22 Nog een keer die allenige occupanten

   Zover was ik:

      Eenzame bezetters van lege luchten
      Als november somber dreigend naakt
      En al je stamverwanten hebben haast gemaakt
      Om het herfstgewolkte na het kerkdorp te ontvluchten ...

   Als vertaling van deze regels:

      Lone occupiers of a naked sky
      When desolate November hovers nigh
      And all your fellow tribes in many crowds
      Have left the village with the autumn clouds ...

   Maar misschien moet ik toch nog terug, want de vierde regel vertaald als ongeveer ‘Verlieten met het herfstgewolkte het gehucht’ – wat ik eerst bedacht – is simpeler, beter. Ik struikel over dat woordje ‘na’: wat is dat, ‘na het kerkdorp’? Nee, het is ‘het herfstgewolkte (achter)na.’ Oooo... Schrijf dat dan! Maar dat past niet! Dan wordt het te lang!
   Of ik moet er ‘herfsttij’ van maken, ook leuk, want dan denk je aan Huizinga’s Herfsttij der Middeleeuwen en dat is toch weer een oerhollands belletje dat gaat rinkelen:

      Om het herfsttij achterna het dorpje te ontvluchten ...

   Klinkt al beter. Maar nog steeds gaat mijn voorkeur uit naar het simpele ‘Verlieten met het herfstgewolkte het gehucht’. Als ik daarvan wil uitgaan moet wel het hele onafzienbaar uitgestrekte middenstuk op de schop.
   Ik doe een poging. Misschien iets met ‘maakten haast’ – en dan ‘november raast’?
   Maar november ligt nog in ’t verschiet.
   ‘Als november somber in de verte raast’... Kan dat?
   Maar dan nog: de bepaling bij stamverwanten, ‘in many crowds’ krijg je in grammaticaal Nederlands alleen maar ingepast als je het werkwoord verplaatst. Je kunt niet zeggen:

      En al je stamverwanten in grote zwermen (/vluchten/in grote haast)
      Verlieten met het herfstgewolkte het gehucht ...

   Het kán wel, het is tenslotte een gedicht. Je kunt met zulk gegoochel zelfs onsterfelijke regels krijgen, zoals ‘Een karretje op de zandweg reed’ van Jan-Pieter Heije. Prachtig! Ook een gruwelijk dronkenschapverhaal, eigenlijk. Minstens even mooi als ‘In een discotheek zat ik van de week’ van André Hazes. Wat ook al zo’n gruwelijk dronkenschapverhaal is.
   Maar die regels zijn alleen onsterfelijk omdat ze uniek zijn, of in elk geval buitengewoon buitengewoon. Als iedereen zinsdelen maar gaat zetten waar hij of zij ze wil, is de uniciteit er snel af.
   Dan is van de dam het hek.
   Dan zijn ervan niet meer weinig maar te veel.
   Met andere woorden, om dat te vermijden moet regel 3 op ‘verlieten’ eindigen:

      En al je stamverwanten (zwerm na zwerm) (zonder tal) verlieten
      Haastig met het herfstgewolkte het gehucht ...

   Of op ‘stamverwanten’ (of ‘naasten’ of zo) eindigen:

      En zwerm na zwerm ontvluchtten al je naasten
      Het herfstgewolkte achterna ons klein gehucht.

   Dan moet de november-zin slepend (vrouwelijk) eindigen. Wat een probleem is, want die november is alleen en doet iets. Of je maakt die ‘stamverwanten’ enkelvoud, ‘heel je stamverwantschap’ bijvoorbeeld. Dan krijg je met ‘verliet’ iets wat rijmt op -iet voor de sombere november om te doen, want die is onherroepelijk enkelvoud. De sombere november die nog in het verschiet ligt.
   ‘Verschiet’, is dat een opening? Een mogelijkheid? Een kier om te trachten verder open te wrikken?
   En dan zou ik meteen ook de eerste regel kunnen bijspijkeren. En ‘lone’ als ‘enig’ of ‘solitair’ vertalen in plaats van ‘eenzaam’.
   En ‘bezetters’ kan ook beter of anders – waar Frank Lekens me in reactie op de vorige blogpost op wees: ‘occupiers’ gaat meer de kant op van ‘bewoners’ en minder die van een soort Duitse bezetters. Maar kunnen we ‘bezetters’ dan voortaan echt alleen maar in WOII-verband gebruiken? Dat zou jammer zijn. Dan moeten we het woordenbevrijdingsfront inschakelen, zoals we dat ook voor buitenbijbels gebruik van het woord kribbe hebben gedaan.
   Maar goed. Zo dan?

      Solitaire bewoners van de lege lucht
      Met november somber dreigend in ’t verschiet
      En heel je stamverwantschap zwerm na zwerm verliet
      Met het herfstgewolkte ijlings het gehucht ...

   Ik vind het er niet beter op worden.
   ‘Solitaire bewoners’... Met z’n tweeën solitair? En wonen ze in de lucht dan? Is de lucht hun daadwerkelijke woning? Onduidelijk. En als het onzin is valt ook meteen op dat het voor geen meter loopt.
   ‘Lege lucht’... Als het er zo kaal en naakt bij staat, klinkt als een al te letterlijke vertaling van ‘empty sky’. Dan is ‘lege luchten’ zelfs nog beter.
   De tweede regel is wel erg uitgerekt, en dat voor een vrij nietszeggende uitdrukking ‘in het verschiet’ die rijmdwang doet vermoeden (en dat vermoeden blijkt terecht).
   ‘Stamverwantschap’ is een omslachtig woord, en ‘zwerm na zwerm’: zijn het muggen soms?
   Syntactisch is het helemaal een potje. ‘Met’ dit en dat, ‘en’ zus en zo. Geen touw aan vast te knopen.
   Inmiddels heeft mijn kritische instantie – hoor ik – het toneel betreden. Altijd een gevaarlijk moment.
   – Nu ik! – zegt hij. – Geef hier!
   En hij begint mijn regels te ontleden.
   – Goed, kritische instantie, welke is beter, de eerste of de tweede?
   – De derde.

____
   Verwijzing. De zwaluwen van de illustratie zijn afkomstig uit 309 afbeeldingen van vogelen in koper gesneden uit J. Jonstons naeukeurige beschryvingh van de natuur, t’Amsterdam, bij I.I. Schipper op de Keysers gracht, 1660, reprint 1976.

Reacties

Populaire posts van deze blog

1 Zelfreflectie

16 Prutswerk, gebroddel en beunhazerij

2 Allitereren