554 Rijmen op urf
Leuke rijmen zijn leuk omdat ze leuk zijn, het woord ‘leuk’ zegt het al. Hetzelfde geldt voor klanken. Op de klank -urf rijmt verrassend veel, zelfs een fijn woord als murw, hoewel dat niet direct voor een kindergedicht is te gebruiken, al bedenk ik binst ik dit optiep dat je best iets zou kunnen bedenken met ‘ik beuk je murf!’
In het kader van de poëtisering van algemene stripkennis viel me op dat de urf-klank wel twéé stripfiguren kan verenigen, en ik maakte dit gedicht:
Urf, urf, urf
Pom Pernikkel at een ijsje,
at een ijsje o zo blauw.
Pom Pernikkel stak zijn neusje
in het ijsje o zo blauw.
– Urf, urf, urf!
riep Pom Pernikkel aan de mensen,
ben ik al een smurf?
Pier Magoggel zat te pulken,
zat te pulken in zijn neus.
Urenlang zat Pier Magoggel
met zijn vingers in zijn neus.
– Urf, urf, urf!
riep Pier Magoggel aan de vogels,
heb ik al een slurf?
Por Torico stond te draaien,
stond te draaien op de ree.
O wat stond hij daar te draaien
aan het water van de zee.
– Urf, urf, urf!
riep Por Torico aan de vissen,
wedden dat ik springen durf?
Pom Pernikkel, Pier Magoggel,
Por Torico kropen toen
met z’n drieën in een hemdje,
heel groot hemdje van katoen.
– Urf, urf, urf!
riepen Pom Pernikkel,
Pier Magoggel,
Por Torico door elkaar,
zijn we nou niet Billie Turf?
Maar toen ik het af had vond ik het maar mwâh. Een beetje gewild, een beetje al te erg naar het onafwendbare rijmwoord toewerkend, zodat dat niet heel erg verrassend meer werd, en zelfs flauw, als een domme grap. Dus dit gedicht ging op de stapel Omgekeerd en Voorlopig Niet Meer Naar Kijken.
En toen ik er weer naar keek vond ik het nog steeds matig, en toen ik er weer naar keek nog steeds, en toen ik er weer naar keek: nog steeds matig. Het had iets, en dat iets zat ergens, maar waar? En het had ook iets niet, maar opnieuw: wat dan? Moest ik de namen veranderen? Was dat het? Nee, dat kon het niet zijn. En ik besloot en weer voorlopig niet naar te kijken.
En toen ik er weer naar keek vond ik het nog steeds matig, en toen ik er weer naar keek nog steeds, en toen ik er weer naar keek: nog steeds matig. En toen dacht ik, fuck ook, ik ga er een blog van maken, en dat zette me voor het blok en trok me over de streep, want toen zag ik het, ik zag hoe ik de flauwe grap van het flauwe moest ontdoen: namelijk door het laatste rijmwoord gewoon rigoreus weg te halen, en er een invul-, aanvul-, raadselrijm van te maken. En dat werkt! (Vinnik.) (Denkik.) Hoe het komt weet ik niet, maar kijk maar:
Urf, urf, urf
Pom Pernikkel at een ijsje,
at een ijsje o zo blauw.
Pom Pernikkel stak zijn neusje
in het ijsje o zo blauw.
– Urf, urf, urf!
riep Pom Pernikkel aan de mensen,
ben ik al een ——— ?
Pier Magoggel zat te pulken,
zat te pulken in zijn neus.
Urenlang zat Pier Magoggel
met zijn vingers in zijn neus.
– Urf, urf, urf!
riep Pier Magoggel aan de vogels,
heb ik al een ——— ?
Por Torico stond te draaien,
stond te draaien op de ree.
O wat stond hij daar te draaien
aan het water van de zee.
– Urf, urf, urf!
riep Por Torico aan de vissen,
wedden dat ik springen ——— ?
Pom Pernikkel, Pier Magoggel,
Por Torico kropen toen
met z’n drieën in een hemdje,
heel groot hemdje van katoen.
