Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
139 De toekomst van het boek (door Willem)
Volgens de immer optimistische Willem in Charlie Hebdo no. 1537 van 5 januari 2022, blz. 13. Wij zitten in Nederland al lang en breed in fase vier...
Het verhaal wil, dat ergens begin 1834 een negentienjarige student, afkomstig uit het verre Siberische Tobolsk, bij de grote dichter Aleksandr Poesjkin in Petersburg op bezoek kwam met een kant-en-klaar, geheel voltooid folkloristisch meesterwerk in zijn schooltas. De student was Pjotr Jersjov en het meer dan tweeduizend regels tellende volkssprookje op rijm was Konjók-Gorboenók , oftewel Paardje-Bochelaartje . Poesjkin had kort daarvoor zijn duizendregelige sprookje over Tsaar Saltaan gepubliceerd, geschreven in dezelfde versvoet (de viervoetige trochee of trochaïsche tetrameter) in het maartnummer van het tijdschrift De leesbibliotheek , en toen hij het sprookje te horen kreeg, was hij zo enthousiast dat hij uitriep: ‘Nu kan ik dat soort dingen voortaan laten.’ (‘Теперь этот род сочинений можно мне и оставить.’) Jersjov was aan Poesjkin voorgesteld door Pjotr Pletnjev, criticus, professor, uitgever en jeugdvriend van Poesjkin, die op dat moment Jersjov bij De leesbibliotheek i...
We gaan hier op het blog niet heel Paardje-Bochelaartje lezen, daar heb je het boek voor, te verkrijgen via de boekhandel en via uitgeverij Pegasus. Het eerste van de drie delen staat overigens – in een vroeger vertaalde versie – ook in Bij mij op de maan , uitgegeven door Van Oorschot in 2016. Om een indruk te geven van het epos (664 + 812 + 820 regels) geef ik hieronder het begin van het tweede deel, hier en daar licht aangepast ten opzichte van de boekuitgave van 2019. (Alle corrigenda voor de tweede druk, voorzien voor het najaar van Sint-Juttemis, staan onderaan deze blog.) Deel II ‘Snel verteld is een verhaaltje, Maar voor puntje is bij paaltje ...’ Hier gaat de geschiedenis Van Ivan – geen kattenpis – Verder, en die van zijn paardje, Zijn verknochte Bochelaartje. Geiten grazen op het strand, Paarden stijgen op van land, Bossen staan onder m...
Wat voorafging: Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, heeft de reus verslagen die de toren bewaakte waar het ei ligt dat van lucht is gemaakt, dat hij naar de heks Kará-Kará moet brengen die hem zal helpen om de vraag te beantwoorden die de sjamaan Cordaan hem gesteld heeft als voorwaarde om hem te helpen met zijn opdracht van de Maan om de Manedochter te bevrijden. Loopt het nog goed af? (Dit laatste deel van het gezongen petroglief werd vertolkt door het ensemble Altai KhaiKhan als Altai Magtaal op de plaat Whistle in the Wind , hier , en ook, met filmische indrukken van de Altaj, hier .) Eitsi-Heibib 5 Rara: wat is wat was, wat was wat is, de zon, de maan, de vogel en de vis. De wolken die er zijn voor jou en mij. ...
Wat voorafging: Eitsi-Heibib is onderweg met een opdracht van de toverheks Kará-Kará, die hem beloofd heeft de vragen te beantwoorden die hij van de sjamaan Cordaan aan haar moest stellen (Wat is? Wat was?), die hem beloofd heeft daarna helpen te helpen met de opdracht die hij gekregen heeft van de Maan, om de Manedochter bevrijden uit de klauwen van het Beest met twintig Oren. Maar eerst moet Eitsi-Heibib dus van de toverheks Kará-Kará naar een eiland midden in de oceaan, hier honderdduizend mijl vandaan, om een ei te halen dat van lucht gemaakt is en door een reus bewaakt wordt. Mocht Eitsi-Heibib in gevaar komen, mag hij de toverheks Kará-Kará één keer te hulp vragen, die dan in de gedaante van een schorpioen zal verschijnen. En dus gaat Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, weer op weg. Lees en luister nu verder. (Dit deel van het gezongen petroglief werd vertolkt door het jonge driemanschap (er is nog hoop voor de ...
Op het literaire juice-kanaal Tzum lees ik een recensie – een mooie lange onbekrompen – over een boek dat Meridiaan liet samenstellen met de best of Hilary Mantels interviews, essays en passages over haar schrijfbedrijf. De recensie is ruimschoots van citaten voorzien om jezelf ook een oordeel te vormen, en aan de inhoud ligt het niet dat Mantel overkomt als iemand die zeer behartenswaardige dingen zegt. Maar wat een rare zinnen kom ik in de citaten een paar keer tegen. Zinnen die me steevast op het verkeerde been zetten. Nou kan dat in scheppend proza best mogen en hoeven en moeten, maar een essay wil toch, net als journalistiek, begrepen worden, ook al is dat begrijpen altijd maar vluchtig als de wind. Maar dit zijn zinnen die ik een paar keer moet overlezen voor ik ze begrijp, en voor ik erachter kom wat er in het Nederlands mis mee is. Eerst dacht ik dat het Vertaliaans was, maar de vertalers, Niek Miedema en Harm Damsma hebben een te grote staat van dienst om da...
