Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
545 Tweede kerstdag: tango op de taiga
Met name de slotfiguur
van de tango tussen hert en beer
was zo geslaagd, zo puur natuur
dat de jury riep om meer! meer! meer!
_____
Bron: togdazine. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Het n-woord valt als de waanzinnige geleerde De Selby zich in een onderwatergrot in de buurt van Dublin onderhoudt met een nedergedaalde Augustinus. Augustinus, bisschop van Hippo (gelegen in het tegenwoordige Algerije), overleed op 28 augustus 430, een hele tijd geleden dus, maar dankzij De Selby’s uitvinding van een zuurstof onttrekkende substantie kan hij naar believen personen uit het hiernamaals oproepen, die zich op zijn verzoek corpificeren. (De tijd is namelijk geen continuüm, heeft De Selby ontdekt, maar een plenum: de tijd is overal altijd.) De Selby en Augustinus bespreken in enige lengte en diepgang de Confessiones van de latere Kerkvader en vooral de losbandige episodes daarin, tot de zuurstof in de flessen van De Selby en aardse consorten begint op te raken en ze terug moeten. Vlak voor het zover is zegt De Selby dan: – There is one more question on a matter that has always baffled me and on which nothing written ...
De versjes van heel vroeger, van toen je heel klein was, dat zijn vaak de versjes van nog veel vroeger, van toen je ouders heel klein waren, die ze leerden van hun ouders, die ze leerden toen die heel klein waren. Slaap kindje slaap . Naar bed naar bed zei Duimelot . Hop paardje hop . Iene miene mutte en andere aftelversjes. Ouwe meuk! En geen moedertje-, grootmoedertje- of overgrootmoedertje-lief die er wat aan kan doen. Wat je niet vanaf de wieg meekrijgt om door te geven aan de volgende wieg heeft weinig kans te beklijven. Die vroege versjes, wiegeliedjes, bakerrijmen bestaan dankzij de mondelinge overlevering in vele gedaanten. Joepie Joepie bijvoorbeeld ken ik als heeft een meisje meegenomen , maar anderen kennen het als heeft een meisje weggehaald , en de vierde regel als gauw een ander weer gehaald en ik als want een ander weer gehaald . Maar mijn geheugen kan me parten spelen natuurlijk. Van hop...
Helemaal onmogelijk is het om nieuwe aftelversjes te verzinnen. Als buitenstaander meen ik. Aftelversjes bij spelletjes in de openbare ruimte (‘buiten’, als iemand nog weet waar dat ligt) zijn exclusief eigendom van de spelers, die ze van elkaar overnemen, meestal door ze af te kijken van de net een jaartje ouderen. Inmenging van grote mensen strikt ongewenst. Cringe zelfs. Ze worden gebruikt om te bepalen wie er welke rol speelt, wie er bij welke partij is – en ‘af’ betekent dan dat jij de minst gewilde rol speelt of bij de minst gewilde partij komt te zitten. Je kan er ook mee foetelen, door het rijmpje langer te maken als je zelf af dreigt te zijn, maar dan moet je goed tellen en anticiperen. Het is eerder een ritueel spelletje op zich dan alleen maar de aanzet tot een spelletje, en dat maakt het zo leuk. Er bestaan vele variaties als gevolg van de wankele mondelinge overlevering. Ook worden door de kinderen zelf wel eens nie...
Men schrijft. En men kan er verder niet veel over vertellen. Men kan er echter wel met evenzovele woorden over zwijgen. Wijdlopig zwijgen. Woordenrijk zwijgen. Trek een rookgordijn van woorden op. Vlucht achter de kachel. Noem het gedicht. Niet de kachel, maar het rookgordijn. Wit het gedicht. Wat is, is niet in de woorden. De rook is het vuur. Niet wat erachter ligt. Niet wat erin ligt. Niet ik. Niet gij. Maar men. Men schrijft. Men schrijft. Pensgewijs. Seismisch. Met dien verstande. Met dien verstande Tussen tien voor twintig over één en vijf voor kwart voor half twee – elke dag opnieuw weer niet – gaan de mensen in dit stadje met z’n twee alleen met geen van beide anderen mee – maar niemand die het ziet. Men heeft het altijd wel gewist: het wordt steeds vroeger buiten – elke dag opnieuw weer...
Een ezel die over de heuvel ging wou kijken wat daar lag, die ezel die over de heuvel ging, en weet je wat hij zag? Soms is iets wat het is. En dan moet je het laten zoals het is. Niets meer aan doen. Wat niet hetzelfde is als niets meer aan te doen. Of wel. Soms hetzelfde is. Als iets is wat het is, is het niet iets anders. Niet iets wat het had moeten zijn. Dus dat is goed. En meegenomen. Want als het niet is wat het is maar iets anders, dan had het beter dat anders kunnen zijn. Wie of wat wil nu iets zijn wat het niet is? Of niet zijn wat het wel is? Dan mankeert er toch iets. Dan denk je: hoe is het zo gekomen? Waar is het fout gegaan? Wat heb ik over het hoofd gezien? Waar heb ik de big mistake gemaakt? De afslag gemist? Als iets is wat het is, is het tenminste dat. Wat het is. ‘Het is wat het is’ wordt meestal in teleurgestelde zin...
