1 schuilevinkje
Aan het begin van hoofdstuk 3 (we zitten nog steeds in Lilliput) vertelt Gulliver dat hij bezoek krijgt van jongens en meisjes
to come and play Hide and Seek in my Hair. Verstoppertje spelen, ligt voor de hand, zoals 1940, 1979 en 2004 dat hebben. Maar dat heette vroeger ook anders: 1727 heeft
schuylewinkje speelen, 1792 maakt er
buitelen van en 1862 heeft
schuilhoekje spelen. Dan vind ik
schuilevinkje hier wel zo leuk, en zie:
schuilevinkje heeft ook 1974!
2 bijdraaien
Gulliver is eindelijk ontsnapt uit het dubbeleilandrijk Lilliput-Blefuscu met een sloep van zijn eigen formaat, die hij voor de kust van Blefuscu op de rotsen aantrof en opkalefaterde. Hij ziet een schip in de verte, en komt dichterbij, want
the Wind slackened, dat wil zeggen de wind
slapte (1727), nam af, maar direct daarna staat er hetzelfde werkwoord met het schip als onderwerp,
The Ship slackned her Sails, dat is vertaald als
zy lieten eenige zeylen vallen (1727),
Het schip streek zyne zeilen (1792),
het schip draaide bij (1862),
het schip minderde zeil (1940),
het schip minderde vaart (1974),
het schip nam zeil in (1979), en
het schip streek de zeilen (2004). Na raadpleging van de
OED denk ik dat we moeten begrijpen dat de snelheid van het schip verminderde door de koers zodanig te wijzigen dat er minder wind in de zeilen komt en ze slapper gaan hangen en minder bollen, niet door de zeilen te strijken: veel te veel werk.
Het schip draaide bij dus, zoals 1862 het bij het rechte eind heeft, zoals dikmaals overigens, met overtuigende toon.
3 kaatsveld
Een realium: Gulliver laat, terug in Engeland, zijn meegenomen mini-veestapeltje uit Blefuscu grazen op een
Bowling-Green in Greenwich, een veldje om
Bowls op te spelen, dat is een spel met een eenzijdig verzwaarde, enigszins afgeplatte bal, niet kaatsen of bowling dus. 1727 heeft
klosbaan, wat hetzelfde is als een
beugelbaan of een
kolfbaan, maar dat werd gespeeld op een aangestampte lemen ondergrond waar voor koeien en schapen, hoe klein ook, weinig op te grazen valt. 1792 lost het op door het hele spel weg te laten en er
ene weide van te maken, 1862 past dezelfde tactiek toe met
in de wei op een gras-perk, 1940 met een
veldje, terwijl 1974 een polyvalent
speel-veld heeft en 1979 een
kegelveld, net als 2004.
Kegelveld wordt inmiddels inderdaad wel gebruikt als vertaling van
bowling-green, getuige bijvoorbeeld het
Tuinjournaal uit februari 2022: ‘Het Engelse ideaal van een gazon – dat van een bowling green, een kegelveld – vindt alom weerklank in Nederland.’ Ik denk dat ik er
kaatsveld van maak, dat je in elk geval op gras kan spelen.