Er zijn vele Herman Gorters, en een Nacht, trottoir zo lang en breed uitwaaierend als de Mei behoort zeker tot mijn wensen, maar dat zal voor later zijn. Deze Gorter is die van de sensitieve verzen, van de Zie je, ik hou van je -gedichten, van Mijn grijze tintelreine , van Het gouden zongezwier , van De heide is maar stil en Ik wilde ik kon u iets geven . Heel prachtig allemaal. Het gedicht van Blok is ook mooi, maar door het door de OuLiPoliaanse molen te halen komen er elke keer weer meer kaleidoscopische kanten bij. Je ziet het tafereel op vele manieren voor je en het wordt steeds mooier, absoluter en raadselachtiger. En we zitten pas op drie. Ik stond op het gestoepte in de nacht en ik roepte, roepte, maar geen die mij wacht. Slechts het lantarenlicht was mijn kleed, Slechts de bliksemschicht die vrieskou heet. Hoe wriemelend meanderde hier de stad, hoe nooiteens-ooit veranderde dit webomspannen rad. In de gracht keek ik mijn...
_____ Ночь, улица, фонарь, аптека, Бессмысленный и тусклый свет. Живи еще хоть четверть века – Все будет так. Исхода нет. Умрешь – начнешь опять сначала, И повторится все, как встарь: Ночь, ледяная рябь канала, Аптека, улица, фонарь. Van het wereldberoemde gedicht van Blok dat begint met Notsj, oelitsa, fonar, apteka bestaan in het Nederlands (bij mijn weten) vijf vertalingen. Alle vijf klampen ze zich krampachtig vast aan het oorspronkelijke rijm en het oorspronkelijke ritme – en bijna nog krampachtiger aan de feitelijke gegevenheden in het gedicht, de woorden, het verhaal, ‘wat er staat’. Met als gevolg dat geen van de vijf gedichten meer een gedicht zijn, maar hoogstens een ongelukkige parafrase. Ja, zo kan ik het ook! Letterlijk, woordenboekgewijs, machinaal vertaald staat er dit: Nacht, straat, straatlantaarn, apotheek, Zinledig-onnozel en dof-mat licht. Leef al was het nog een kwart eeuw –...
Hoofdstuk II van Delina Delaney begint waar hoofdstuk I ophoudt. De kostwinner, visserman Joe Delaney rust in vrede, waarna de armoede in het naar Ierse begrippen zeer kleine gezin hard toeslaat. Delina en haar moeder wenen vele zakdoeken vol, als een klop op de deur redding brengt: Lady Gifford (echtgenote van wijlen Lord Gifford) komt Delina naaiwerk aanbieden op het kasteel. (O! Men ziet de bui reeds hangen!) En als Delina zich maandagochtend, beschenen door Sol, in zijn blikkerende majesteit, ten kastele vervoegt, loopt zij bij de ingang Lady Giffords zoon Lord (een andere naam krijgt hij het hele boek niet) tegen het lijf, die een coup de foudre krijgt, een scheut van een schicht van liefde op het eerste gezicht door zijn bast. ‘Hemelse goedheid,’ mompelt hij, ‘een juweel, een juweel van onschatbare waarde.’ Na afloop van haar eerste werkdag wacht hij haar op en begeleidt haar naar het nederige stulpje dat zij haar huis noemt, waar hij kennismaakt met haar moede...
Het a-tal , ook wel bekend als a-tautogram , a-saga of a-spraak is een OuLiPoliaanse exercitie avant la lettre , hoewel niet vaak beoefend als poëzie. In Opperlandse taal- en letterkunde uit 1981 (het roze, behapbare boek) wordt het ook wel een eiouij-lipogram genoemd. Het oudst bekende voorbeeld, Paaschmaandag ( een a-saga ), dateert uit 1841 en is van J. Bosscha. Battus neemt verder ook nog op (blz. 27-31) de verhalen Van Agt stapt af , A-spraak en Zaans drama . In Opperlans! uit 2002 (het groene, onhandelbare boek) blijven daarvan alleen Paaschmaandag en de A-spraak over (onder ma-mc). Het is platgetreden terrein, de lipogrammatica, zegt Battus, en dat is het ook, maar intussen ben ik nog nooit een gedicht tegengekomen met maar één klinker. Nacht. Zwart. Waar? Stad. Straat. Tabakszaak. Laf straalt lantaarn, slap als prak van patat. Rap gaan acht maal acht jaar zwartgatwaarts, Maar ach, af-aan, af-aan, zal rad maar gaan. Barst, gra...
AI is op de mars, wijst een rondvraag ondernomen door de Engelse krant De Voogd uit, en de vertalers voelen de hitte. Als ze niet snel hun bedrijf samenbrengen, vrezen ze, kunnen ze hun tassen inpakken. Dan is de grap op hen. Voor jaren en jaren malen ze weg, knokken zich buiten westen voor een liedje, en nu worden ze afgelegd – met het fruit van hun eigen weeën, wil je geloven. Daar ga je! Dit bleke zicht wordt niet door iedereen genomen. Idiomatisch, knoperig en complex schrijven zal waarschijnlijk in handen van mensen blijven, commentarieert een vertaalster uit het Zweeds en Noors hoopvol. Echter vertalers van misdaad en romantiek krijgen tegenwoordig minder werk te doen ‘en gaan dan allemaal het complexe spul in en dan vechten we allemaal om ruimte in die niche,’ voegt ze toe. Tja. Geef een dief genoeg touw en hij verhangt zichzelf. Ik voor één verwelkom onze nieuwe generatieve bovenbazen. Vertalen is een ingewikkelde zaak di...
Reacties
Een reactie posten