Elke zoveel tijd een vertaalvraagstuk uit de praktijk, door Robbert-Jan Henkes [rjhenkes apestaartje xs4all punt nl].
Volgen? Ontvolgen? Op de hoogte gehouden worden of juist niet? Schrijf me een mailtje!
238 Wie? Kto?
_____
Verwijzingen. De tekst van Aleksandr Vvedenski komt uit Bij mij op de maan, blz. 399-402 en is geshopt in de originele illustraties uit 1931 van Lev Joedin, op het togdazine te vinden, hier en bij lobgott, hier.
Het Zingende Nijlpaard door W. Vandersteen in de verliteraturing van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes Hoofdstuk 3 Ode aan Sidonie O waarom weten zij niet wat er gaat gebeuren! O, waarom weten zij minder dan wij! Waarom ontsnapt het inzicht aan hun ongeloof? Het ongeluk is nooit zo erg of het kan nog erger, en zo gauw je denkt: ik heb een auto-ongeluk gehad, dus het ergste heb ik nou wel achter de rug en de kiezen en zoiets zal me niet licht nog een keer overkomen, statistisch gesproken, wees er dan van overtuigd dat de goden zullen samenspannen en alles zullen doen wat in hun almacht ligt om u te wijzen op de nietigheid van uw bestaan. Smak! zei de zwartgepantserde Citroën van Lambik tegen de boom. Noord! zei zijn stem toen Wiske hem vroeg nog iets te zeggen. De profeterende wondendokter, in wie alleen onder de mensen de waarheid woont, want zijn naam was Pistoors, hetgeen in het West-Sanskriet betekent ‘luistert!’, kwam, zag, en waarschuwde voor wrede dinge...
Het Zingende Nijlpaard door W. Vandersteen in de verliteraturing van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes Wat voorafging. Na een poppenkastvoorstelling te hebben bijgewoond, raken Lambik en Wiske in zo’n felle discussie verwikkeld over de herkomst van een door Lambik gezongen liedje (Zuid-Afrikaans of Noord-Afrikaans?), dat Lambik de macht over het stuur verliest en met zijn Citroën tegen een overstekende boom aanknalt. Hij komt niet bij zijn positieven en moet per auto naar huis worden gebracht. Tante Sidonie stuurt Wiske naar haar bed en belt een dokter uit het zijne. Lees nu voort. Hoofdstuk 2 De dokter komt Dokter Pistoors van het Medisch Centrum Pittevil te Vilvoorde was al een oude man die er niet van hield om ’s nachts uit zijn bed te worden gebeld. Vroeger was dat anders. Toen hij nog haar had. Lang geleden. Als hij nu zijn haar had willen laten groeien kon dat niet: niet dat hij al lang haar had, maar hij was zo kaal als een aal, zo kaal als de volle...
Dick Matena kwamen Erik en ik wel eens tegen als we in Studio Gezellig & Leuk, onder de dossierrook van de Amsterdams Stopera, aan het buurten waren. Er stond altijd een tafel voor hem klaar, voor als hij in de stad was, want hij werkte altijd. Ook als er bezoek was. Hij had net het fenomeen verstripping op de kaart gezet. De avonden : gekkenwerk natuurlijk, de tekst notabene geheel compleet en onverbrugd. En wij vroegen ons af: waarom in godesnaam? Toch niet om het boek te kunnen lezen dat je zonder plaatjes zogenaamd niet zou kunnen lezen? Strips en literatuur: what’s the bloody difference? Behalve dan voor mensen die een te hoge dunk van literatuur hebben en/of een te lage van strips. Dus toen bedachten Erik en ik het nieuw in het leven te roepen fenomeen verliteraturing: klassieke strips in louter woorden overgebracht. Genovelliseerd. Natuurlijk met medeneming en integrale overname van alle ballonnetjes en tussenteksten en zow...
Als de Beatles op 31 januari, de dag na het weergaloos geslaagde dakconcert, weer de kelder induiken van het Apple-gebouw aan Savile Row nummer 3, is het om de nummers die op het dak niet gespeeld zijn een laatste turboboost te geven en nog één keer goed op de band te zetten. Dat waren de nummers Two of Us , The Long and Winding Road en het onvergetelijk onvergankelijk onvergruisbaar onverstoorbaar onaanhoorbare Let It Be . Nog één keer eraan trekken, jongs, en dan zit deze rampmaand erop! Get Back moest de elpee van het geheel worden. De Beatles onopgesmukt, zonder overdubs, live, eerst in het ruimteschip van de Trident filmstudio en vervolgens in de knusse krapte van de Apple-martelkelders. Een plaat zonder hocus-pocus ( jiggery-pokery ). Was het onbereikbare ideaal. Want weliswaar speelden ze live op het dak foutloos en geanimeerd, maar in de studio was er elke take wel ergens iets loos. D...
De uil en de maan zijn sinds het verhaal van Arnold Lobel, waarin Uil denkt dat de Maan met hem meeloopt naar huis, een onafscheidelijk duo. Maar misschien waren ze het daarvoor, als stralende nachtelijke fenomenen, ook al wel. In dit gedicht komt daar de (door veel mensen onvoldoende gewaardeerde) onbaatzuchtige eigenschap van het hemellichaam bij, dat zij juist dan schijnt als het donker is – terwijl de zon schijnt als het buiten toch al licht is. Waarmee is bewezen dat de maan groter en belangrijker is dan de zon. De vorm van het versje is simpel. Ik gebruik geen amfibrachussen, anapesten en andere moeilijke metrums of rijmschema’s. De vorm wordt louter door het ritme gedicteerd. Soms wil ik per se woorden gebruiken en moet ik koste wat kost er rijmwoorden voor vinden. Soms heb ik rijmwoorden en moet ik er iets mee doen. Het werkt twee kanten op. Stephen Mulhern adviseerde meer ‘oe’-klanken te gebruiken om he...