4 pistolen
Nog een realium: Gulliver is inmiddels in Brobdingnag, bij de reuzen – hoewel die nergens zo genoemd worden: het woord
Giant komt maar twee keer voor, één keer in verband met de afmetingen van Brobdingnagianen in lang vervlogen eeuwen, volgens de mythen en sagen, en één keer als Gulliver weer thuis is en zichzelf een
Giant waant en zijn gezin
Pygmies – en haalt ten overstaan van de boer die hem gevonden heeft zijn beurs leeg, met
six Spanish
-pieces of four Pistoles each, besides twenty or thirty smaller Coins. Een pistool was een gouden munt, inzonderheid de Spaanse kroon en de Franse louis d’or. Een vertaling moet een beetje realistisch overkomen, zelfs al begrijp je er niets van: het moeten algemeen bekend veronderstelde begrippen zijn. 1862 heeft
zes Spaanse stukken in ieder van vier pistolen en daaraan lees je het omschrijvende af, net als het
zes Spaanse stukken van vier pistolen van 1974 en 1979. Je kan natuurlijk uitwijken naar dukaten, zilveren stukken van acht (‘pieces of eight’), dubloenen enzovoort, maar je kan
pistolen ook laten staan. 1792 heeft
zes Spaanse matten (mat: oud Spaans zilveren geldstuk ter waarde van acht realen), wat ik een goede oplossing vind, alschoon het zilver is en geen goud. 1940 doet een kleine uitbreiding, die ook authentiek overkomt, want daar zijn het
zes Spaanse matten, vier gouden kronen en nog twintig of dertig kleinere munten – al moet je bij
gouden kronen dan niet aan gebitsprothesen gaan denken natuurlijk, en is
twintig of dertig ook al te automatistisch vertaald, ik zou zeggen
twintig tot dertig,
twintig à dertig of
een stuk of dertig. 2004 heeft het nietszeggende
zes Spaanse muntstukken, waarbij je je gaat afvragen wat Gulliver met Spaans geld moet. Ik denk dat ik de vertaling van 1727 volg,
zes vierdubbelde spaanse pistolen, enigszins herspeld tot
zes vierdubbele Spaanse pistolen.
5 zoopjesbekertje
Nog een realium: bij de boerenfamilie van Brobdingnag krijgt Gulliver te drinken uit
a small Dram-Cup, which held about two Gallons. Ook hier geldt: de vertaling moet niet alleen kloppen, min of meer althans, in elk geval wat afmetingen betreft, maar ook overtuigend zijn en geen omschrijving. 1727 heeft het ontegenzeggelijk de spijker op zijn kop slaande
een klein zoopjes bekertje, daar ontrent zes stopen in gingen, ook al weet je niet wat een
stoop is of een
zoopjes-bekertje. 1792 daarentegen is meer omschrijvend met
een klein glaasje, waar in echter nog vier kannen vogt gingen. Bovendien haalt
echter de grap eruit, die erin gelegen is dat het juist met een uitgestreken gezicht geënumereerd wordt, zonder van ôh en âh te gaan over hoe groot alles is. 1862 is niet echt bijzonder met zijn
klein likeurglaasje, waar wel zeker twaalf flesschen in gingen. Ik probeer het ook met
stopen, maar wat is een stoop? Een stoop – zulke dingen moet je weten als vertaler, of anders zoek je ze maar op – is één zestiende anker, dat wil zeggen, als je dat beter begrijpt, twee kannen of mingelen, tesamen ongeveer twee liter, dus in het zoopjes-bekertjen van 1727 past zes maal twee is twaalf liter. Dat is een beetje meer dan in het Engelse glaasje kan, want een
Gallon is viereneenhalve liter, wat de maat dus negen liter moet maken. Damn. Zijn er geen andere inhoudsmaten voor vocht die bruikbaar zijn? Hoewel, misschien heb ik daar niets aan. De lezer moet zich wel een voorstelling, liefst onmiddellijk, kunnen maken over de bijsterheid van de afmetingen, en dat verlies je met buitenissige inhoudsmaten als
stopen en
kannen en
mingelen. Daarom reken ik alle voorkomende
Feet en
Yards ook om in meters, want anders heb je geen enkel beeld. (
Okshoofden laat ik daarentegen wel staan, zolang je je daar maar een groot vat of fust bij voorstelt.)
En de anderen? 1940 heeft
een kinderkopje waar
naar ik schatte een liter of tien in kon, 1974
een borrelglaasje, waar
zeker wel negen liter in kon, 1979
een borrelglaasje waar
ongeveer 9 liter in kon. Je ziet hier dat je bij het omrekenen van Engelse naar Nederlandse maten wel iets ongeveers krijgt maar dat het woord
ongeveer niet werkt: veel te precies, alsof het ertoe doet! 2004 vergist zich in het omrekenen en heeft hetzelfde onnozele
ongeveer, met zijn
borrelglaasje, dat ongeveer vijf liter kon bevatten.
Dan houd ik het voorlopig, met een steekje pijn in het hart vanwege het gemiste
zoopjesbekertje van zes stopen, op
een klein likeurglaasje, waar zeker tien liter in kon.
