92 If All Summers Were Winter

   Soms lees je per ongeluk een gedicht terug van jezelf na lange tijd en dan denk je: What was I thinking?
   Soms vind je ze nog niet eens zo slecht niet.
   Soms zeggen ze je niets meer.
   Soms herinner je je alleen nog het gezwoeg en het pijnlijk ontevreden gevoel dat je het niet beter wist te doen.
   Soms herken je ze niet eens meer.
   Dat zijn de beste.
   Deze hoort daar niet bij.
   Het is opnieuw een spelletje met tegengestelden, net als Waarom waarom (How Come, zie blog 19). Voor de eenheid van tekst.
   De ‘photocopies’ is wel een heel brutale vertalersvrijheid. Of toch niet? Het Nederlands heeft het over een ‘sprinter’-stoptrein, dus het gedicht heeft wel degelijk enige connectie met de huidige hedendaagse werkelijkheid van nu en tegenwoordig. Het is niet allemaal tijdloos en een sprookje. Dus dan klopt het weer wel.
   Met ‘fotokopieën’ (besef ik net pas, heel erg achteraf) verwijs ik intertekstueel natuurlijk ook onwelbewust naar het gedicht ‘Tot besluit’ van Menno Wigman uit 2004, dat begint met ‘Ik ken de droefenis van copyrettes’. Dus dan mag het helemaal.

_____
   Verwijzingen. How Come, blog 19, staat hier.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

569 Gulliver met driehonderd: piesen

570 Gulliver met driehonderd: kakken

568 Gulliver met driehonderd: wambuis

567 Gulliver met driehonderd: kwalijk voorbeeld

499 Infinite Jest

9 Zij vertaalden wat er stond

565 Gulliver met driehonderd

1 Zelfreflectie

566 De Nederlandse Gullivers sinds 1727

345 Register & Inhoud VandaagsVertaalProbleem (cumulatief)