Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
238 Wie? Kto?
_____
Verwijzingen. De tekst van Aleksandr Vvedenski komt uit Bij mij op de maan, blz. 399-402 en is geshopt in de originele illustraties uit 1931 van Lev Joedin, op het togdazine te vinden, hier en bij lobgott, hier.
Wat voorafging: Eitsi-Heibib is onderweg met een opdracht van de sjamaan Cordaan, die hem heeft beloofd te helpen om de opdracht die Eitsi-Heibib van de Maan heeft gekregen te volbrengen, namelijk de Manedochter bevrijden uit de klauwen van het Beest met twintig Oren. Maar eerst moet Eitsi-Heibib van de sjamaan Cordaan naar de toverheks in het moeras om van haar te weten te komen Wat is en Wat was. Mocht Eitsi-Heibi in gevaar komen, mag hij Cordaan één keer te hulp vragen, die dan in de gedaante van een kauw zal verschijnen. Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, gaat op weg naar het moeras om de toverheks te vinden. Onderwijl zingt hij over Luna, de Manedochter die hij moet bevrijden. Plotseling wordt zijn weg versperd door een Hert, die hem niet wil doorlaten. Eitsi-Heibib strijdt met het Hert, vele uren lang, maar moet uiteindelijk de hulp van de sjamaan Cordaan inroepen. De sjamaan Cordaan verschijnt, zoals beloofd i...
Wat voorafging: Eitsi-Heibib is onderweg met een opdracht van de toverheks Kará-Kará, die hem beloofd heeft de vragen te beantwoorden die hij van de sjamaan Cordaan aan haar moest stellen (Wat is? Wat was?), die hem beloofd heeft daarna helpen te helpen met de opdracht die hij gekregen heeft van de Maan, om de Manedochter bevrijden uit de klauwen van het Beest met twintig Oren. Maar eerst moet Eitsi-Heibib dus van de toverheks Kará-Kará naar een eiland midden in de oceaan, hier honderdduizend mijl vandaan, om een ei te halen dat van lucht gemaakt is en door een reus bewaakt wordt. Mocht Eitsi-Heibib in gevaar komen, mag hij de toverheks Kará-Kará één keer te hulp vragen, die dan in de gedaante van een schorpioen zal verschijnen. En dus gaat Eitsi-Heibib, op Akrim-Bes, zijn zespotige paard en met Bor, zijn zessnijdende zwaard, weer op weg. Lees en luister nu verder. (Dit deel van het gezongen petroglief werd vertolkt door het jonge driemanschap (er is nog hoop voor de ...
Gulliver met driehonderd is tegelijkertijd de Nederlandse Gulliver met tweehonderdnegenennegentig. Want de eerste vertaling verscheen luttele maanden na de Engelse editie van oktober 1726, namelijk in januari 1727. Waarmee het de eerste Gulliver -vertaling ter wereld is. (De Franse volgde datzelfde jaar.) De vertaling is anoniem, maar de universiteitsbibliotheek van Leiden bezit een exemplaar, waar op de titelpagina in inkt en contemporaine orthografie staat bijgeschreven: ‘uijt het Engelsch vertaalt door Doctor Cornelis van Blankesteijn’. En de swiftoloog F.J.A. Jagtenberg heeft geen reden om dat in twijfel te trekken, al is over deze Van Blankesteijn verder niets bekend. [1] De tweede vertaling dateert uit 1792 en is ook anoniem. De derde vertaling – ik tel alleen de complete vertalingen, niet de bewerkingen, meestal voor kinderen – is een uitgave van A.C. Kruseman uit 1862, van de hand van J.W.N. Mosselmans, en heet Reizen van Lemuel Gulliv...
Het boek is binnen (nog niet in de winkel, heb ik me laten vertellen) en wat er dan meestal gebeurt, zo gauw ik het opensla vind ik een zetfout-drukfout, wat een mooie naam is voor een typfout die aan mij en het arendsoog van de talloze met hun neus kijkende redacteuren, correctoren, persklaarmakers en dergelijke is ontsnapt. Meteen, bam: typfout. Je kan er de klok op gelijk zetten. Gif op innemen. Donder op zeggen. Moet ik dan alles alleen doen? Waar heb je dan versmurfers voor? Negenennegentig procent van de typfouten is eruit gehaald, maar het gaat er niet om wat eruit is gehaald, het gaat erom wat erin is gebleven. Honderd keer overgelezen en toch overheen gelezen! Het komt: zo in boekvorm lees je het heel anders dan op je scherm of als uitgeprinte drukproef. Er vallen heel andere dingen op. Maar hoe dat nu weer komt, geen idee. Oké, typfouten zijn slordig, maar zijn ze erg? Als het er veel zijn en ze storen...
Gulliver vertelt dat hij in Brobdingnag het meest in angst heeft gezeten toen hij op zeker moment door een aapje dat langs het raam van zijn ‘kindermeisje’ Glumdalclitch naar binnen was geklauterd, uit zijn huis gehaald werd en mee het dak op genomen, want het aapje dacht in alle liefdevolle zorgzaamheid dat Gulliver ook een aapje was dat gezoogd wilde worden. Het is een ontroerende episode. Als Gulliver gegrepen is, staat er: He took me up in his right Fore-foot, and held me as a Nurse doth a Child she is going to suckle – waarmee voor mij duidelijk is dat het aapje een vrouwtje is en dat ik haar dus met het vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord zal moeten benoemen, waar het Engels het mannelijk voornaamwoord heeft, ook niet gek trouwens, wat betreft inlevings- en invoelingsvermogen van Gulliver, want de meeste schrijvers zouden naar dieren met it verwijzen. Bovendien is het een aapje , een Monkey , en geen Ape , of aap, want met aap worden in he...
