352 Interpunctie

   Vlak voor de executie kwam een oekaze van de tsaar: ‘Terechtstellen niet begenadigen!’ Казнить нельзя помиловать! Wat deed de beul? Waar zette hij de komma?
   Toen zijn uitgever de eigenzinnige interpunctie in Treasure Island ongevraagd had aangepast, schreef Stevenson hem: ‘Ik moet wel aannemen dat mijn interpunctiestelsel heel erg slecht is; maar het is het mijne; en ik zal me er precies en punctueel aan houden.’
   Voor interpunctie zijn regels, net als voor spelling, maar vaak zijn die regels relicten van vroegere wijsneuzen die dachten dat ze wel eens eventjes orde op zaken konden stellen in de chaos die de taal nu eenmaal is. Nicoline van der Sijs zocht dat onlangs uit voor de regel dat je geen komma zet voor een beperkende bijzin en wel voor een uitbreidende bijzin. Die regel stamt uit 1819 en had toen al geen voeten in de aardse praktijk. De regel dat je geen komma zet voor en en maar blijkt een verkeerd begrepen advies van Johannes Kinker uit 1829 te zijn dat allengs de status van dogma kreeg.
   Regels zijn handig als je het niet weet of als het je niet kan schelen, maar als je het wel weet of als het je wel kan schelen, moet je je er maar niet al te veel van aantrekken.
   Interpunctie is historisch gegroeid, aldus de interpunctiekundige Johanna Greidanus in 1926. Niet alleen in de geschreven taal in het algemeen, maar ook bij schrijvers groeit het steeds opnieuw weer historisch. Elke schrijver buigt de interpunctie om naar eigen behoefte, inzicht en esthetisch welbehagen, en die ontwikkelen zich ook in de tijd. Ook Céline is niet meteen met zijn drie puntjes begonnen.

   
Het geval Joyce

   De uitgesprongen spreekstreepjes van Joyce, die hij in Ulysses zo vergeefs trachtte te behouden zoals hij ze wilde (pas in Ulixes kwamen ze goed te staan), hebben ook een ontwikkeling doorgemaakt, zoals een onversaagde duik in het 63-delige James Joyce Archive leert.
   Zijn eerste verhalen, geschreven voor de krant The Irish Homestead in 1904 en later bewerkt voor Dubliners, laten amphibrachal dashes zien, eentje om de directe rede te openen en eentje om te sluiten:
[1. Yale 1.9–1, JJA 4:5]

   Maar bij de The Irish Homestead trokken ze zich daar niets van aan, die hadden hun eigen huisstijl:
[2. JJA 4:3]

   The Egoist daarentegen nam in 1915 getrouw de spreekstreepjes over in de voorgepubliceerde hoofdstukken van A Portrait of the Artist as a Young Man:
[3. British Library C.116.h.6, JJA 7:270]

   Joyce bleef de streepjes tot en met het laatste holograph manuscript van A Portrait of the Artist as a Young Man gebruiken, maar geleidelijk aan verschoof hij ze uit het tekstblok, en werden het marginale streepjes:
[4. JJA 9:77 & JJA 10:779]

   In de tijd dat Joyce aan Ulysses werkte, verdween allengs het tweede, afsluitende streepje, zoals onder meer blijkt uit het zogeheten Rosenbach-manuscript, het handschrift dat hij aan het eind van de rit maakte om te verpatsen:
[5. Rosenbach-manuscript, Vol.1, P117-118, I.154-155, N121-122]

   Maar we zien hem in de Ulysses-handschriften wel altijd welbewust de beginspreekstreepjes buiten de marge zetten. Dat is in geen enkele gedrukte uitgave overgenomen, terwijl het voor oog en gevoel een groot verschil maakt. De standaardpraktijk voor Ulysses was lange tijd indenteren:
[6. Ulysses, Penguin-editie uit 1968]

