274 Door persklaarversmurfers omringd

   Hoe meer je vertaalt, hoe meer je met persklaarmakers te maken krijgt, en hoe meer nodeloze ergernis het oplevert. Ergernis die eruit moet, voordat die zich gaat opkroppen en ophopen en kwalijke dampen naar het hoofd opstuwt.
   Ik zal in mijn hiernavolgende kleine boutade bijzonder genuanceerd zijn over de beroepsgroep. Ik zeg: wie de schoen past trekke hem aan, ook al denk ik dat die schoen alle persklaarmakers past. Ik zeg uitdrukkelijk niet – hoewel ik er wel over heb gedacht – ‘de enige goede persklaarmaker is een dode persklaarmaker.’ Zover ga ik niet. Ze hoeven alleen het bijltje er maar bij neer te gooien. Hun draailier aan de wilgen te hangen. Hun pen overdwars in te slikken. De enige goede persklaarmaker is een ex-persklaarmaker. Wat ze verder met hun miserabele leven doen is hun zaak.
   Ik maak me geen illusies dat het na mijn aanklacht op zal houden met het persklaarversmurfen, het injecteren van dodelijke eenvormigheid in de literatuur.
   Er zal zoals altijd niets veranderen.
   Men drinkt een glas, men doet een plas, en alles blijft zoals het was.
   Ik vertaalde onlangs vier romans van de laatste der grote Russische stilisten, Sergej Dovlatov, voor Van Oorschot. Ik liep al dertig jaar te leuren en te zeuren bij ze om Dovlatov te vertalen, maar in de drie vertalingen van Aai Prins zagen ze ‘niet veel bijzonders’ en ze dachten dat het aan de schrijver lag. Grote mistake! Maar toen Vleugels mijn vertaling van Domein had uitgegeven, hingen ze meteen aan de lijn of ik nog steeds Dovlatov voor ze wilde doen. En dan een boek ten omvang van een Russische Bibliotheek-deeltje. Dus vier romans ineens. Daar heb ik (kon ik anders?!) ja op gezegd, wat Vleugels dan weer als verraad opvatte, want hij had ‘misschien best nog een boek van Dovlatov willen uitbrengen’. Dat klonk best vaag, en bovendien: ik ben van niemand.
   De verhoudingen met Vleugels zijn gelukkig hersteld. Hij heeft een ander boek van Dovlatov uitgegeven, De vreemdelinge, helaas niet door mij vertaald (dat was zijn wraak), en bij Van Oorschot is mijn vertaalde vierluik, Omtrekkende bewegingen, inmiddels ook uit.
   Ik heb me wel weer met hand en tand moeten verdedigen tegen redacteuren, correctoren en persklaarmakers.
   Het begon al met de interpunctie. De redacteur vond dat we de Nederlandse ‘regels’ moesten volgen en na een dubbele punt de directe rede meteen moesten laten volgen en niet op een nieuwe alinea zetten, want dat was ouderwets en ‘niet om aan te gluren’.
   Waarbij ik me in gemoede afvraag waarom alles er zonodig precies hetzelfde moet uitzien? Dat vind ik pas een aanslag op de ogen.
   Gelukkig kon ik hem wijzen op mijn eerdere tirades over deze zaak, zodat ik niet nog eens hoefde te herkauwen wat ik, en met mij Dovlatov, ervan vond.
   Maar toen ging de persklaarversmurfer er nog een keer overheen.
   En wat je van je ervaringen met persklaarversmurfers ook mag zeggen, het kan altijd erger. En het wordt altijd erger. Elke keer weer een stukje. Daar kun je gif op innemen – waar je af en toe nog wel zin in krijgt ook.
   Ook deze persklaarversmurfer was gewaarschuwd voor de particuliere wensen van schrijver en vertaler, en ook voor Dovlatovs zelfopgelegde stilistische verbod op alliteratie in een regel, waaraan de vertaler zich zoveel mogelijk probeerde te houden. En voor Dovlatovs spreektaligheid, zijn vertellerstoon.
   Het mocht niet baten. Ik kreeg 557 A-viertjes volgekliederd met toondove aanmerkingen terug.
   Het begon meteen al op de eerste bladzijde van de eerste roman, Compromis. Dovlatov begint te vertellen:

– Ik kwam Loginov tegen van de tv.