Ik vertaal nu tussen alle bedrijven door een rijk geïllustreerd en kort betekst sympathiek kinderboek over het ‘hebben’ van een hond uit het Russisch, en daar heb ik meteen al een gedeelte van mijn vertaalprobleem te pakken. Want dat zeg je zo in het Nederlands, je hebt een hond, wat meteen de scheve verhouding weergeeft. Een hond wordt gehad en de mens is het baasje , de choziaïn in het Russisch en in het Engels is het nog een graadje bezittelijker want daar is het de owner . Taal vormt het denken, het was Karl Kraus die op die zere plek het eerst zijn vinger legde. De smerige Groote Oorlog (de eerste, niet de laatste) werd voor Duitse oren verteerbaar, ja eerbaar gemaakt door afgesleten metaforen als ten strijde trekken , met open vizier strijden , het zwaard opnemen , en door het kreperen in de loopgraven een heldendood te noemen, uit vaderlandsliefde begaan. Politici maken er nog steeds gebruik van, bijvoorbeeld door de verdelgingsmissie van...
De tegenstelling letterlijk-vrij is – in de feitelijke praktijk van de pennen in de inkt en de vingers op de toetsen – een schijntegenstelling. Want ‘wat er staat’ is altijd iets in een andere taal. Wat de vertalers ervan maken is nooit wat er staat in het origineel. Letterlijk letterlijk is alleen om die reden al een onmogelijkheid. Dat weten vertalers heel goed. Je zult vertalers zelf dan ook zelden kunnen betrappen op de stellingname dat ze ‘vertalen wat er staat’ en dat hun vertalingen ‘transparant’ zijn. Al zijn er betreurenswaardige uitzonderingen. Maar het is zo’n verlokkelijk simpele tegenstelling: letterlijk versus vrij. De letterlijken (manmoedig) vertalen wat er staat en de vrijen (liederlijk) spelen zelf auteurtje. Het doet een beetje denken aan onze nationale trots de godsdienststrijd, toen de rekkelijken en de preciezen elkaar in de uitbundige baarden vlogen. De preciezen vonden dat de mensch was v...
Het Zingende Nijlpaard door W. Vandersteen in de verliteraturing van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes Proloog Egypte Egypte. Met zijn ondergaande zonnen, zijn wuivende palmen, zijn schrikbarende bevolkingsaanwas, zijn gesluierde fundamentalisme, zijn naar de Benelux uitgeweken patatbakkers, zijn uit de Benelux uitgeweken varkensfokkers, tomatenkwekers, diepzeeduikdocenten en paprikaboeren, zijn talloze, vooral in de zomer overdekte markten ( soekhs ) met hun vrolijke geroezemoes van aanprijzen en afdingen, het gerinkel van belletjes aan rijkversierde kamelenzadels, de knaleffecten van de nieuwste explosieven, zowel vloeibaar als in de vorm van semtex en het geratel van de modernste repeteergeweren van de hernieuwde aanslagen van terroristen op toeristen, net nu deze laatsten de weg naar de piramides leken te hebben teruggevonden, de talloze pittoreske, immers op instorten staande moskeeën, waar de vrouwen nog rondlopen in boerka’s en niqaabs van het fijnste...
Als je mensen vraagt wat is het mooiste woord in het Nederlands krijg je meestal als antwoord liefde . Oké, het is niet gek, hoewel ik het nog mooier vind als je het met twee ff-en schrijft, als lieffde . Andere mensen vinden desalniettemin het mooiste woord in het Nederlands of ochtendgloren of avondschemer of soelaas of voortvarendheid , of omdat ze het begrip zo mooi vinden, gunnen of edelmoedigheid of liefkozing of verzuchten . Scharminkel , bazuin , murmureren scoren ook punten. Je hoort ook soms de woorden stoeptegel , schermutseling of sikkeneurig noemen. Sprookjesachtig is van zichzelf al sprookjesachtig, vinden weer anderen. Fnuikend is altijd mooi. En nachtschade . Of een mooi vertaald woord zoals alvleesklier (pancreas). Er zijn zelfs mensen die het in alle opzichten gruwelijke woord vrijen het mooiste vinden, waarschijnlijk omdat het hun favoriete bezigheid is. Je hebt wat bezigheden betreft ook oernederlandse woorden als niksen en uitwaaie...
Als Gulliver gered is en zijn relaas aan de kapitein doet, denkt die – niet vreemd – dat Gulliver geheel en al de kluts kwijt is. Dat staat er heel simpel maar afdoend maar mooi en strak gezegd als: The Captain hearing me utter these Absurdities, concluded I was raving. Daar moet toch in het Nederlands ook iets aardigs voor te bedenken zijn: we hebben zoveel worden en uitdrukkingen voor tsjoeketsjoeke, van lotje, niet goed wijs, van de pot gerukt, van de ratten bezeken, ze niet alle vijf op een rijtje hebben etc. ad inf. Hoe zou de Nederlandse Gulliver het zeggen? 1727: De Kapiteyn my dus ongerymd hoorende spreeken, meende dat ik raaskalde. Raaskallen is le mot juste in dit geval: ga ik (denk ik) overnemen. 1792: De Kapitein geloofde nu ook voor zeker, dat ik myne zinne kwyt was toen hy my dus dwaaslyk hoorde spreken. Klinkt ook leuk, myn zinne kwyt was , maar dwaaslyk spreekt me minder aan. 1862: Toen de kapitein mij ...
Reacties
Een reactie posten