375 Nacht, trottoir – als Herman Gorter

   Er zijn vele Herman Gorters, en een Nacht, trottoir zo lang en breed uitwaaierend als de Mei behoort zeker tot mijn wensen, maar dat zal voor later zijn. Deze Gorter is die van de sensitieve verzen, van de Zie je, ik hou van je-gedichten, van Mijn grijze tintelreine, van Het gouden zongezwier, van De heide is maar stil en Ik wilde ik kon u iets geven. Heel prachtig allemaal.
   Het gedicht van Blok is ook mooi, maar door het door de OuLiPoliaanse molen te halen komen er elke keer weer meer kaleidoscopische kanten bij. Je ziet het tafereel op vele manieren voor je en het wordt steeds mooier, absoluter en raadselachtiger. En we zitten pas op drie.

Ik stond op het gestoepte
in de nacht
en ik roepte, roepte,
maar geen die mij wacht.

Slechts het lantarenlicht
was mijn kleed,
Slechts de bliksemschicht
die vrieskou heet.

Hoe wriemelend meanderde
hier de stad,
hoe nooiteens-ooit veranderde
dit webomspannen rad.

In de gracht keek ik mijn ik
in de ziel,
hoe bevederd licht dit ogenblik
mij viel.

_____

Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345, hier.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

612 De speld

613 Hoe koning te zijn zonder het te worden

611 Oehoeboeroe krik-krak

610 Het eerste boek dat ik zelf las

342 De hond en zijn mens

609 Inspiratie

603 In gesprek met mijzelf

600 Inleidend vertier bij Eindeloos vertier

596 Kinderkouwenariade

607 Frits en Yorick