376 Delina Delaney, hoofdstuk II
Hoofdstuk II van Delina Delaney begint waar hoofdstuk I ophoudt. De kostwinner, visserman Joe Delaney rust in vrede, waarna de armoede in het naar Ierse begrippen zeer kleine gezin hard toeslaat. Delina en haar moeder wenen vele zakdoeken vol, als een klop op de deur redding brengt: Lady Gifford (echtgenote van wijlen Lord Gifford) komt Delina naaiwerk aanbieden op het kasteel. (O! Men ziet de bui reeds hangen!) En als Delina zich maandagochtend, beschenen door Sol, in zijn blikkerende majesteit, ten kastele vervoegt, loopt zij bij de ingang Lady Giffords zoon Lord (een andere naam krijgt hij het hele boek niet) tegen het lijf, die een coup de foudre krijgt, een scheut van een schicht van liefde op het eerste gezicht door zijn bast. ‘Hemelse goedheid,’ mompelt hij, ‘een juweel, een juweel van onschatbare waarde.’ Na afloop van haar eerste werkdag wacht hij haar op en begeleidt haar naar het nederige stulpje dat zij haar huis noemt, waar hij kennismaakt met haar moede...

Reacties
Een reactie posten