Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
545 Tweede kerstdag: tango op de taiga
Met name de slotfiguur
van de tango tussen hert en beer
was zo geslaagd, zo puur natuur
dat de jury riep om meer! meer! meer!
_____
Bron: togdazine. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Gerard Reve schreef brieven alvorens zich te zetten tot de sisyfusarbeid van het nooit voltooibare maar uitendelijk wel afgeschreven Boek van Violet en Dood . Willem Wilmink vertaalde een potje om in de schrijfstemming te komen voor zijn eigen kinderliedjes en gedichten. Maar wat als je core business brieven schrijven is? Of erger nog, vertalen? Hoe moet je dan de schrijfhand de ochtendlijke warming-up geven? Laten buigen en strekken en de voorgeschreven Pilates-oefeningen doen? Door een potje proza of poëzie te schrijven? Of Wilminks vertalingen ooit zijn uitgegeven weet ik niet, maar ik weet wel dat vele lezers en lezeressen Reve’s brievenwerk meer waarderen dan zijn verhalend proza. Zo zie je maar. (Wat zie je dan? Ja, dat weet ik niet. Maar zo zeg je dat.) Zelf schrijven blijft, hoe je ook wendt of keert, een soort afreageren. Verwerken. Sublimeren. Iets wringt. Iets laat je geen rust. Ie...
Maar het liefste schrijf ik kinderliedjes, of in elk geval dingen om. te kunnen zingen op willekeurig welke melodie, op één voorwaarde en dat is dat ze gans ongaar onnozel zijn. Waarom houd ik toch zo van onnozelheid? Van domheid en snotneuzen? Van onschuld en naïviteit? Waarschijnlijk omdat dat het is wat mensen het eerst en onherstelbaarst en jammerlijkst kwijtraken als ze groot worden: onnozelheid is kinderlijkheid en kinderlijkheid is goddelijkheid. Dit liedje lijkt op andere liedjes die ik geschreven heb, bijvoorbeeld het liedje over een liedje willen zingen maar niet weten waar het over moet gaan, hier . Maar wat het verhaal betreft, het mini-epos dat erin verpakt zit, een Homerus waardig, dat heb ik – of heb ik niet, ik weet het niet meer, misschien heb ik het wel geheel en onafhankelijk en van mezelf bedacht, zulke dingen gebeuren en kunnen de besten overkomen – mogelijk van een gedichtje van Charms, dit , uit Hé, waar zijn mijn kindjes , de...
– Kijk mij eens lekker leggen, zei ik. Waarop ik, voor de gein: – Dat ken je zo niet zeggen, tenminste denk ik volgens mijn. Ik boos: – Je ziet me leggen toch? Of maggen we dat niet? Wat bomt het wat hun zeggen? Het is gewoon hoe ik het ziet. Uit. Een versje geïnspireerd op en door en in en uit een Russisch versje waarin de klemtonen niet gelegd worden waar ze normaal gesproken thuishoren, een folkloristisch versje dat iedereen kent en geheel en al anoniem is, omdat niemand zijn of haar naam heeft willen zetten onder deze aan de laars lapperij van de niet overal even heldere of consequente en daarom door jonge taalleerders dikwijls met veel fantasie en vermakelijkheid toegepaste Russische accentregels, juist als ze de regels doorkrijgen en het correct willen doen. Het gaat zo, en de bewuste klemtonen zijn vetgedrukt en in kapitaal: я си жу на бере гу не мо гу под нять но ГУ не но ГУ , а но гу все равн о не МО гу Verletterlijkt: ...
Hoe is het zo uit de bocht kunnen vliegen? Hoe heeft het zo anders kunnen worden, mijn vertaling vergeleken met Carrolls origineel? Ik leg dat enigszins uit in het stukje voor Awater , hieronder in de tijdschriftspread. Maar er is meer. Meer van hetzelfde, akkoord, maar dat komt omdat het allemaal waar is, wat ik zeg. Het zou niet goed zijn als het nu ineens iets anders was. Dat zou het vertrouwen in het waarheidsgehalte van mijn beweringen al te zeer aantasten. Toen ik begon met het vertalen van de Snark , dacht ik nog dat ik tamelijk getrouw de woorden en de dichterlijke middelen van Carroll kon overnemen, hap snap en borrel, maar die illusie duurde maar één vierregelige strofe lang. “Just the place for a Snark!” the Bellman cried, As he landed his crew with care; Supporting each man on the top of the tide By a finger entwined in his ha...
Net uit! Een levenswerk. Van mij dan. Ik vind de gedichtjes hier en daar zelfs ontroerend, wat me zelden overkomt, bij gedichten niet en bij vertalingen al helemaal niet. Eerder schreef ik over Desnos en zijn Chantefleurs en Chantefables , hier . De eerste Chantefables verschenen in 1944, in het jaar dat Desnos door de Gestapo in Parijs werd gearresteerd en via verschillende concentratiekampen terechtkwam in Theresiënstadt waar hij, 44 jaar oud, op 8 juni 1945 overleed aan tyfus, een maand na de Duitse capitulatie. In zijn nalatenschap werden meer chantefables gevonden, en ook chantefleurs , die samen werden uitgegeven. Ze bereikten een groot jong lezerspubliek, bij wie ze nog steeds zeer populair zijn, voorzover het plezier niet op school wordt vergald doordat het vaak verplichte leesstof is. Hier de eerste drie van de veertig, wie het Frans erop na wil slaan kope het boek. De roos Roos gaat open, ro...
