136 Tsjechovs ravijn

   Ik ben met een langjarig project bezig. Al zo’n jaar of tien, schat ik. Het schiet op. Ik heb de laatste tijd een paar doorbraken gehad, die me misschien de juiste kant op sturen.
   Het gaat om een vertaling. De vertaling van een verhaal van Tsjechov om precies te zijn. Of liever gezegd de titel van een verhaal van Tsjechov. Alleen de titel, want die is raar.
   Het gaat om het verhaal В овраге (V ovrage) en dan om de vragen a) wat is een ovrág? en b) hoe vertaal je het hier?
   De woordenboekbetekenis is kloof, ravijn.
   Ravijnen? In Rusland? Precies, dat is het hele eiereneten. Het klinkt raar.
   In het bewuste ravijn ligt een dorp, Oekleëvo, compleet met kerk en katoenververij die je vanaf de grote weg en van het station met hun toren en fabriekspijpen boven het ravijn ziet uitsteken.
   Dus zo diep is het ravijn niet.
   En wie bouwt er nu een dorp in een kloof of ravijn? Er passen, leren we later, zelfs hele graanvelden in.
   Dus is het wel een ravijn, die ovrag?
   Kunnen we het wel een ravijn noemen?
   Ja, wat is een ravijn eigenlijk???
   Als je er maar lang genoeg over nadenkt wordt elk woord raar en onbegrijpelijk.
   De betekenis van een woord ligt immers in zijn gebruik, en niet in wat het woordenboek zegt. Het woordenboek is een richtingaanwijzer die je zo snel mogelijk niet moet volgen.
   Woordvertalingen zijn als synoniemen: ze bestaan niet.
   Betekenissen kunnen elkaar deels overlappen, venndiagrammatisch, maar wat je waar en wanneer zegt is louter contextafhankelijk. Zonder context begin je niets.
   Glasses zijn glazen en een bril, maar wat het is, hangt van de context af. Bril is een ding op je neus en een ding op de wc-pot. Neus en plee zijn zonder context ook niet uitwisselbaar.
   Alles betekent ook wat anders. Alles kun je ook anders zeggen. Of helemaal niet. (De geprefereerde optie vaak.)
   Een ovrag is een lange, diepe geul of sleuf in het landschap, meestal uitgesleten door een rivier, aldus de monumentale Dal. Je zou derhalve kunnen denken aan een geuldal zoals er meerdere door ons Zuid-Limburgs schoon meanderen. Misschien is dat wel een vertaling die het overwegen waard is, In het geuldal.
   Maar laat ik niet te hard van stapel lopen.
   In de eerste regel wordt meteen een beeld geschetst van het dorp. Ik heb vijf vertalingen gevonden, waarvan een uit 1904, een anonieme– misschien wel de vroegste Nederlandse Tsjechov-vertaling. Op de titelpagina staat ‘uit het Russisch’ maar waarschijnlijk istie uit het Duitsch, afgaande op de manier waarop eigennamen worden gespeld, en ook de eerste regel al met z’n der en zien kon.
   Verder heb ik Charles B. Timmer (1958), M. Budimir en Theo J. van der Wal (1973), Aai Prins (2010), en Hans Boland (2021):

Het kerkdorp Uklejewo lag in de kloof, zoodat men van den grooten weg en van het spoorwegstation slechts den kerktoren en de schoorsteenen der katoenfabrieken zien kon. (1904)

Het dorp Oeklejewo lag in een ravijn, waardoor je van de straatweg af en ook van het station alleen maar de klokketoren kon zien en de schoorstenen van de katoenfabrieken. (1958)

Het dorp Oeklejewo lag in het ravijn, zodat vanaf de grote weg en het spoorwegstation alleen de kerktoren en de schoorstenen van de katoenfabrieken te zien waren. (1973)

Het dorp Oeklejevo lag in een ravijn, zodat vanaf de straatweg en het station alleen de klokketoren en de schoorsteenpijpen van de sitsfabrieken zichtbaar waren. (2010)