6 pram
Nog steeds aan tafel ontsnapt Gulliver aan een wisse dood als een verwende eenjarige zuigeling hem oppakt en laat vallen, gelukkig in het schort van de
Nurse, de min, de baker, de zoogster, die daarop de brullende handenbinder moet sussen
by giving it suck, door hem te zogen, te laten lebberen, door hem de borst te geven, kies maar uit. Maar kijk, er zijn meer mogelijkheden, en fraaie ook nog. 1727 heeft
om het de pram te geven. Die uitdrukking kende ik niet en neem ik graag voor 2026 over. (1792, 1862, 1940, 1974, 1979 en 2004 hebben alle zes
een of
de borst geven.) Even later gaat het over
haare monstreuse borst (1727) en vervolgt die vertaling:
De tepel was ontrent half zo groot als myn hoofd, en haar coleur gelyk ook die van de mam zo bont van vlakken, puysten en sproeten, dat ’er niets walgelykers voorkomen kan – en dan neem ik
mam ook graag over, maar dan als
mem, dat net als het Engelse
Dug betrekking heeft op de zogende borst van een min of vrouwtjesdier (
uier, door 1979 gebruikt, ‘teat’). In 2004 is
dug abusievelijk vertaald als
tepelhof (de lichtbruine, bij zogende vrouwen donker wordende kring om de tepel, aldus Van Dale), zoals daar wel meer verkeerdelijk vertaald is,
Adventures bijvoorbeeld standaard als
avonturen in plaats van als
lotgevallen of
wederwaardigheden,
pleased als
prettig vond in plaats van
behaagde,
reasonable als
redelijk in plaats van
met rede begaafd,
security als
zekerheid in plaats van
borg,
cottagers als
plattelanders in plaats van
landarbeiders,
creature als
creatuur in plaats van
protégé etc etc, de lijst is eindeloos.
7 de noodzaak der natuur
Even later komen we de eerder al gerencontreerde
Necessities weer tegen in de zin van naar de wc moeten. Gulliver ligt in een enorm bed waar hij niet vanaf kan: [
although]
Some Necessities of Nature required me to get down I durst not presume to call etc. Juist het noemen van deze dagelijkse lichamelijke zaken maakt het reisverslag zo overtuigend, of, zoals het bij 1727 in de inleidende brief van Richard Sympson staat:
’t geheele werk door schynt ’er uyt een zweemsel van waarheid. 1727 vertaalt het
Necessities-zinsdeel als
Ik moest op de beste kamer zijn, wat best simpel en oké is. 1792 maakt er een losse zin van en is een beetje preuts met zijn
Eene aandrang van de Natuur dreef my om van hetzelve af te gaan. 1862 is met zijn werkwoord
dringen ook al niet echt soepel Nederlands:
Een natuurlijke behoefte drong mij om naar beneden te klimmen. 1940 schrapt de reden tot het naar beneden willen klimmen als te onwelvoeglijk voor Nederlandse woorden, 1974 heeft
Enige natuurlijke behoeften maakten het nodig dat ik naar beneden kwam, waar ik bij het woord
enige enige vraagtekens heb en
maakten het nodig mij op het mogelijk bruikbare woord
nopen brengt. 1979 heeft
Door een bepaalde natuurlijke aandrang was ik gedwongen naar beneden te gaan, ook al niet geheel natuurlijk aangedrongen gezegd. De oplossing van 2004 klinkt als een loepzuivere robotvertaling op de volautomatische piloot:
Een natuurlijke aandrang vereiste dat ik naar beneden ging. Daar zit geen woord natuurlijk Nederlands bij.
Ik zou het liefst iets willen als
Ik werd door de noodzaak der natuur naar beneden gedwongen, maar misschien kan het ook wel actief blijven:
De noodzaak der natuur dwong nee
noopte mij naar beneden, etc. – want dat is inmiddels wel zo’n beetje de stem van onze Gulliver. Nog beter is in plaats van
naar beneden gewoon
van het bed of
van het bed af te zeggen. Iets met
de roep der natuur zou ook mooi zijn, maar direct daarna volgt
maar ik durfde niet te roepen (misschien maak ik er wel
dorst van), dus dat kan niet.
