568 Gulliver met driehonderd: wambuis
Gulliver wordt door de boogschutters van Lilliput met een vlaag pylen (1727) beschoten, terwijl hij op de grond vastgebonden ligt. Weliswaar weet hij de koorden van zijn haar enigszins los te rukken, zodat ik pasjens myn hooft ontrent de spatie van twee duym draayen kon (1727), maar een tweede torn (1727) levert hem een volgende pylenhagel (1792) op, plus begonnen ze hem met spiessen in de lenden te steeken (1792). Gulliver is blij dat hij zijn Buff Jerkin aanheeft, dat in de diverse huidige edities wordt uitgelegd als ‘a close-fitting leather jacket’.
Damnatie, een realium. Dat betekent opzoeken, naslaan, neuzindeboeken, websnuisteren. Het betreffende stuks plunje is in het verleden in het Nederlands vertaald als achtereenvolgens myn buffels rokje (1727), een leder Kamisool (1792), een vest van buffelleêr (1862), mijn buffelleeren wambuis (1940), mijn lederen wambuis (1974), een leren wambuis (1979) en een duffelse jopper (2004). Wie moet, wie mag ik geloven? Een buff jerkin – ik zoek het dan maar op – is een geoliede jerkin van ossehuid, als gedragen door soldaten, en een jerkin is een buis of wambuis, een oliewambuis zou je kunnen zeggen, maar ik maak er met 1979 een leren wambuis van, dat vind ik leuk en sprekend genoeg.
De vertaling van 1727 heeft een menigte verlokkelijke woorden en frasen, zoals, een kleine selectie alleen uit de eerste twee hoofdstukjes, alschoon (ofschoon), met oorlof, tijdkorting, geen ene syllaab, myn onverduld (ongeduldigheid), werwaards en bleinen (bloeddoorlopen striemen), vaardig staan (klaarstaan), veeltijds (vaak), zedert voor sedertdien, myns bedunkens, het graauw en belhamels in de oude betekenis van grootste raddraaiers en oproerkraaiers, onderwinden voor het wagen, durven, considerabele profyten, kostgeld trekken, personeel dat my zou worden toegevoegt (dat kun je nog steeds zeggen, maar je moet er wel op komen), hij herzeide (hernam, voegde eraan toe), alleenlyk voor slechts, twee swarte wanschapende pylaren, gebrekkelyk voor gebrekkig, lijftrawanten (lijfwachten), een knyf (mes) – allemaal een beetje buitenissig om tegen te komen in een vertaling anno 2026, en ik denk ook niet dat ik alles kan gebruiken, maar ze geven wel sfeer, en, ook belangrijk, ze zijn contemporain met Gulliver.
De vertaling van 1792 heeft ook mooie dingen die je niet veeltijds ziet: tevens uit de eerste twee hoofdstukjes pluk ik bijvoorbeeld de leste (de laatste), langwylig, een half ankerstouws lengte (bij Gulliver: half a Cable’s length), een geweldige rukking voor ruk, iets optimmeren (bouwen), een leer (trapleer, ladder), een wangedrocht, een Ren Boode (ijlbode), in den eersten opslag (oogopslag), zagtelyk, een Sponton (soort spies), fakkelen (1727 had flambeauwen), inwoonders, keldermeester voor bottelier, om de moedwil en de boosheid van het Janhagel paalen te stellen (het graauw in 1727), levendig opeeten, het woord smeerbuik (Belly bij Gulliver) enz., waarvan ik ernstiglijk zal overwegen of ik ze een plek in 2026 kan geven. Keldermeester heb ik al gejoept.
_____
1727: anoniem [Dr. Cornelis van Blankesteijn]; 1792: anoniem; 1862: J.W.N. Mosselmans; 1940: G. Blom; 1974: Mr. S[em] Davids; 1979: Arjaan van Nimwegen; 2004: Paul Syrier. Zie ook blog 565 en 566 voor een inleiding op deze serie vertaalproblemen. Illustratie: Lemuel Gulliver in zijn bibliotheek, voor de wand met schilderijen van zijn lotgevallen. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
Damnatie, een realium. Dat betekent opzoeken, naslaan, neuzindeboeken, websnuisteren. Het betreffende stuks plunje is in het verleden in het Nederlands vertaald als achtereenvolgens myn buffels rokje (1727), een leder Kamisool (1792), een vest van buffelleêr (1862), mijn buffelleeren wambuis (1940), mijn lederen wambuis (1974), een leren wambuis (1979) en een duffelse jopper (2004). Wie moet, wie mag ik geloven? Een buff jerkin – ik zoek het dan maar op – is een geoliede jerkin van ossehuid, als gedragen door soldaten, en een jerkin is een buis of wambuis, een oliewambuis zou je kunnen zeggen, maar ik maak er met 1979 een leren wambuis van, dat vind ik leuk en sprekend genoeg.
De vertaling van 1727 heeft een menigte verlokkelijke woorden en frasen, zoals, een kleine selectie alleen uit de eerste twee hoofdstukjes, alschoon (ofschoon), met oorlof, tijdkorting, geen ene syllaab, myn onverduld (ongeduldigheid), werwaards en bleinen (bloeddoorlopen striemen), vaardig staan (klaarstaan), veeltijds (vaak), zedert voor sedertdien, myns bedunkens, het graauw en belhamels in de oude betekenis van grootste raddraaiers en oproerkraaiers, onderwinden voor het wagen, durven, considerabele profyten, kostgeld trekken, personeel dat my zou worden toegevoegt (dat kun je nog steeds zeggen, maar je moet er wel op komen), hij herzeide (hernam, voegde eraan toe), alleenlyk voor slechts, twee swarte wanschapende pylaren, gebrekkelyk voor gebrekkig, lijftrawanten (lijfwachten), een knyf (mes) – allemaal een beetje buitenissig om tegen te komen in een vertaling anno 2026, en ik denk ook niet dat ik alles kan gebruiken, maar ze geven wel sfeer, en, ook belangrijk, ze zijn contemporain met Gulliver.
De vertaling van 1792 heeft ook mooie dingen die je niet veeltijds ziet: tevens uit de eerste twee hoofdstukjes pluk ik bijvoorbeeld de leste (de laatste), langwylig, een half ankerstouws lengte (bij Gulliver: half a Cable’s length), een geweldige rukking voor ruk, iets optimmeren (bouwen), een leer (trapleer, ladder), een wangedrocht, een Ren Boode (ijlbode), in den eersten opslag (oogopslag), zagtelyk, een Sponton (soort spies), fakkelen (1727 had flambeauwen), inwoonders, keldermeester voor bottelier, om de moedwil en de boosheid van het Janhagel paalen te stellen (het graauw in 1727), levendig opeeten, het woord smeerbuik (Belly bij Gulliver) enz., waarvan ik ernstiglijk zal overwegen of ik ze een plek in 2026 kan geven. Keldermeester heb ik al gejoept.
1727: anoniem [Dr. Cornelis van Blankesteijn]; 1792: anoniem; 1862: J.W.N. Mosselmans; 1940: G. Blom; 1974: Mr. S[em] Davids; 1979: Arjaan van Nimwegen; 2004: Paul Syrier. Zie ook blog 565 en 566 voor een inleiding op deze serie vertaalproblemen. Illustratie: Lemuel Gulliver in zijn bibliotheek, voor de wand met schilderijen van zijn lotgevallen. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.




Reacties
Een reactie posten