– Urf, urf, urf!
riepen Pom Pernikkel,
Pier Magoggel,
Por Torico door elkaar,
zijn we nou niet Billie ——— ?
_____
Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
In het kader van de poëtisering van algemene stripkennis viel me op dat de urf-klank wel twéé stripfiguren kan verenigen, en ik maakte dit gedicht:
Urf, urf, urf
Pom Pernikkel at een ijsje,
at een ijsje o zo blauw.
Pom Pernikkel stak zijn neusje
in het ijsje o zo blauw.
– Urf, urf, urf!
riep Pom Pernikkel aan de mensen,
ben ik al een smurf?
Pier Magoggel zat te pulken,
zat te pulken in zijn neus.
Urenlang zat Pier Magoggel
met zijn vingers in zijn neus.
– Urf, urf, urf!
riep Pier Magoggel aan de vogels,
heb ik al een slurf?
Por Torico stond te draaien,
stond te draaien op de ree.
O wat stond hij daar te draaien
aan het water van de zee.
– Urf, urf, urf!
riep Por Torico aan de vissen,
wedden dat ik springen durf?
Pom Pernikkel, Pier Magoggel,
Por Torico kropen toen
met z’n drieën in een hemdje,
heel groot hemdje van katoen.
– Urf, urf, urf!
riepen Pom Pernikkel,
Pier Magoggel,
Por Torico door elkaar,
zijn we nou niet Billie Turf?
Maar toen ik het af had vond ik het maar mwâh. Een beetje gewild, een beetje al te erg naar het onafwendbare rijmwoord toewerkend, zodat dat niet heel erg verrassend meer werd, en zelfs flauw, als een domme grap. Dus dit gedicht ging op de stapel Omgekeerd en Voorlopig Niet Meer Naar Kijken.
En toen ik er weer naar keek vond ik het nog steeds matig, en toen ik er weer naar keek nog steeds, en toen ik er weer naar keek: nog steeds matig. Het had iets, en dat iets zat ergens, maar waar? En het had ook iets niet, maar opnieuw: wat dan? Moest ik de namen veranderen? Was dat het? Nee, dat kon het niet zijn. En ik besloot en weer voorlopig niet naar te kijken.
En toen ik er weer naar keek vond ik het nog steeds matig, en toen ik er weer naar keek nog steeds, en toen ik er weer naar keek: nog steeds matig. En toen dacht ik, fuck ook, ik ga er een blog van maken, en dat zette me voor het blok en trok me over de streep, want toen zag ik het, ik zag hoe ik de flauwe grap van het flauwe moest ontdoen: namelijk door het laatste rijmwoord gewoon rigoreus weg te halen, en er een invul-, aanvul-, raadselrijm van te maken. En dat werkt! (Vinnik.) (Denkik.) Hoe het komt weet ik niet, maar kijk maar:
Urf, urf, urf
Pom Pernikkel at een ijsje,
at een ijsje o zo blauw.
Pom Pernikkel stak zijn neusje
in het ijsje o zo blauw.
– Urf, urf, urf!
riep Pom Pernikkel aan de mensen,
ben ik al een ——— ?
Pier Magoggel zat te pulken,
zat te pulken in zijn neus.
Urenlang zat Pier Magoggel
met zijn vingers in zijn neus.
– Urf, urf, urf!
riep Pier Magoggel aan de vogels,
heb ik al een ——— ?
Por Torico stond te draaien,
stond te draaien op de ree.
O wat stond hij daar te draaien
aan het water van de zee.
– Urf, urf, urf!
riep Por Torico aan de vissen,
wedden dat ik springen ——— ?
Pom Pernikkel, Pier Magoggel,
Por Torico kropen toen
met z’n drieën in een hemdje,
heel groot hemdje van katoen.
– Urf, urf, urf!
riepen Pom Pernikkel,
Pier Magoggel,
Por Torico door elkaar,
zijn we nou niet Billie ——— ?
Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.


Reacties
Een reactie posten