8 snakerijen
Gulliver wordt tentoongesteld en moet het huizenhoge publiek vermaken, door op tafel te staan en uit een vingerhoedje op hun gezondheid te drinken en met een strootje, dat hem als piek dient (
Pike, lans, hellebaard) kunstjes te doen.
I was that Day shown to twelve Sets of Company; and as often forced to act over again the same Fopperies, till I was half dead with Weariness and Vexation; etc. Een leuk woord,
Fopperies: 1727 heeft het eveneens leuke
snaakeryen, 1792 houdt het op
exercietien, 1862 vertaalt het als
laffigheden, 1940 als
onzinnige vertooning, 1974 als
flauwiteiten, 1979 als
flauwekul, en 2004 als
kunstjes. Je kan denken aan
capriolen,
malligheden,
kuren, of
fratsen, als je iets aardigers wil dan het laffe
kunstjes. Ik kies voorlopig voor
fratsen, maar ik moet zeggen,
snakerijen lonkt. En kan het lonken niet laten.
9 leidjonker
Gulliver maakt naam in de hoofdstad van Brobdingnag en zijn Meester de boer wordt ontboden om hem naar het hof te brengen. Dat ontbieden geschiedt middels
a Slardral
, or Gentleman Usher. Ik zit niet heel goed in de paleiselijke nomenclatuur, dus ik kijk graag af bij mijn voorgangers. 1727 heeft een
Leyjonker, wat zeer authentiek klinkt; 1792 heeft een
Page; 1862 een
kamerheer; 1940 een
opperkamerheer; 1974 een
kamerheer van het hof; 1979 idem met een hoofdletter, een
kamerheer van het Hof; en 2004 een
opperkamerheer. Het woordenboek vermeldt dat de
Gentleman-Usher of the Black Rod de ceremoniemeester van het Britse Hogerhuis is. Hm. De
kamerheer is het welbeschouwd niet, want dat is de
Lord Chamberlain of de
Lord Great Chamberlain (verwar die twee niet, waarschuwt wikipedia). Maar wat is een
Leyjonker eigenlijk? Ik vind op tinternet
een Ley-jonker van den Uytvaert, wat doet vermoeden dat het inderdaad een soort ceremoniemeester is, maar ook wordt iemand
een Tappersjongen, zo vol Schelmery genoemd,
als de Leyjonker van een blinde, met andere woorden een blindegeleider. Ik wil
leyjonker of
leidjonker best een kans geven, want
opperkamerheer is eigenlijk onmogelijk, omdat er
een opperkamerheer staat, wat op meerdere ambtsdragers met die titel duidt, terwijl het voorvoegsel opper- volgens mij inhoudt dat het er maar één is. En
kamerheer is zo bleekjes pips.
Leidjonker dus, voor
Gentleman Usher? Ik kan er altijd nog
kamerheer van maken, als het gaat storen.
In een volgend hoofdstuk treden de
Maids of Honour op, die 1727 vertaalt als
Staats Juffers, 1792 als de
Freules van het Hof, 1862 als
hofjuffers, 1940 als
hofdames, 1974 als
hofdametjes, 1979 als
Hofdames, en 2004 als
Hofdames, terwijl de terminus technicus hier het fraaie
Erejoffers is. Wikipedia zegt: ‘Een erejoffer is een jonge ongetrouwde vrouw die deel uitmaakt van de hofhouding van een vorstin. In het Engels spreekt men van
maid of honour, in het Duits van een
Hofjungfer en in het Frans van een
fille d’honneur of
demoiselle d’honneur.’