Het is een vreemd boek, dat Infinite Jest . De eerste alinea gaat zo: I am seated in an office, surrounded by heads and bodies. My posture is consciously congruent to the shape of my hard chair. This is a cold room in University Administration, wood-walled, Remington-hung, double-windowed against the November heat, insulated from Administrative sounds by the reception area outside, at which Uncle Charles, Mr. deLint and I were lately received. Het is duidelijk – of wordt dat spoedig in elk geval – dat hier iemand aan het woord is die zich in een op knappen zo strak staande staat van spanning bevindt. De zinnen ademen een curieuze preciositeit, een bijna maniakale afstandelijkheid, alsof de werkelijkheid op armlengte afstand gehouden moet worden om te voorkomen dat lichaam en geest instorten. Hal, de woordenthousiasteling die de hele halve Oxford English Dictionary uit zijn geheugen kan oplepelen, spreekt-denkt-beschrijft hier met opeengeklemde k...
Toespraak uitgesproken in De Balie, Amsterdam, op 6 maart 2026 bij een avond over Eindeloos vertier / Infinite Jest van David Foster Wallace. Goedenavond tesamen. Dat ik hier sta als vertaler van het boek om voor enig, vooral kortstondig inleidend vertier te zorgen is – als ik mij goed geïnformeerd heb – eigenlijk een godswonder op zich, waarvoor de vlag gerust uit mag. Want vertalers – zo bereikten mij de afgelopen tijd berichten van collega-vertalers die dit aan den lijve ondervonden – lijken zelden tot nooit te worden uitgenodigd om op een literaire gelegenheid hun licht te laten schijnen over een boek naar aanleiding waarvan die literaire gelegenheid georganiseerd is, dat wil zeggen het boek waarover zij zo vele zweetdruppels uitgegutst hebben om het in alle ootmoed aan de voeten van het Nederlandstalig leespubliek neder te vlijen. Neen! Laten wij dat niet doen! is het gedacht van de organiserende instanties, vertelden mi...
Bim bam beieren, de koster lust geen eieren. Wat lust de koster dan? Spek in de pan! Daar wordt de koster dik van! Wie kent het versje nog? Is het een hop-paardje-hop? Is het een kietelversje? Ik kan het me niet meer herinneren. Noch ben ik zeker over de laatste regel. Het woord dik zou iets tweelettergrepigs trocheïsch moeten zijn, in mijn herinnerende herbeleving en naar mijn gevoel. Ik kan het natuurlijk altijd even opzoeken. Het onverbeterlijke internet leert mij, op kinderliedjes.info, dat de laatste regel enigszins vloeibaar is, misschien omdat er meer mensen mee geworsteld hebben als ze het wilden opzeggen. ‘Daar wordt de koster dik van!’ is inderdaad een bestaande variant. Maar de oorspronkelijke versie lijkt te zijn ‘Dat er de koster niet krijgen kan’. Vooral door dat woordje ‘er’ komt het heel oud en authentiek over. Een andere variant luidt: ‘O, wat smult de koster dan’, maar dat lijkt me een contaminatie, gemaakt op basis van de an...
Helemaal onmogelijk is het om nieuwe aftelversjes te verzinnen. Als buitenstaander meen ik. Aftelversjes bij spelletjes in de openbare ruimte (‘buiten’, als iemand nog weet waar dat ligt) zijn exclusief eigendom van de spelers, die ze van elkaar overnemen, meestal door ze af te kijken van de net een jaartje ouderen. Inmenging van grote mensen strikt ongewenst. Cringe zelfs. Ze worden gebruikt om te bepalen wie er welke rol speelt, wie er bij welke partij is – en ‘af’ betekent dan dat jij de minst gewilde rol speelt of bij de minst gewilde partij komt te zitten. Je kan er ook mee foetelen, door het rijmpje langer te maken als je zelf af dreigt te zijn, maar dan moet je goed tellen en anticiperen. Het is eerder een ritueel spelletje op zich dan alleen maar de aanzet tot een spelletje, en dat maakt het zo leuk. Er bestaan vele variaties als gevolg van de wankele mondelinge overlevering. Ook worden door de kinderen zelf wel eens nie...
Een ezel die over de heuvel ging wou kijken wat daar lag, die ezel die over de heuvel ging, en weet je wat hij zag? Soms is iets wat het is. En dan moet je het laten zoals het is. Niets meer aan doen. Wat niet hetzelfde is als niets meer aan te doen. Of wel. Soms hetzelfde is. Als iets is wat het is, is het niet iets anders. Niet iets wat het had moeten zijn. Dus dat is goed. En meegenomen. Want als het niet is wat het is maar iets anders, dan had het beter dat anders kunnen zijn. Wie of wat wil nu iets zijn wat het niet is? Of niet zijn wat het wel is? Dan mankeert er toch iets. Dan denk je: hoe is het zo gekomen? Waar is het fout gegaan? Wat heb ik over het hoofd gezien? Waar heb ik de big mistake gemaakt? De afslag gemist? Als iets is wat het is, is het tenminste dat. Wat het is. ‘Het is wat het is’ wordt meestal in teleurgestelde zin...
Reacties
Een reactie posten