376 Delina Delaney, hoofdstuk II

   Hoofdstuk II van Delina Delaney begint waar hoofdstuk I ophoudt. De kostwinner, visserman Joe Delaney rust in vrede, waarna de armoede in het naar Ierse begrippen zeer kleine gezin hard toeslaat. Delina en haar moeder wenen vele zakdoeken vol, als een klop op de deur redding brengt: Lady Gifford (echtgenote van wijlen Lord Gifford) komt Delina naaiwerk aanbieden op het kasteel. (O! Men ziet de bui reeds hangen!) En als Delina zich maandagochtend, beschenen door Sol, in zijn blikkerende majesteit, ten kastele vervoegt, loopt zij bij de ingang Lady Giffords zoon Lord (een andere naam krijgt hij het hele boek niet) tegen het lijf, die een coup de foudre krijgt, een scheut van een schicht van liefde op het eerste gezicht door zijn bast. ‘Hemelse goedheid,’ mompelt hij, ‘een juweel, een juweel van onschatbare waarde.’ Na afloop van haar eerste werkdag wacht hij haar op en begeleidt haar naar het nederige stulpje dat zij haar huis noemt, waar hij kennismaakt met haar moeder, die hij verzekert dat Delina een van de verstandigste meisjes is die hij ooit heeft ontmoet – wat het moederinstinct van mevrouw Delaney hoogst verdacht voorkomt, en met recht. Wij denken ook het onze ervan, maar ik wil hierbij alvast verklappen dat een gedeelte van de spanning – houdt Hij echt van Haar of probeert hij haar alleen maar in bed te krijgen? – door de schrijfster (waarschijnlijk per ongeluk) mooi gedoseerd en invoelbaar en blijvend spannend wordt aangehouden in de roman, want Hij houdt, tegen alle verwachtingen in, echt van Haar! – wat voor idiote fratsen en strapatsen, die helemaal niet lijken te stroken met Echte liefde, hij later ook uithaalt.
   Het hoofdstuk begint, opnieuw onnavolgbaar prachtig, zo:

Mother and daughter sat now alone, weeping at intervals, viewing the future with trembling and broken faith. The first to break the monotony was Delina:
   “Mother, dear, but I’m weary.”

   Als vertaling had ik eerst dit:

Moeder en dochter zaten alleen nu, met tussenpozen te wenen en zagen de toekomst met beven en verbrijzeld geloof tegemoet. De eerste die de monotonie doorbrak was Delina:
   ‘Moederlief, ik ben zo moe.’

   De uitdrukking is de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Dat is waarschijnlijk beter, want aan uitdrukkingen heb je tenminste een houvast, ze zijn een boei in de woelige wateren van onzekere betekenis van de zinnen en alinea’s van de schrijfster. Maar er is meer wat bijstelling behoeft. Want zie je daar de herhaling van het werkwoord break, in broken faith en the first to break the monotony? Het ene woord sleept bij Ros het andere mee, en herhaling is in Delina Delaney een opvallend stijlkenmerk, soms zelfs nog in het oog springender dan hier. We zullen bewoordingen als brilliant brilliancy tegenkomen en a louder loudness – vernieuwend, niet alleen ten opzichte van Irene Iddesleigh, dat die herhalingen nog niet kende, maar ook in de godganse wereldliteratuur tout court. Dus dan zou die eerste alinea iets moeten worden als:

Moeder en dochter zaten alleen nu, met tussenpozen te wenen en zagen de toekomst met beven en verbroken vertrouwen tegemoet. De eerste die de monotonie doorbrak was Delina:
   ‘Moederlief, ik ben zo moe.’

Maar daar zie ik nog iets prachtigs over het hoofd, dat – als het lukt – om een adequate omzetting vraagt. Wat is trembling namelijk? Een zelfstandig naamwoord, zoals ik het nu vertaald heb? Of is het een bijvoeglijke bepaling bij faith? Vertrouwen dat niet alleen geknakt is (zou ook een mooi woord zijn hier, maar ik moet tweemaal breken hebben) maar dat ook rilt en trilt en bibbert en beeft? Bevend vertrouwen, het klinkt misschien raar, maar raar is geen reden. Niet voor niets heet de biografie die Jack Loudan over haar schreef O Rare Amanda!
   Eén ding is zeker: waar trembling in het Engels beide kan zijn, zul je in het Nederlands moeten kiezen tussen substantief en adjectief. En waar veel, de meeste, nee praktisch alle vertalers dan zonder nadenken, op de volautomatische piloot, blind zouden kiezen voor de gewonere oplossing, probeer ik in het algemeen – en niet alleen bij Amanda Ros – voor de ongewonere, de bijzonderdere te kiezen. Gewoon, omdat ongewoon leuker is. Lectio difficilior praestat, wil ik maar zeggen.

