Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
545 Tweede kerstdag: tango op de taiga
Met name de slotfiguur
van de tango tussen hert en beer
was zo geslaagd, zo puur natuur
dat de jury riep om meer! meer! meer!
_____
Bron: togdazine. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Het is overbekend, omdat hij het zelf vertelde, dat Lewis Carroll The Hunting of the Snark achterstevoren schreef. Hij kreeg op zekere wandeling in de Vrije Natuur van een hogere instantie de regel ‘for the Snark was a Boojum, you see’ doorgespeeld, die de laatste regel ergens van moest zijn. En dat ergens van moest Carroll er toen bij verzinnen en wel zo, dat het logisch naar de slotregel toe leidde. Dat is knap lastig en lijkt een beetje op het bouwen van een huis en beginnen met het dak. Of op de manier waarop de Fransman Raymond Roussel zijn verhalen schreef, met een beginregel die, hetzelfde uitgesproken maar geheel anders geschreven (en dus iets compleet anders betekenend), tevens de slotregel was. Ga maar aanstaan! Best een contrainte. Misschien is dit de reden dat The Hunting of the Snark verhaaltechnisch vreemde capriolen uithaalt en hier en daar eerder een verzameling losse eindjes lijkt dan een verhaal met kop en staart. Want alleen ...
Ik heb een taalverandering bij mezelf waargenomen. Een taalnuance die ik vroeger snapte maar nu niet meer. Toen ik midden jaren zestig van de vorige eeuw op de kleuterschool aan de Julianalaan (hoek Nicasiusstraat-Marijkelaan-Molenstraat) het lied over Joepie Joepie leerde – heel de wereld zong All you need is love , heel Nederland zong Waarom heb je mij laten staan? en heel de Heezerse klas zong Schipper mag ik overvaren (en Joepie Joepie dus) – wist ik intuïtief precies waarover het ging: iemand genaamd Joepie Joepie kwam naar ons toe en heeft bij ons een meisje gekaapt en is er toen met dat meisje vandoor gegaan. De tekst, althans het begin ervan, althans van hoe ik het leerde, althans van hoe het me is bijgebleven, althans hoe ik het me nu herinner, luidt: Joepie Joepie is gekomen, heeft een meisje meegenomen — Maar toen ik vanmorgen vroeg in bed het lied nog eens met kille, analytische blik overdacht, waarom weet ik niet, misschien was i...
De Theseus-paradox luidt: hoeveel kun je van iets veranderen voordat het niet meer het oorspronkelijke ding is. Is een flauwekulparadox natuurlijk, want ik is ik en elk moment verandert sowieso alles, door slijtage, de tijd enzovoort. Ik is wie zich ik noemt. Maar toch, als je de vraag stelt, puur en sec: is een bijl waarvan eerst het blad is vervangen en vervolgens de steel nog wel de oorspronkelijke bijl? Dan zul je je even achter je oren krabben en het niet meer weten. En daarvoor doe je het, als kinderdichter, om je lezers, al is het heel even, gek te maken. De vorm ontleen ik aan de educatieve maar desondanks soms heel erg goede gedichten van Samoeïl Marsjak waarin de techniek, de vooruitgang en de overwinning van de mens op de natuur bezongen worden, jawel, vreselijke onderwerpen natuurlijk, maar technisch zitten de lange gedichten (‘sprookjes’ heten die in het Russisch) zo goed in elkaar dat ze bijna onweerstaanbaar zijn...
Kindergedichten zijn bij uitstek geschikt voor de vragen des levens, existentiële vragen, vragen naar de zin van dit alles, wat het allemaal betekent en hoe de wereld in elkaar zit. Voor vragen waar geen antwoord op is. Wil je dat weten? Heb je daar toevallig interesse in? Prangen die vragen je? Dan: lees kindergedichten. Logische hersenkrakende grappen werken ook goed trouwens, Alice in Wonderland bijvoorbeeld. Of Wittgenstein passim. Een kind moet het kunnen begrijpen, mits onder dat begrijpen niet-begrijpen wordt verstaan – met dien verstande dat niet-begrijpen juist begrijpen in hogere en diepere zowel als engere zin is. En als een kind het al niet begrijpt (de wereld), hoe moeten volwassenen er dan chocola van bakken? Iedereen die zegt dat hij het begrijpt (de wereld) liegt. Zo begrijp ik het. In de herfst vliegen de koeien naar het zuiden, dat is bekend. Minder bekend is dat koeien sowieso kunnen vliegen, en nog minder vaak wordt de vraag ge...
‘Een tragisch geval’ heet de vertaling van Rolf en Edo Loeber van ‘A Painful Case’ uit Dubliners van James Joyce. We schrijven 1967. In 1968 vertaalt Rein Bloem het als ‘Een pijnlijke zaak’. Die titel blijft tot 1997, zeven drukken lang behouden – en ook in de achtste druk uit 2004, waarin Erik Bindervoet en ik de tientallen dingen die hij had overgeslagen hebben teruggezet en de honderden ergste fouten, missers, blunders, slordigheden etc. hebben proberen te verwijderen – zeer tegen de zin van de vertaler, die er in samenspraak met de redacteur een heleboel weer in ere herstelde en en passant een hele hoop verse miskleunen beging. (Jongens en meisjes, doe dat nooit, andermans vertaling herzien: heel slecht voor je hart.) (En laat jouw vertaling ook nooit herzien!) In 2016 mochten Erik en ik het dan eindelijk helemaal zelf doen en vertaalden we de titel als ‘Een pijnlijk geval’. De hoofdpersoon, meneer Duffy, i...
