240 De Donna di Scalotta
Koning Arthur met zijn Ridders van de Ronde Tafel was een terugkerende fascinatie van Tennyson, die hij zowat zijn hele lange leven (van 1809 tot 1892) met zich meedroeg. In 1860 verschenen de eerste delen Idylls of the King , een serie Arthuriaanse episodes die Tennyson uit Malory’s Morte d’Arthur had overgenomen en met enige toevoegingen en veranderingen verwerkte tot lange gedichten. Maar daarvoor had hij al veel gedichten gechreven, kortere en langere, met de Arthursage als centraal thema. Uit 1833-1834 stamt Tennysons Morte d’Arthur , dat hij in 1842 uitbracht. Dat moest, na de Lady of Shalott , de aanzet zijn tot wat uiteindelijk een enorm lang gedicht over Arthur moest worden, een plan dat hij op zijn 24ste kreeg en dat hij naar eigen zeggen al helemaal had uitgedacht – hij hoefde het alleen nog maar te schrijven. Maar toen zijn Morte d’Arthur in 1842 negatief ontvangen werd (besproken door John Sterling in de Quarterly Review ) zag Tennyson er verder van af....