Moeder en dochter zaten alleen nu, met tussenpozen te wenen en zagen de toekomst met bevend en verbroken vertrouwen tegemoet. De eerste die de monotonie doorbrak was Delina:
   ‘Moederlief, ik ben zo moe.’

   Als Delina voor het eerst op Columba Castle bij Lady Gifford komt, weet ze in alle pracht en praal van ellende niet wat ze moet doen: ze durft niet op een stoel te gaan zitten en kiest een plekje op het geboende parket uit om haar kont neer te vlijen, tot hoon van hare ladyship. Dat staat er zo, en mij gaat het om de rosebud scorn op het eind. Wat is dat?

The different shades of a lustrous lounge seemed to spurn at her in sparkling silence; the embossed seats of brilliant brilliancy that rested quietly here and there throughout the room, almost taunted her girlish timidity with their blooming laugh of rosebud scorn.

   De gebosseleerde zetels tartten haar meisjesachtige verlegenheid met hun bloesemende lach (maar blooming is ook een eufemisme voor bloody) van rozeknoppige hoon. Is rosebud soms een kleur? In de laatste alinea van het hoofdstuk komt het woord nog een keer voor, maar daar is het duidelijk metaforisch voor (zie de OED) a pretty maiden, a girl in the first bloom of womanhood (also as a term of endearment), een onschuldig meisje, een knopje dat op ontbotten, ontluiken staat:

A tight grip of Lord Gifford’s hand was a token of separation. He hastened from mother and daughter with a swift step, to go home and dream over the beautiful knot of rosebud innocence he felt was fond of motherly affection.

   Maar hier is het woord knot weer een probleem. Vanwaar die knoop? Ik vermoed dat de schrijfster het als een synoniem van bud gebruikt, omdat een bud of rosebud innocence haar net iets te ver gaat, maar zeker weten doe ik het niet. Trouwens, ook de laatste woorden, he felt was fond of motherly affection, zijn een enigszins raadselachtige toevoeging. Is Delina naar Lord Giffords idee (te) zeer onder de ban van haar moeder, en moet hij haar losweken? Het is niet heel duidelijk.

Een ferme handgreep van Lord Gifford was een sein van afscheid. Hij verwijderde zich met rappe tred van moeder en dochter om huiswaarts te keren en te dromen van de wonderschone knoop van knoprozige onschuld die naar zijn gevoel viel voor moederlijke genegenheid.

   Misschien moeten we rosebud in rosebud scorn als de stoelen Delina uitlachen lezen als een genitivus objectivus, als een verduidelijking waarop de scorn gericht is, meisjeshoon niet als hoon van meisjes maar voor meisjes, en dan zou je als vertaling kunnen krijgen (met dezelfde onduidelijkheid overigens, maar ik weet het dan tenminste):

De verschillende schakeringen van de sublieme salon leken op haar neer te kijken in sprankelend stilzwijgen; de gebosseleerde zetels van schitterende schittering die her en der in het vertrek kalm wachtten, leken met hun ontloken rozeknoppige hoon haar meisjesachtige schroomvalligheid te bespotten.

   Zo moet het dan maar even...
_____

Met veel dank aan Amandianen Astrid Meijn en Hugo van der Wolf voor hun waardevolle suggesties. Delina Delaney van Amanda Ros is op archive.org te lezen en te downloaden, hier. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345, hier.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

160 Vintage Vondel

378 AI is op de mars

377 Verkeerde benen

380 Nacht, trottoir – als ollekebolleke

382 Nacht, trottoir – verschoven

379 Nacht, trottoir – als a-lipogram

381 Nacht, trottoir – als Menno Wigman

383 Nacht, trottoir – als carnavalskraker

384 Nacht, trottoir – als Constantijn Huygens

385 Delina Delaney, hoofdstuk III