Irene Iddesleigh was het debuut van Amanda Ros. Ze moet in het begin haar ware stijl nog vinden. Pas halverwege gaat ze helemaal los met vergezochte vergelijkingen, aangrijpende alliteraties en verkeerd verwijzende voornaamwoorden. Ze las niet veel. The Children of the Abbey van Regina Maria Roche uit 1796 was haar lievelingsboek, dat ze had gelezen toen ze jong was. Feitelijk is het dat boek dat ze te al en immere tijde probeert te emuleren, misschien bewust maar hoogstwaarschijnlijk onbewust – later maakte ze er een geprikkeld punt van dat ze het nooit had gelezen, hoe durft u het te suggereren meneer. Het was alleen maar logisch dat de stijlen op elkaar leken. Zo moet je immers schrijven! The Children of the Abbey begint al even geëxalteerd als Irene Iddesleigh : Hail, sweet asylum of my infancy! Content and innocence reside beneath your humble roof, and charity unboastful of the good it renders. Hail, ...
_____ [wat voorafging: Bij vertalen horen, in de woorden van legendarische tovenaar-vertaler Pé Hawinkels, ‘bepaalde vormen van enthousiasme’ waardoor je wel eens van de letter afwijkt om de geest te vangen. Is Infinite Jest van zulk hout gesneden dat het ongrammaticale woorden duldt en zelfs aanmoedigt, in vertaling?] _____ Ik waag het erop, het woord vandaags onderbrengen in Eindeloos vertier – zoals het nu gaat heten, het denken over de titel heeft me zo’n half jaar gekost, en het is niet mijn eerste keus, wat het nu geworden is, Eindeloos vertier , ik was zelf uiteindelijk uitgekomen op Grenzeloze grol , wat de uitgever, denk ik, toch niet serieus genoeg vond, alsof ik het boek niet ernstig nam en het boek niet ernstig genomen hoefde te worden – wat natuurlijk helemaal de bedoeling niet was van die titel, het is een mooie alliteratie ten eerste, die Infinite Jest ook is, als je Jest met een hoofdletter I schrijft zoals dan kon in tijden van weleer en va...
Ik vertaal nu tussen alle bedrijven door een rijk geïllustreerd en kort betekst sympathiek kinderboek over het ‘hebben’ van een hond uit het Russisch, en daar heb ik meteen al een gedeelte van mijn vertaalprobleem te pakken. Want dat zeg je zo in het Nederlands, je hebt een hond, wat meteen de scheve verhouding weergeeft. Een hond wordt gehad en de mens is het baasje , de choziaïn in het Russisch en in het Engels is het nog een graadje bezittelijker want daar is het de owner . Taal vormt het denken, het was Karl Kraus die op die zere plek het eerst zijn vinger legde. De smerige Groote Oorlog (de eerste, niet de laatste) werd voor Duitse oren verteerbaar, ja eerbaar gemaakt door afgesleten metaforen als ten strijde trekken , met open vizier strijden , het zwaard opnemen , en door het kreperen in de loopgraven een heldendood te noemen, uit vaderlandsliefde begaan. Politici maken er nog steeds gebruik van, bijvoorbeeld door de verdelgingsmissie van...
De Theseus-paradox luidt: hoeveel kun je van iets veranderen voordat het niet meer het oorspronkelijke ding is. Is een flauwekulparadox natuurlijk, want ik is ik en elk moment verandert sowieso alles, door slijtage, de tijd enzovoort. Ik is wie zich ik noemt. Maar toch, als je de vraag stelt, puur en sec: is een bijl waarvan eerst het blad is vervangen en vervolgens de steel nog wel de oorspronkelijke bijl? Dan zul je je even achter je oren krabben en het niet meer weten. En daarvoor doe je het, als kinderdichter, om je lezers, al is het heel even, gek te maken. De vorm ontleen ik aan de educatieve maar desondanks soms heel erg goede gedichten van Samoeïl Marsjak waarin de techniek, de vooruitgang en de overwinning van de mens op de natuur bezongen worden, jawel, vreselijke onderwerpen natuurlijk, maar technisch zitten de lange gedichten (‘sprookjes’ heten die in het Russisch) zo goed in elkaar dat ze bijna onweerstaanbaar zijn...
Kindergedichten zijn bij uitstek geschikt voor de vragen des levens, existentiële vragen, vragen naar de zin van dit alles, wat het allemaal betekent en hoe de wereld in elkaar zit. Voor vragen waar geen antwoord op is. Wil je dat weten? Heb je daar toevallig interesse in? Prangen die vragen je? Dan: lees kindergedichten. Logische hersenkrakende grappen werken ook goed trouwens, Alice in Wonderland bijvoorbeeld. Of Wittgenstein passim. Een kind moet het kunnen begrijpen, mits onder dat begrijpen niet-begrijpen wordt verstaan – met dien verstande dat niet-begrijpen juist begrijpen in hogere en diepere zowel als engere zin is. En als een kind het al niet begrijpt (de wereld), hoe moeten volwassenen er dan chocola van bakken? Iedereen die zegt dat hij het begrijpt (de wereld) liegt. Zo begrijp ik het. In de herfst vliegen de koeien naar het zuiden, dat is bekend. Minder bekend is dat koeien sowieso kunnen vliegen, en nog minder vaak wordt de vraag ge...
Reacties
Een reactie posten