   Waarbij ik de alliteratie niet op een natuurlijke manier vermeden kreeg, tegen en tv. Nood breekt wet, dus ik liet het staan. Dovlatov had in dat geval zonder schroom van de tv veranderd in van de radio, zelfs als het werkelijk de Loginov van tv was geweest, maar dat durfde ik net niet aan. Misschien niet goed van mij en moet ik het alsnog doen... Maar het gaat om de woordvolgorde. De persklaarversmurfer wilde die veranderd zien in: ‘Ik kwam Loginov van de tv tegen.’ Wat natuurlijk precies de manier is waarop je het níét zegt, waarop je een verhaal dat je ophangt tegen een ander níét begint. Je zegt: ‘Ik kwam Loginov tegen [korte adempauze, die beduidt: je weet wel, die Loginov] van de tv.’
   De volgorde die de persklaarversmurfer voorstelt is zo toondoof dat ik het hele pak papier onmiddellijk terzijde had kunnen schuiven. Eén hapje commentaar was genoeg om te weten dat het een en al schimmel was.
   Maar ik ging door. Het was een smerig karwei maar het moest gedaan worden. Dus, mouwen opgestroopt, profylactisch een paar buisjes Norit geslikt en aan het werk. Alleen het ergste van het ergste zal ik laten langskomen, dat beloof ik.
   Nog tamelijk onschuldig zijn de volstrekt willekeurige veranderingen. Het deksel wordt verbeterd tot de deksel en de as tot het as. Waarom? Als het allebei kan, waarom moet het dan op hun manier?
   Gefilte fisch wordt gefilte fisj terwijl het een traditioneel Asjkenazisch sjabbat-gerecht is dat op beide bereidwijzen geschreven kan worden.
   Heb ik je wakker gemaakt? wordt Maak ik je wakker? – misschien omdat de persklaarversmurfer denkt dat ik het uit het Engels vertaald heb?
   Gin en tonic wordt gin-tonic, ook al staat er dat ze in de winkel gin én tonic gingen kopen. Waarschijnlijk macht der gewoonte.
   O jazeker wordt O ja, zeker, wat een heel andere intonatie geeft, die hier niet de bedoeling is.
   Erger is dat u heeft o-ve-ral wordt veranderd in u hebt en de wederkerige beleefdheidsvorm o-ve-ral wordt veranderd van zich in uu vergist zich wordt u vergist u, een manier van zeggen die ik van zijn levensdagen nog nooit uitgesproken heb horen worden.
   Nog zo’n abstracte Taalunie-regel die koppig wordt aangetekend: iets dat moet zijn iets wat, ook als het eerste duidelijk beter klinkt en het ‘iets’ iets is dat een tikkeltje concreter is en een dat verdient. Maar nee, regels zijn regels. Zonder regels kun je het nooit goed doen en daarom moeten ze gevolgd worden, want anders is het gewoon fout. De regels kunnen zich niet vergissen, daarvoor zijn het regels, nietwaar?
   Steevast wordt gekozen voor de clichématigste manier van zeggen en schrijven, niets mag eruitspringen qua woordgebruik, zinsvolgorde, syntax, woordenschat, orthografie, wat dan ook, het moet even kraak- als smaakloos lezen. Wederspannigheid moet worden weerstand, want ‘wederspannigheid is een juridische term’. En wat? Navenant moet worden net zo. Etcetera moet worden enzovoort, en anders toch zeker los van elkaar, et cetera.
   Staan de oren al te klapperen? Denkt men dat ik overdrijf? Dat ik dingen verzin? Was het maar waar.
   Een opstapeling van kalkoenbotjes moet worden een stapel kalkoenbotjes – er mocht eens iets wat bijzonderder gezegd worden, o gruwel! Idem: klaar en blauw moet worden klaar blauw en risicovolle moet worden riskante. Persklaarmakers lijken inmiddels wel geëvolueerd tot sensitivity readers, die alles zo simpel mogelijk moeten houden, want anders zouden de lezers er wel eens aanstoot aan kunnen nemen.
   Hoe beroepsgedeformeerd ze zijn, blijkt uit een aantekening in de marge aan het eind van de tweede roman, Die van ons. Dovlatov gaat eindelijk emigreren, hoe weinig zin hij er ook in heeft. In zijn eigen land wordt hij niet uitgegeven (is de rode draad van de vier romans zo’n beetje). Hij zoekt zijn manuscripten en typoscripten bij elkaar, stelt zijn werk opnieuw samen, ordent het, schrijft dingen af, zoekt uit wat hij wil meenemen en wat niet. Dat staat er heel kort op de volgende manier: ‘Ik moest manuscripten in gereedheid brengen.’ De persklaarmaker – hoewel hij inmiddels 250 bladzijden lang weet dat er van publiceren geen sprake kan zijn – maakt in de kantlijn de vertederende aantekening: ‘persklaar maken?’


