dokter en geen illusionist die allerhande lichamen uit het niets kan terugtoveren – probeert hij niet alleen zijn eigen kalmte te bewaren maar ook die van tante Sidonie, die met de elleboog steun en rust zoekt op de commode in de hal.
– Madam Sidonie, als hij weg is, kan ik niets komen doen, hè. Maar hij zal terugkomen, hoor! Die barst in zijn schedel heeft van hem een slaapwandelaar gemaakt. Maak u maar geen zorgen!
‘Maak u maar geen zorgen!’ - dat is natuurlijk een gotspe! Heeft er ooit een ergere gotspe geklonken in het firmament? Als iemand zich zorgen maakt, als iemand de Zorg belichaamt, onbaatzuchtig geduldig aan de telefoon onder het kubistische stilleven met druiven, peren en meloenschijven, dan is het onze Sidonie.
Maar inderdaad, even voor de ontdane, zich over alles en iedereen ontfermende, van wee in de diepste voegen harer ziel overstelpte Heilige Tante wakker werd, heeft Lambik in zijn slaap en in geen andere kledij dan zijn hemelslichtblauwe pyama gehuld het huis verlaten, niet dan zonder een moment terug te keren in huis om zijn bolhoed op te zetten, toen hij merkte dat het regende op zijn met twee maal drie haren getooide gebarsten schedel. In de stormachtige nacht stapt Lambik in diezelfde hemelslichtblauwe pyama, maar getooid in idiosyncratische immers karakteristieke bolhoed, met de armen vooruit, in de typische houding die we van slaapwandelaars kennen, in de regen slapend verder, daarbij de van stripwege voor deze bijzondere slaaptoestand voorgeschreven z-en producerend. En geen mens weet waar hij zal ophouden ...
[wordt vervolgd]
Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.


Reacties
Een reactie posten