10 geploegde planken
Maar té jargon is ook niet goed. Als Gulliver in hoofdstuk acht in zijn houten woning door een arend de lucht in wordt getild en vervolgens losgelaten en met huis en al in zee valt, blijft de constructie gelukkig goed drijven omdat het met vakmanschap in elkaar is gezet:
Every Joint of it was well grooved, staat er, wat 2004 vertaalt als
De naden tussen de planken waren stevige messing-en-groefverbindingen, en wat betekenis betreft klopt dat: alle naden van de planken staken in elkaar middels de zogenoemde verbinding, die ook wel veer-en-groefverbinding heet, en tong-en-groefverbinding, en messing-en-groefverbinding of mes-en-groefverbinding. Er zijn ook nog andere termen voor, want je kan ook zeggen dat de planken zijn geschaafd en geploegd (door de ploegschaaf) met mes en groef of met tand en groef, of dat de planken rabat waren (al zeg je dat van schrootjes), dat wil zeggen dat de planken aan de onderkant voorzien zijn van een groef en aan de bovenkant van een geschulpte rand, hoewel die manier van plankwerk verbinden meer toegepast wordt bij de bouw van tuinhuisjes, waar de planken tevens gepotdekseld kunnen worden aangebracht, al dan niet met sponning, dat wil zeggen het rechthoekige, uitgeschaafde of gefreesde gedeelte aan de zijkant van een stuk hout. Bent u er nog? Ik wil maar zeggen: dat zijn allemaal veel te technische termen voor het relaas van Gulliver. Het is geen leerboek
Leer zelf timmeren. Maar hoe dan? 1727 heeft:
Yder kant was wel in in elkander geploegt; 1792 heeft:
De voegen van myn kasje waren wel derdeeg in één gevoegd; en 1862 is het minst specifiek:
Al de voegen sloten goed. 1940 pakt, net als 2004, ook uit met
Alle sponningen en houtverbindingen van mijn kamer waren door den schrijnwerker met uiterste nauwkeurigheid gegroefd, 1974 is kort maar authentiek:
Alle verbindingen waren goed gegroefd, en 1979 heeft het geontjargoniseerd met
Alle verbindingen in de constructie sloten goed, wat ook weer jammer is. Een beetje jargon is goed, maar het hoeft de geploegde spuigaten niet uit te lopen. Ik maak er voorlopig van, onopvallend,
De planken waren goed geploegd, dan heb je toch de indruk dat het de authentieke technische term is, zonder dat het al te specifiek overkomt.
Zou je denken. Maar er schuilt nog een addertje onder het gras, en dat heeft te maken met het werkwoord
zijn en met name de voltooide tijd. Die is namelijk dubbelzinnig. Als je zegt
Het hout was gegroefd, kun je dat interpreteren als hout dat er van zichzelf gegroefd uitziet en als hout dat iemand gegroefd heeft. Het Duits zet er in die gevallen dan ook het voltooid deelwoord
worden achter, wat het Nederlands is kwijtgeraakt, hoewel het nog steeds wel kan:
Het hout is gegroefd geworden. Vandaar dat 1940 zo uitpakt met zijn
waren door de schrijnwerker met uiterste nauwkeurigheid gegroefd. Het idee is goed, de uitwerking wat lang van stof. Dat moet anders op te lossen zijn. Met het woord
planken heb je de dubbelzinnigheid minder, want die zijn uit de aard der zaak bewerkt geworden geweest, maar toch. Dus dan wordt het – voorlopig nog steeds – dit:
De planken waren vakkundig geploegd – liever dan
gegroefd, hoewel 1940 en 1974 daarvoor kiezen: in het Engels staat er
well grooved en dan lijkt
gegroefd me toch eerder een woord uit niet-weten geboren.
_____
1727: anoniem [Dr. Cornelis van Blankesteijn]; 1792: anoniem; 1862: J.W.N. Mosselmans; 1940: G. Blom; 1974: Mr. S[em] Davids; 1979: Arjaan van Nimwegen; 2004: Paul Syrier. Zie ook blog
565 en
566 voor een inleiding op deze serie vertaalproblemen. Illustratie: Lemuel Gulliver in zijn bibliotheek, voor de wand met uitgaven van en over zijn lotgevallen. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog
345.
Wat een ongelofelijke hoeveelheid technische details . Een reusachtige klus, Gulliver waardig! Interessant om als niet vertaler te lezen! Ik ben illustrator en door uw vertaalverhalen dek ik nu elke dag aan Gulliver!
BeantwoordenVerwijderen