Maar er staat helemaal geen ‘12/6’ op de Hoedenmaker zijn hoed – zie ik nu pas, omdat ik op mijn falende geheugen had vertrouwd en het niet had opgezocht. En nu op de site van The Guardian een ingekleurde tekening van Tenniel tegenkwam uit de Nursery Alice uit 1890, toevallig. Er staat bij Tenniel ‘In this Style 10/6’ – en in mijn vertaling nu enkel ‘ fl 49,99’. Hoe nu verder? Meteen rationaliserend en mezelf goedpratend denk ik: heel goed dat ik die tekst niet meevertaald heb, dan blijft de tekening mooi visueel. Hoewel het natuurlijk geheel en al per ongeluk was. Per ongeluk expres. Expres per ongeluk. Het toeval wil ook wat. Laten staan dus, zoals het is. Er staat nu in elk geval wat. Overschreeuw ik mezelf. Of – piept het stemmetje er toch weer tussendoor – is het voor de derde druk en mag Floris zijn prachtige florijnen weer uitgummen en verkleind...
Het moest er een keer van komen, gezien mijn leeftijd, huidskleur en geslacht, en nu is het gebeurd. Ik ben officieel een oude witte man genoemd – geloof ik tenminste, want helemaal duidelijk is het niet. Ik word namelijk in een opiniërende terzijde op het literaire juice-weblog (ook voor lijstjes) Tzum op één hoop gegooid met mensen die zich keerden tegen de vernieuwde Canon van de Nederlandstalige Literatuur – een traditie die zich zo eens in de vijf jaar voordoet. En waar ik me stom genoeg mee bemoeide. Het was in een comment op een verzuchtend stuk (op neerlandistiek ) over de Werdegang van de Canon, het verdwijnen van de ene boeken en het verschijnen van de andere. Dus ik dacht, laat ik Luc Devoldere eens een hart onder de riem steken en zeggen dat hij zich niet sappel moet maken, want wat stelt een canon nou helemaal voor en helemaal een voortdurend veranderende canon, en ik schreef (de enigszins wijdlopige bewoordingen komen omdat ik momentee...
Kindergedichten – de enige echte kindergedichten, met rijm en ritme want anders zijn het geen kindergedichten maar losse leesniemendalletjes die wel grappig kunnen zijn maar nooit magisch kunnen worden doordat hun wonderdoenende hallucinerende klanken zich in je hoofd vastzetten en je ze onthoudt en als nijhoviaanse bezweringsformules blijft herhalen zodat ze deel van je gaan uitmaken waarbij de betekenis er helemaal niet toe doet wat een godsgeschenk is want alles waarbij de betekenis er wel toe doet is altijd zonder uitzondering verkapte of uitdrukkelijke opvoederij waar je je oren onmiddellijk voor toestopt – vertalen is derhalve geen sinecure. Rijm en ritme zijn bij het vertalen dwingende contraintes (ander rijm ander ritme mag ook, zolang het maar even dwingend en dringend is) maar met de realia mag om deze redenen iets vrijer worden omgesprongen. Immers, het gaat er toch niet in de eerste plaats om. Het gaat in de eerste plaats om het rijm en het ritme. ...
Een van de beroemdste gedichten in Rusland is ‘Do svidan’ja, droeg moj, do svidan’ja’ van Sergej Jesenin. Niet alleen omdat het zo mooi is, maar ook omdat het zo kort is – en omdat er een dramatisch verhaal aan vastzit. Het is namelijk zijn laatste gedicht, zijn afscheidsbriefje aan de wereld, geschreven in het Leningradse hotel Angleterre twee dagen voor hij zichzelf het leven benam. Hij schreef het met bloed (zijn eigen) omdat de inkt in de pot op zijn kamer was opgedroogd. Het papiertje stopte hij een van de dichtende kling-ons die hem de laatste paar jaar van zijn leven als pluisjes omgaven, Wolf Ehrlich in de jaszak, met de boodschap ‘Lees later maar’. Die deed dat braaf en wachtte een hele dag, met het gedicht, speciaal voor hem geschreven brandend in zijn zak, maar toen was het te laat. Jesenin, zelfdestructieve lieveling van dichtminnend Rusland, had zich op 28 december 1925 met het flinterdunne elektriciteitssnoertje van zijn nachtlamp in zi...
_____ [wat voorafging: wat pardoes betreft deliverde ik, maar nu de vraag: heb ik ook de bijvoegelijke naamwoorden vandaags of gisterens kunnen inzetten in een vertaling?] _____ Ik ben nu bezig met Infinite Jest van David Foster Wallace, dat in het Engels een boekwerk van een dikbedrukte elfhonderdplus pagina’s is, dus je hebt ruimte genoeg om hier en daar een geintje uit te halen. En als je zo bezig bent met vertalen, kilometers maken, ben je ook vooral bezig met de toon volgen, de toon in jouw oren, David Foster Wallace zoals ik hem uit zijn werk ruik, om met Felix Timmermans te spreken. Het is ook een kwestie van je laten meeslepen, het vertalen, van enthousiasme, van een zekere flow, het gevoel voor de tekst dat je krijgt als je die door en door kent, wat Pé Hawinkels al zei toen hem verweten werd dat hij twee woordjes aan zijn vertaling van Der Zauberberg had toegevoegd, die er niet bij Thomas Mann stonden. Ik pak de betreffende Revis...
Reacties
Een reactie posten