553 Onmogeloze rijmen en de Jaap Bakker

   Voor wie veel rijmt is de Jaap Bakker zijn beste vriend, ’s werelds beste rijmwoordenboek ooit, in elk geval van het Nederlands anno nu. Maar ook de Jaap Bakker kan niet alles. Als je bijvoorbeeld – en het gebeurt niet gek vaak, maar ook niet nooit – op het getal twaalf wil rijmen? Op raadsel? Op gordel? Op wulpst? Op tarwe, vroegte, kostelijk? Op gruwel, op midden, op aarzelt? Op slordig? Op nieuw – wat ook best nog al eens voor wil komen en je wil niet uitwijken naar een halfrijm op -uw? Heel vervelend is dat er niets rijmt op wereld, tenminste in de Jaap Bakker.[1] En als je plotseling een regel op andijvie hebt?

   Het klassieke onmogelijk berijmbare woord, herfst, kent in de nieuwste uitgave van Ik wou dat ik twee hondjes was op p. 182-184 een hele subsectie met wel zeven gedichten waarin op herfst gerijmd wordt, en daar staat mijn eigen herfstgedicht, Zwerf, zwerver, zwerfst nog niet eens bij.
         *

Al was ik van de drie het jongst,
ik zong, ik zong,
ik zong haar toe,
ik zong haar zo,
ik zong haar zongst.

         *

Al was de haring niet het nieuwst,
hij had een kieuw,
een kieuw? een kieuwer!
Nee, geen kieuwer,
maar een kieuwst!

         *

Al was het zomer en geen herfst,
de blaadjes waren bont geverfd,
zo bont, zo bont geverfd,
geverfder
dan geverfdst.

         *

Wat eet uwe,
wat eet uwe,
wat eet uwedele?
Appeltjes eet uwe,
appeltjes eet uwe,
appeltjes uit de Betuwe.

         *

Ik vind een ei vies,
ik vind een prei vies,
ik vind ze allebei vies,
viezer dan de vieste
spinazies en andijvies.

         *

De Noorse kust
is erg fjordig,
rafelig
en gewoon – slordig.

         *

Van het Hebreeuwse alfabet
is letter nummer één
de alef,
maar wat, maar wat
is letter nummer twalef?

         *

De tulp is het tulpst
als hij open gaat,
de pulp is het pulpst
als hij stropen gaat,
de wulp is het wulpst
als hij lopen gaat.

         *

‘Kerelt!’
zei een zwammert
van een Rotterdammert
als ie in de spiegel keek,
‘Jij hier op de wereld!’

   Alles kan berijmd worden, zoals uit bovenstaande blijkt, als je maar je best doet – maar of het geslaagde gedichten zijn, is vraag tweedst.

Noot
[1] Toch! Ik vond zojuist in de wereldliteratuur wat rijmen op wereld, bij C.S. Adama van Scheltema, die altijd heel bijzondere en bijzonder prachtige liedjes-gedichten maakt. In de laatste regels van Voorjaarsmiddag uit 1918 rijmt hij ‘Een veertje dat er nederdwerelt’ op ‘Er is iets heel liefs in de wereld’, hier, het tweede gedicht in de bundel. Allemaal bezingen ze de natuur op de enig mogelijke manier, namelijk door te zingen.

De illustraties: Mijn tweede Jaap Bakker, Nijgh & Van Ditmar 2012, toen de eerste op was; ik heb inmiddels mijn derde. Zwerf zwerver zwerfst is geknipt uit de dubbele pagina van Marga van den Heuvel in Jij met mij, Querido 2016, ook door mij in het Engels vertaald voor Simpel Is op ooteootoe op 24 november 2023, waar ook de hele dubbele pagina uit Jij met mij staat afgebeeld. Ik wou dat ik twee hondjes was, Nederlandse nonsenspoëzie en plezierdichterij van de 20ste en 21ste eeuw, samenstelling Vic van de Reijt, Prometheus 2018, met daarin geen Zwerf, zwerver, zwerfst maar wel op p. 20 en 109 De meester die het allemaal niet meer wat (het laatste woord abusievelijk afgedrukt in de titel als weet) en Paddenconferentie uit Wit als een wat, Querido 2018.

Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

552 Tweedst

551 Vysotski besproken

550 Joepie Joepie

540 Een feest van onverzorgd Nederlands

499 Infinite Jest

162 Hoe schrijf en vertaal je Russische kindergedichten?

345 Register & Inhoud VandaagsVertaalProbleem (cumulatief)

340 Jan Klaassen, de Nederlandse Petroesjka (9)

43 Ontegenovergestelden