122 Nogmaals Theun de Vries z’n Eveline

   De duizend en één avond bevat zesentwintig verhalen in 222 bladzijden, dat wil zeggen dat bij een tempo van één verhaal per avond (ze zijn veelal heel kort) er een stuk of veertig delen hadden moeten uitkomen. Het is bij mijn weten bij zes delen gebleven, dus als je daar 1001 avond mee moet vullen, dan heb je een week voor elk verhaal, dat is minder dan een bladzijde per avond – ongeveer precies zoveel als de Nederlander gemiddeld leest in bed voor hij in slaap valt.
   Van de zesentwintig verhalen zijn er twaalf vertalingen, die af en toe bewerkingen of navertellingen worden genoemd. De rest is oorspronkelijk Nederlands – en Vlaams. Theun de Vries schreef in de derde reeks een eigenhandig verhaal, Water en aarde, dus ik vermoed dat de Nederlandse auteurs (niet de Vlaamse) een verhaal mochten publiceren op voorwaarde dat ze ook een vertaling voor hun rekening namen. De buitenlandse auteurs worden achterin kort voorgesteld, waarschijnlijk door degene die zich op dat moment de grootste autoriteit op dat gebied mocht noemen, namelijk de vertaler van het verhaal.
   Het is een bont twaalftal. Een Russin (Vera Inber), een Italiaan (Pirandello), Een Duitser (Rilke), drie Fransschrijvenden (Green, Scarron, Villiers) en zes Engelstaligen: behalve de mij onbekende L.A.G. Strong en Annie Vivanti ook de mij vagelijk van naam bekende H.E. Bates plus een paar die wel belletjes doen rinkelen: Lafcadio Hearn, O.F.O’F.W. Wilde en Joyce.
   Theun de Vries (naar ik aanneem) introduceert laatstgenoemde aldus:

JOYCE, JAMES. — Iersche schrijver, geboren 1882 te Dublin. Bezocht de universiteit, schreef verzen, een tooneelstuk en een bundel opvallende novellen, “Dubliners”. Hierna publiceerde hij “A Portrait of the artist as a young man”, dat de overgang vormt naar den roman “Ulysses”, die het eerst in Parijs werd uitgegeven en waarin het psycho-analytisch procédé tot aan de grens van het mogelijke wordt opgevoerd. Zijn laatste roman: “Finnigans wake”, beteekent vrijwel de volkomen ontaarding van dit genre.
   Waarlijk een genereuze aanprijzing! En biografie. ‘Bezocht de universiteit’ is natuurlijk belangrijk om te weten: je mocht eens denken dat hij van de straat was. De laatste regel kan zo mee op het achterplat van onze vertaling van Finnegans Wake: ‘Vrijwel de volkomen ontaarding van het genre. (Theun de Vries)’ Aan de verkeerd gespelde titel zie je meteen hoe diepgaand de kennis van het boek geweest moet zijn. Merk ook op dat er geen sterfjaar van Joyce, die op 13 januari 1941 in Zürich was gestorven, wordt genoemd. Kwam het boek dan eerder uit? En heeft het Joyce’ overlijden verhaast? Je zou er ook een duodenale maagzweer achter je hart van krijgen, van zo’n aanprijzing... Maar dit terzijde.
   Het is duidelijk dat De Vries alleen de verhalen in Dubliners met een enigszins welwillend oog beschouwt. Of sowieso kent.
   Wat vreemd is, want zo goed begreep hij niet wat er gezegd wordt, als we zijn vertaling bekijken.
   Toen Joyce het verhaal Eveline in 1906 herschreef, zorgde hij ervoor dat de vertelstem wat minder afstandelijk werd en zich meer tussen de verteller en Eveline in bewoog. In 1904 schreef Joyce nog over de dreigementen van Evelines dronken pa aan haar adres:

Even now—at her age, she was over nineteen—she sometime felt herself in danger of her father’s violence. Latterly he had begun to threaten her, saying what he would do if it were not for her mother’s sake.

   Het gaat om de laatste regel, ‘what he would do if it were not for her mother’s sake’. In 1906 breidt hij de passage uit en introduceert Evelines broers Harry en Ernest, die meestal de slachtoffers zijn van pa’s gewelddadigheid:

Even now, though she was over nineteen, she sometimes felt herself in danger of her father’s violence. She knew it was that that had given her the palpitations. When they were growing up he had never gone for her, like he used to go for Harry and Ernest, because she was a girl; but latterly he had begun to threaten her and say what he would do to her only for her dead mother’s sake.

   Joyce vervangt hier het grammaticaal correcte ‘if it were not for her dead mother’s sake’ door het emotioneel correcte en realistische ‘only for her dead mother’s sake’. Pa heeft het alleen over een afrossing, een pak rammel, een afranseling die hij zijn dochter belooft, maar Bloem in 1968 corrigeert de grammatica en brengt er tegelijkertijd een incestueus innuendo in dat het origineel niet heeft:

... maar de laatste tijd was hij begonnen haar te dreigen door te zeggen dat hij alleen ter wille van haar dode moeder niet met haar deed wat hij eigenlijk wou.

   Met ons behulp vertaalde Bloem in 2004:

... maar de laatste tijd was hij begonnen haar te bedreigen en te zeggen wat hij haar allemaal niet zou aandoen als haar dode moeder hem daarvan niet weerhield.

   De misplaatste seksuele toespeling is gelukkig weg, maar de zin blijft erg onspreektalig wringen, heel anders dan bij Joyce. In ons duale uppie vertaalden wij het in 2016 zo:

... maar de laatste tijd was hij begonnen haar te bedreigen en te zeggen wat hij haar zou aandoen als het niet voor haar dooie moeder was.

   Je zou ook nog kunnen denken aan ‘als het niet om haar moeder zaliger was’ – wat je de dronkelap met de losse handjes ook nog wel sentimenteel en misschien zelfs in krokodillentranen zou kunnen horen zeggen, maar wat er (helaas) niet staat. Theun de Vries in 1941 heeft moeite met het Engels en laat zich in de luren leggen door Joyce’ verkorte weergave van de ‘if not’-zin en vertaalt het (bijna) letterlijk zoals het er staat:

... maar in den laatsten tijd was hij begonnen bedreigingen tegen haar te uiten en te zeggen, dat hij alles voor haar deed, alleen terwille van haar overleden moeder.

   Kennelijk las hij ‘do to her’ als ‘do for her’, precies omgekeerd dus.
   Hervertalen is soms zo gek nog niet.

Reacties

met onder meer de afgelopen maand

121 De eerste Nederlandse Joyce-vertaler

120 Een nieuwe herfst een nieuwe roeping

124 Proteus uit de werkplaats van de Ulixes-vertalers

123 De tweede Nederlandse Joyce-vertaler