Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
536 Vandaags vertaalprobleem is morgense dag literatuur
[wordt vervolgd]
_____
Hier op togdazine. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Wat voorafging: Eitsi-Heibib is onderweg met een opdracht van de sjamaan Cordaan, die hem heeft beloofd te helpen om de opdracht die Eitsi-Heibib van de Maan heeft gekregen te volbrengen, namelijk de Manedochter bevrijden uit de klauwen van het Beest met twintig Oren. Maar eerst moet Eitsi-Heibib van de sjamaan Cordaan naar de toverheks in het moeras om van haar te weten te komen Wat is en Wat was. Mocht Eitsi-Heibi in gevaar komen, mag hij Cordaan één keer te hulp vragen, die dan in de gedaante van een kauw zal verschijnen. Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, gaat op weg naar het moeras om de toverheks te vinden. Onderwijl zingt hij over Luna, de Manedochter die hij moet bevrijden. Plotseling wordt zijn weg versperd door een Hert, die hem niet wil doorlaten. Eitsi-Heibib strijdt met het Hert, vele uren lang, maar moet uiteindelijk de hulp van de sjamaan Cordaan inroepen. De sjamaan Cordaan verschijnt, zoals beloofd i...
Wat voorafging: Eitsi-Heibib is onderweg met een opdracht van de toverheks Kará-Kará, die hem beloofd heeft de vragen te beantwoorden die hij van de sjamaan Cordaan aan haar moest stellen (Wat is? Wat was?), die hem beloofd heeft daarna helpen te helpen met de opdracht die hij gekregen heeft van de Maan, om de Manedochter bevrijden uit de klauwen van het Beest met twintig Oren. Maar eerst moet Eitsi-Heibib dus van de toverheks Kará-Kará naar een eiland midden in de oceaan, hier honderdduizend mijl vandaan, om een ei te halen dat van lucht gemaakt is en door een reus bewaakt wordt. Mocht Eitsi-Heibib in gevaar komen, mag hij de toverheks Kará-Kará één keer te hulp vragen, die dan in de gedaante van een schorpioen zal verschijnen. En dus gaat Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, weer op weg. Lees en luister nu verder. (Dit deel van het gezongen petroglief werd vertolkt door het jonge driemanschap (er is nog hoop voor de ...
Het boek is binnen (nog niet in de winkel, heb ik me laten vertellen) en wat er dan meestal gebeurt, zo gauw ik het opensla vind ik een zetfout-drukfout, wat een mooie naam is voor een typfout die aan mij en het arendsoog van de talloze met hun neus kijkende redacteuren, correctoren, persklaarmakers en dergelijke is ontsnapt. Meteen, bam: typfout. Je kan er de klok op gelijk zetten. Gif op innemen. Donder op zeggen. Moet ik dan alles alleen doen? Waar heb je dan versmurfers voor? Negenennegentig procent van de typfouten is eruit gehaald, maar het gaat er niet om wat eruit is gehaald, het gaat erom wat erin is gebleven. Honderd keer overgelezen en toch overheen gelezen! Het komt: zo in boekvorm lees je het heel anders dan op je scherm of als uitgeprinte drukproef. Er vallen heel andere dingen op. Maar hoe dat nu weer komt, geen idee. Oké, typfouten zijn slordig, maar zijn ze erg? Als het er veel zijn en ze storen...
Gulliver met driehonderd is tegelijkertijd de Nederlandse Gulliver met tweehonderdnegenennegentig. Want de eerste vertaling verscheen luttele maanden na de Engelse editie van oktober 1726, namelijk in januari 1727. Waarmee het de eerste Gulliver -vertaling ter wereld is. (De Franse volgde datzelfde jaar.) De vertaling is anoniem, maar de universiteitsbibliotheek van Leiden bezit een exemplaar, waar op de titelpagina in inkt en contemporaine orthografie staat bijgeschreven: ‘uijt het Engelsch vertaalt door Doctor Cornelis van Blankesteijn’. En de swiftoloog F.J.A. Jagtenberg heeft geen reden om dat in twijfel te trekken, al is over deze Van Blankesteijn verder niets bekend. [1] De tweede vertaling dateert uit 1792 en is ook anoniem. De derde vertaling – ik tel alleen de complete vertalingen, niet de bewerkingen, meestal voor kinderen – is een uitgave van A.C. Kruseman uit 1862, van de hand van J.W.N. Mosselmans, en heet Reizen van Lemuel Gulliv...
Wat voorafging: Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, heeft de reus verslagen die de toren bewaakte waar het ei ligt dat van lucht is gemaakt, dat hij naar de heks Kará-Kará moet brengen die hem zal helpen om de vraag te beantwoorden die de sjamaan Cordaan hem gesteld heeft als voorwaarde om hem te helpen met zijn opdracht van de Maan om de Manedochter te bevrijden. Loopt het nog goed af? (Dit laatste deel van het gezongen petroglief werd vertolkt door het ensemble Altai KhaiKhan als Altai Magtaal op de plaat Whistle in the Wind , hier , en ook, met filmische indrukken van de Altaj, hier .) Eitsi-Heibib 5 Rara: wat is wat was, wat was wat is, de zon, de maan, de vogel en de vis. De wolken die er zijn voor jou en mij. ...