Vaarwel, mensenkinderen, je hoeft niets te doen Want de godganse mensheid gaat op de harpoen En wie nu nog een baan heeft kan zo met pensioen Dus vaarwel en Vive la Sociale En sluit je maar aan bij het werklozenlegioen Want de robot, die komt je halen Dag schrijvers en dichters, die leven van het woord Er is niemand die jullie stem nu nog hoort En de vrije beroepen, ze gaan overboord Je hoeft nooit meer iets te vertalen Nu ChatGPT aan de horizon gloort Zal de robot je komen halen Wat jullie doen, mensen, kan ik net zo goed Met leugens, geraaskal en kletskoek gevoed Ik hallucineer je een haas uit mijn hoed Met bewijs tot op drie decimalen En altijd beminnelijk en blij van gemoed Want de robot, die komt je halen Dag leraren, lesgevers, inpakken dan Je leerde altijd wat je opzoeken kan Dus ga lekker zitten en geniet er maar van Je hebt eindelijk lege lokalen Dus jubel en juich voor het onderwijsplan Van de robot, die je komt halen Dus lieve mensen, zing vrolij...
De dichter Iemand wil dichter worden Of liever – hij is ’t al Hij rijmt en verst en dicht wat af Stuurt ’t op naar een periodiek Wat gebeurt er? Natuurlijk. Ze drukken er een paar van af. Apetrots natuurlijk, die dichter _____ Deze Komrij- veruglysering verscheen net als de Dante uit de vorige blog in Platforum 64, Ugly poëzie van 30 oktober 1991. Er zijn er die zeggen dat de oorspronkelijke gedichten er danig van opknappen, van deze ugly make-over , en ze hebben gelijk, die die dat zeggen. Volgens de ugly leerstellingen kan van alles ugly poëzie gemaakt worden, ook van niet-ugly poëzie. Ugly herdichten is niet alleen een voldragen, volwaardige, volwassen dichtmethode, maar tevens een altijd onverwachte en tot bijzondere resultaten aanleiding gevende vertaalmethode. Eens wat anders. Het overwegen waard. Alles kan vertaald worden, zelfs Nederlands, wat al regelmatig gebeurt en dan hertaling wordt genoemd. Maar waarom alleen oude werken...
[Dit vraaggesprek verscheen eerder, op 25 juli, op de Filter website, hier .] _____ Robbert-Jan Henkes is genomineerd voor de FVP [Filter Vertaalprijs] voor kinder- en jeugdboeken 2024 met zijn vertaling Bethany en het Beest. De terugkeer van het Beest. van de Welshe auteur Jack Meggitt-Phillips. Alle interviews met de genomineerde vertalers worden verzameld op de website van het ILFU (Internationaal Literatuur Festival Utrecht). De prijzen worden uitgereikt tijdens het ILFU-festival, op 1 oktober. Wat was het leukste aan het vertalen van deze serie? Het is niet de eerste serie die ik vertaal, eerder vertaalde ik voor Hoogland en Van Klaveren vijf delen (plus kerstgeschenk) van de volstrekt van de pot gerukte avonturen van Meneer Gum, geschreven door Andy Stanton, die zich afspelen in het stadje Lamonic Bibber, in het Nederlands Braaxsel-Binnen – dit om een indruk te geven van de woeste woordspelige taal. De Bethany-serie wemelt ook van de taalgrappen en ging (e...
Amerikaanse schrijvers hebben altijd een moeizame relatie met humor gehad. Ze zijn te serieus, en lijden vaak aan het ‘I wanna be a writer’-syndroom. Schrijver zijn vinden ze belangrijker dan schrijven zelf. Vaak hebben ze lessen in creative writing gehad, wat je makkelijker aanleert dan weer ontleert en hoe dan ook door alles heenschijnt. ‘En wat doet u?’ vroeg James Frazer, de auteur van The Golden Bough aan Joyce toen ze in de Bibliothèque Nationale aan elkaar waren voorgesteld, ergens midden jaren twintig, en Ulysses al door menige koffietafel was gezakt. ‘Ik schrijf,’ antwoordde Joyce simpelweg. Ook Judith Herzberg zegt liever dat ze dicht dan dat ze een dichter is, ‘want je weet maar nooit, of het de volgende keer weer lukt.’ Dit in tegenstelling tot het gros der zich schrijvers noemenden, die slechts schrijven om zich schrijver te kunnen noemen. En vandaar: elke vorm van humor ontberen. De eerste en laatste die het kwam aanwaaien is Mark Twain. Die vertaalde...
Reacties
Een reactie posten