2 Allitereren

   Een blog schrijven, dat is toch een beetje tegen jezelf praten, en dan maar hopen dan je iets intelligents terugzegt. Want het gesprek moet verder. Het gesprek met jezelf.
   Iets doms mag ook, gelukkig.
   Iets doms is vaak beter.
   Domme vragen bestaan niet, alleen domme antwoorden – zegt een oude Chinese wijsheid, overlopend van hedendagelijkse actualiteit.
   Mensen willen altijd graag vertellen wat ze weten. Wat ze niet weten vinden ze niet zo interessant.
   – Ik weet wat!
   – Zo moet het!
   – Dit is goed en dat is fout.
   En dat alles met een waarlijk jaloersmakende zekerheid.
   (Ik heb gehoord dat een blog best een beetje persoonlijk mag zijn, vandaar deze uitweiding.)
   Ik vertaal Dovlatov.
   Dovlatov schrijft misschien wel het helderste proza van de afgelopen honderdduizend jaar.
   Je merkt het niet, maar hij heeft een contrainte. Hij wil geen twee woorden met dezelfde letter beginnen in een zin. Hij is dus altijd aldoor alleszins algeheel absoluut apert allejezus anti-alliteratief.
   Maar, zoals gezegd, je merkt het niet. Zelfs als je het weet vergeet je het meteen. De kunst heeft hij kunstig verborgen. Het afzien zie je er niet aan af.
   Probleem is, dat het Russisch a) geen lidwoorden heeft, b) geen voltooide tijd, c) weinig voorzetsels, d) geen gesplitste werkwoorden, e) minder modaliteitswoordjes, f) persoonlijke voornaamwoorden ook zelden noemt, en g) vervoegingen van het werkwoord ‘zijn’ ook al niet nodig heeft.
   Geen ‘de’ en ‘een’, niet dat irritante ge-gegege met voltooide deelwoorden de hele tijd, veel minder ‘voor’ en ‘aan’ en ‘van’, geen ‘belde op’ of ‘maakte open’, geen ‘ja hoor’ of ‘bedoel je soms’, en nauwelijks enig ‘ik’ en ‘hij’ of ‘ben’ en ‘is’ en dergelijke.
   Hoe krijgen die Russen dan nog iets coherents op papier, vraag je je af. Of uit hun mond.
   En dan hebben ze voor ‘hand’ en ‘arm’ ook maar één woord en voor ‘voet’ en ‘been’ ook...
   Al met al scheelt het een slok op een borrel in woordaantallen.
   Niet leuk voor vertalers. Want die worden per woord uit het origineel betaald, en dat zijn er bijna standaard eenderde minder dan het Nederlands.
   Verder is Dovlatov natuurlijk wel leuk om te vertalen, tenminste als je onder leuk verstaat: een uitdaging, en prachtig, groots, magnifiek – als het lukt...
   Het is duidelijk dat met alle overdaad aan parasitaire woordjes die het Nederlands vereist een zuivere alliteratieloze vertaling onmogelijk is. Maar je kunt proberen. Proberen ze in elk geval zo veel mogelijk te vermijden.
   Vertalen is de toon vangen.
   Het is ook een kwestie van willen. Een sfeer willen scheppen, een toon, waarin je minder hoeft te allitereren. Kort en bondig. Strak en krachtig.
   Dovlatov vond zichzelf eerder een verhalenverteller dan een schrijver. Zijn romans hebben zeker het vertellende, exposerende, op pointes en verrassende draaien en wendingen gerichte van een goed avondlijk keukentafelgesprek met wodka en roggebrood (of bij ontstentenis daarvan, uien).
   Hij kon fantastisch vertellen – zeggen mensen die het weten. Maar om de oeverloosheid van verhalen in te dammen verzon hij een contrainte voor het schrijven. Niet allitereren dus.
   En dan worden de zinnen vanzelf compact. En kernachtig.
   Dat is het woord, denk ik: kernachtig. Zo moet het vertaald worden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

1 Zelfreflectie

16 Prutswerk, gebroddel en beunhazerij