   Tot in 1984 Hans Walter Gabler, de redacteur van de sindsdien meest gezaghebbende editie van Ulysses, de dialoogstreepjes flush left zette, links uitlijnde, om redenen die hemzelf het best bekend zijn en misschien als een halfway house kunnen worden gezien tussen het gedrukte inspringen en de handschriftelijke marginaliteit van Joyce:
[7. Ulyssses, Gabler-editie, 100]

   Maar exdenteren is ook in gedrukte uitgaven mogelijk. En wat kan dat moet, als we dichter bij de intenties van de auteur willen komen. Exdenteren geeft een heel ander paginabeeld en daarmee een heel ander gevoel. Dialoog die geëxdenteerd is, lijkt niet geschreven te zijn door de auteur, maar deel uit te maken van het verhaal. Je bent op een of andere manier als lezer veel meer betrokken bij de handeling. Ook Gabler zag dit in, en hij mailde Erik Bindervoet en mij dienaangaande:

Wat dit eenvoudigweg betekent, is dat ‘dialoog’ deel uitmaakt van de narratieve paragraaf. Het markeren van dialoog is daarom niet mimetisch, dialoog wordt niet geacht buiten het narratief gesproken te zijn; maar maakt deel uit ván het narratief; de voorgestelde dialoog van de personages wordt gesproken, aangezien geschreven, vanuit de narratieve stem.

   Desondanks is de dialoog in de Gabler-editie links uitgelijnd. Pas in onze Ulixes keerde de uitgesprongen spreekstreepjes terug naar hun oorspronkelijke en bedoelde plek:
[8. Ulixes, 147]

   Er is volgens mij geen enkele reden waarom we auteurs niet kunnen of mogen volgen in hun idiosyncrasieën. Juist uit het feit dat ze zich ontwikkelen blijkt dat ze niet verwaarloosbaar zijn. Interpunctie is een integraal onderdeel van de leeservaring van het boek, en is net zo goed een emanatie van de auteur als de woorden dat zijn.
   Bij Joyce komt daar nog eens bij dat hij zich nooit onverschillig heeft betoond voor de manier waarop zijn boeken eruit gingen zien. We zullen helaas niet meer weten wat hij zou zeggen als er ooit een Ulysses-editie verscheen die de fameuze naar rechtsonder weglopende marges uit zijn handschrift imiteert. Maar het zou alleszins de moeite waard zijn er een te maken.
_____
Verwijzingen. Waarom maakt een komma het verschil, blog van Nicoline van der Sijs op Neerlandistiek, hier. Over de komma schreef Perkamentus op zijn weblog hier, ook over onder meer Nicolaas Anslijn met zijn Aanleiding tot het plaatsen der schei- en zinsteekens uit 1827 en Johanna Greidanus met haar Beginselen en ontwikkeling van de interpunctie, in ’t biezonder in de Nederlanden uit 1926. Ulixes, dat is Ulysses vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, Athenaeum—Polak & Van Gennep, 2012. Over de uitgesprongen, ‘exdented’ (in tegenstelling tot ‘indented’) spreekstreepjes, zie Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes, ‘Punctuated Equilibria and the Exdented Dash’, in Doubtful Points, Joyce and Punctuation, edited by Elizabeth M. Bonapfel and Tim Conley, European Joyce Studies 23, Rodopi, Amsterdam & New York, 2014, p. 189-192 (met op p. 191 het Gabler-citaat). The James Joyce Archive, General editor Michael Groden, Garland, 1978, 63 volumes. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345, hier.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

160 Vintage Vondel

353 Ireland’s Eighth Mathematical Wonder: Recounting the 111 Terms of Abuse

354 De scheldkanonnade in het Nederlands

356 Het n-woord bij Flann O’Brien

357 Terugvertalen

359 Dat zei ik helemaal niet!

355 Vroem-vroem-vroem! van Daniil Charms

345 Register & Inhoud VandaagsVertaalProbleem (cumulatief)

358 Donabate (Myles na gCopaleen)