Gulliver vertelt dat hij in Brobdingnag het meest in angst heeft gezeten toen hij op zeker moment door een aapje dat langs het raam van zijn ‘kindermeisje’ Glumdalclitch naar binnen was geklauterd, uit zijn huis gehaald werd en mee het dak op genomen, want het aapje dacht in alle liefdevolle zorgzaamheid dat Gulliver ook een aapje was dat gezoogd wilde worden. Het is een ontroerende episode. Als Gulliver gegrepen is, staat er: He took me up in his right Fore-foot, and held me as a Nurse doth a Child she is going to suckle – waarmee voor mij duidelijk is dat het aapje een vrouwtje is en dat ik haar dus met het vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord zal moeten benoemen, waar het Engels het mannelijk voornaamwoord heeft, ook niet gek trouwens, wat betreft inlevings- en invoelingsvermogen van Gulliver, want de meeste schrijvers zouden naar dieren met it verwijzen. Bovendien is het een aapje , een Monkey , en geen Ape , of aap, want met aap worden in he...
_____ [wat voorafging: Bij vertalen horen, in de woorden van legendarische tovenaar-vertaler Pé Hawinkels, ‘bepaalde vormen van enthousiasme’ waardoor je wel eens van de letter afwijkt om de geest te vangen. Is Infinite Jest van zulk hout gesneden dat het ongrammaticale woorden duldt en zelfs aanmoedigt, in vertaling?] _____ Ik waag het erop, het woord vandaags onderbrengen in Eindeloos vertier – zoals het nu gaat heten, het denken over de titel heeft me zo’n half jaar gekost, en het is niet mijn eerste keus, wat het nu geworden is, Eindeloos vertier , ik was zelf uiteindelijk uitgekomen op Grenzeloze grol , wat de uitgever, denk ik, toch niet serieus genoeg vond, alsof ik het boek niet ernstig nam en het boek niet ernstig genomen hoefde te worden – wat natuurlijk helemaal de bedoeling niet was van die titel, het is een mooie alliteratie ten eerste, die Infinite Jest ook is, als je Jest met een hoofdletter I schrijft zoals dan kon in tijden van weleer en va...
Irene Iddesleigh was het debuut van Amanda Ros. Ze moet in het begin haar ware stijl nog vinden. Pas halverwege gaat ze helemaal los met vergezochte vergelijkingen, aangrijpende alliteraties en verkeerd verwijzende voornaamwoorden. Ze las niet veel. The Children of the Abbey van Regina Maria Roche uit 1796 was haar lievelingsboek, dat ze had gelezen toen ze jong was. Feitelijk is het dat boek dat ze te al en immere tijde probeert te emuleren, misschien bewust maar hoogstwaarschijnlijk onbewust – later maakte ze er een geprikkeld punt van dat ze het nooit had gelezen, hoe durft u het te suggereren meneer. Het was alleen maar logisch dat de stijlen op elkaar leken. Zo moet je immers schrijven! The Children of the Abbey begint al even geëxalteerd als Irene Iddesleigh : Hail, sweet asylum of my infancy! Content and innocence reside beneath your humble roof, and charity unboastful of the good it renders. Hail, ...
‘Een tragisch geval’ heet de vertaling van Rolf en Edo Loeber van ‘A Painful Case’ uit Dubliners van James Joyce. We schrijven 1967. In 1968 vertaalt Rein Bloem het als ‘Een pijnlijke zaak’. Die titel blijft tot 1997, zeven drukken lang behouden – en ook in de achtste druk uit 2004, waarin Erik Bindervoet en ik de tientallen dingen die hij had overgeslagen hebben teruggezet en de honderden ergste fouten, missers, blunders, slordigheden etc. hebben proberen te verwijderen – zeer tegen de zin van de vertaler, die er in samenspraak met de redacteur een heleboel weer in ere herstelde en en passant een hele hoop verse miskleunen beging. (Jongens en meisjes, doe dat nooit, andermans vertaling herzien: heel slecht voor je hart.) (En laat jouw vertaling ook nooit herzien!) In 2016 mochten Erik en ik het dan eindelijk helemaal zelf doen en vertaalden we de titel als ‘Een pijnlijk geval’. De hoofdpersoon, meneer Duffy, i...
Mijn vertaling – ik besef het maar al te goed – is een Noord-Nederlandse vertaling met Noord-Nederlandse zinswendingen en Noord-Nederlandse woorden en Noord-Nederlandse verwijzingen naar gezonken cultureel erfgoed. Mijn droom is nu om in 2030, als de perfide Belg twee eeuwen geleden valselijk afgescheiden is en de Leo Belgica sindsdien op eigen houtje brult, na die 15 broederlijke jaren dat we één land één volk waren, ter viering daarvan, een Zuid-Nederlandse vertaling gebaseerd op de mijne uit te (laten) geven. Eerst moet natuurlijk een Vlaamse sensitivity reader mijn vertaling helemaal nakijken en strepen zetten overal waar zich een mogelijk Belgisch alternatief aandient, of waar het Noord-Nederlands al te schel en te schril en/of te bot is, of de Zuid-Nederlandse woordvolgorde afwijkt van de Noord-Nederlandse. Vlaanderen boppe! Seefhoek vooruit! In het onderstaande werp ik enige vermoedelijk Noordnederlandismen op waar ik heel ...
Reacties
Een reactie posten