Oekleëvo lag in een door erosie ontstane groeve, zodat je vanaf de grote weg en vanuit het treinstation alleen de kerktoren en de fabriekspijpen van de textieldrukkerijen kon zien. (2021)

   Drie ravijnen, één kloof en één groeve.
   Groeve is een interessante oplossing, die eerst verkeerd lijkt te zijn, want een groeve is altijd een afgraving en dat is hier niet het geval. Daarom preciseert Boland in vertaling ‘een door erosie ontstane groeve’ waardoor het niet verkeerd is. Bovendien legt hij de keuze voor groeve uitgebreid en overtuigend uit in het begeleidend schrijven bij zijn compilatie van dertig Tsjechov-verhalen. Hij is gecharmeerd van het woord groeve, omdat het een synoniem van graf(kuil) is en als zodanig past als een dekseltje op het potje van dit allergruwelijkste verhaal, ‘een cadeautje van het Nederlands waar Tsjechov misschien wel jaloers op was geweest.’
   Ook Boland vindt ravijn raar. De ondiepte is, schrijft hij – en toen begon ik te denken – ‘voor die streek misschien diep en steil, maar niet diep genoeg voor een ravijn of kloof.’
   Aha. Is het dan misschien in het Russisch ironie? Of overdrijving, tegen al dan niet beter weten in? Een beetje zoals wij in Nederland iedere molshoop een berg noemen? Dat is geen greppel, joh, dat is een ravijn!
   Het woord ovrag is in het Russisch niet direct verbonden met bergen. Voor kloven en ravijnen in bergen is een ander woord (ущелье, oesjélië). Terwijl in een plat landschap, als dat plotseling een scherpe, steile ondiepte vertoont van een paar meter, die aardrijkskundige bijzonderheid een of de ovrag wordt genoemd.
   In het dorp Oekleëvo lijkt iets dergelijks aan de hand te zijn. Het is met andere woorden daar in Oekleëvo een letterlijke Russische ovrag, geen figuurlijke.
   Maar een letterlijk Nederlands ravijn is het niet, hoogstens een figuurlijk. Net zoals het alleen figuurlijk een kloof is of een groeve.
   Figuurlijk kun je er alles van maken. Maar is er ook een woord dat de ligging beter vangt? Een geul, een geuldal, een sleuf?
   In het ravijn is het dus niet, zover was ik.
   Misschien wordt de letterlijkheid én de figuurlijkheid wel het best door het woord afgrond gevangen.
   In de afgrond.
   Een gelukkig toeval is dat ovrag en afgrond heel wat klinkers en medeklinkers gemeen hebben. Ze klinken sterk naar elkaar. En alle afgrondelijke connotaties van het Nederlandse woord maken van afgrond nog een groter cadeautje dan Bolands groeve.
   Maar toen las ik iets waardoor In het ravijn toch weer wat aannemelijker leek te worden als ‘correcte’ vertaling.

_____
   Verwijzingen. Voor de woordenboekomschrijvingen van овраг, zie hier. De vijf vertalingen: NN, in Anton Tschechoff, In kleine stad. Schilderingen uit het Russische volksleven, Uitgevers-bureau Vonk, Zeist 1904 op deplher.nl, hier); Timmer, in Tsjechow, Verhalen 5, 1896-1903, Van Oorschot 1958; Budimir en Van der Wal, in Anton Tsjechow, 15 beroemde verhalen, L.J. Veen 1973; Prins, in Anton P. Tsjechov, Verzamelde werken, deel V, Van Oorschot 2010; Boland, in Anton Tsjechov, De dertig beste verhalen, Athenaeum—Polak & Van Gennep 2021. Bolands uitleg is te vinden in het zeer aanbevelenswaardige Het Nederlands van Tsjechov, Pleidooi voor een emancipatie van de vertaalkunst, Pegasus 2021.

Reacties

met onder meer de afgelopen maand

138 Vertalen met DeepL

140 Vertalen met DeepL vervolg

137 Multatuli’s ravijn