   Toen moest ik wel een traantje wegpinken.
   Het is een treurig beroep, als het al een beroep is, het slaafs volgen van uit de lucht gegrepen regels.
   Genoeg gesnotterd. We moeten verder. Ook een oprukkend dogma: buitenlandse plaatsnamen schrijven zoals ze in de plaatselijke landstaal worden geschreven – met voorbijgaan aan alle historische context. Loegansk moest ik als Loehansk schrijven, alsof de Oekraïne toen al het onafhankelijke land Oekraïne was. Kiëv ontsnapte nog net de dans, waarschijnlijk omdat het iets te ingeburgerd is. Ook Estse namen mocht ik niet uit het Russisch translitereren maar moest ik in het Ests schrijven. Zelfs gerechten werden gedekolonialiseerd: pastirma moest ik met een Turkse puntloze i schrijven, alsof we geen roman aan het lezen zijn maar een culinaire reisgids.
   En dat wordt allemaal vlijtig aangetekend in de marge door mag je aannemen een mens van vlees en bloed die diep van binnen toch zal beseffen dat hij wel wat beters te doen heeft. Dat hij voor andere dingen op de wereld gezet is.
   Elke keer weer word ik op mijn vingers getikt als ik schrijf vantevoren, lager wal, temidden van, van binnen, teveel, voorzover, wijdopen, zoveel, recht door zee, wel eens, open lucht, zonodig, hoe lang, zometeen etc etc etc. Ik heb de uitgever uitdrukkelijk gevraagd om alles te laten staan zoals ik het had geschreven. Ik heb nog niet durven kijken of er op het laatste moment toch niet een linkmiechel alles heeft zitten versjteren.
   God moet de ene keer met een hoofdletter en dan weer zonder. Bijbel, joden idem dito. (Tegen de verwarring schrijf ik joden altijd met kleine letter: geen religieuze gevoeligheden aan mijn fiets!) De Taalunieregels hebben sinds 1995 alles zoveel moeilijker gemaakt. Vroeger hoefde je nooit na te denken als je het woord tenslotte schreef, je schreef het gewoon aan elkaar, maar nu moet je elke keer piekeren: gebruik ik het als ‘tot slot’ of als ‘per slot van zake’. Wat een verspilling van kostbare denktijd!
   De Joost uit joost mag het weten – hoewel het gewoon een woord voor de duivel is – moet dan weer wel met hoofdletter. Tis de regel, hè! De hele tube geestdodende pasta moet worden uitgeknepen.
   Toondoof: veel waren er ’s ochtends al dronken moet worden velen waren er ’s ochtends al dronken. Wie heeft het ooit zo gezegd? Verzorgd Nederlands, het is de dood in de pot.
   Ze hebben ook een rare kijk op interpunctie. Komma’s zijn er voor hun nooit voor adem, of om een bepaalde manier van lezen te sturen, maar dienen altijd alleen maar aan de regels te voldoen, dat wil zeggen wel tussen persoonsvormen, niet na betrekkelijke bijzinnen zonder persoonsvorm etcetera. De omgekeerde wereld.
   Een paard heeft bij de persklaarversmurfers nog steeds benen en geen poten. Ook dat vertik ik te schrijven. Het zou al veel eerlijker zijn als we alle onderscheid tussen onze diersoort en de andere ophieven en onszelf ook gewoon poten gaven, in plaats van een paard te bombarderen tot ‘edel’ dier.
   Een trap in de ballen? Nee, een trap tegen de ballen. Auw! Dat doet pijn tegen de oren.
   Naar spermatozoïde moet je met haar verwijzen want het is een vrouwelijk woord. Sowieso zijn verwijswoorden onderhevig aan de striktste regels, die iedere tekst volslagen onnatuurlijk weten te maken.
   Ook strijden persklaarversmurfers tegen het gebruik van niet-werkwoorden van spreken wanneer er gesproken wordt, terwijl dat de zinnen er zoveel simpeler en vrolijker op kan maken. ‘– Ik briezel die smeerlap z’n gorgel! – maakte Karavajev zich op voor de strijd.’ vertaalde ik. Dat moest worden, omslachtig: ‘zei Karavajev, die zich opmaakte voor de strijd.’ Kunnen we zulke dingen niet gewoon langzaamaan een beetje gaan toestaan en dat nauwe keurslijf een beetje openpeuteren?
   Zo toondoof als de persklaarversmurfing van deze 557 bladzijden begon, zo toondoof eindigt hij. De laatste zin van de vierde en laatste roman, Filiaal, luidt:

Ik stak een sigaret op en liep het hotel uit in de regen.

   Dat zou moeten worden, persklaarversmurfd: ‘Ik stak een sigaret op en liep het hotel uit de regen in.’
   Geheel verliteratuurd, nep en onecht. En nee, ik verzin het niet.

_____

Verwijzingen. Feitelijk is dit een klein naschrift bij mijn pamflet/schotschrift/aanklacht/noodkreet Contra de persklaarversmurfers zoals te lezen in het huidige (april)nummer van het driemaandelijkse tijdschrift over vertalen Filter (nr. 2 van 2023), dus wie meer wil weten over het pernicieuze werk van persklaarmakers spoede zich naar boek- en tijdschrifthandel. Eerdere blogs over de specifieke stijl van Dovlatov zijn onder andere Een ovaalvormige ronde tafel, hier en Puntje puntje puntje, hier. Zie ook over regels en over Dovlatov in het cumulatieve register, hier. Ook in het nawoord van (het net uitgekomen) Omtrekkende bewegingen staat een en ander over zijn stijl.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

160 Vintage Vondel

378 AI is op de mars

377 Verkeerde benen

380 Nacht, trottoir – als ollekebolleke

382 Nacht, trottoir – verschoven

379 Nacht, trottoir – als a-lipogram

381 Nacht, trottoir – als Menno Wigman

383 Nacht, trottoir – als carnavalskraker

384 Nacht, trottoir – als Constantijn Huygens

385 Delina Delaney, hoofdstuk III