78 Aantekeningen van een veelgeplaagd auteur – Kornej Tsjoekovski (1)

Wij zijn trots, vereerd, verheugd enzovoort te mogen aankondigen dat de twee komende afleveringen van dit blog gevuld zullen worden door een gastbijdrage van de grote Russische kinderdichter Kornej Tsjoekovski (1882-1969), die speciaal voor vandaagsvertaalprobleem zijn licht zal laten schijnen over het vertalen van kinderpoëzie – met name de zijne – onder de titel ‘Aantekeningen van een veelgeplaagd auteur.’

   Een tijd geleden schreef ik Tarakanisjtsje [Kakkerlakkerste] – een kinderverhaal. Er wordt onder meer verteld hoe de arme krokodil een pad verslond:

Bjednij krokodil
Zjaboe proglotil.
   [De arme krokodil /Slikte een pad door.]

   Het verhaal is nu in het Engels vertaald. De vertaling rept met geen woord over een pad. Dit is de vertaling:

The poor crocodile
Forgets how to smile.

   Zoals je ziet was het niet de krokodil die een pad moest slikken, maar ik. En niet één, maar een stuk of vijf-zes.
   Het komt erop neer dat de vertalers dieren in mijn verhaal hebben samengedreven die er niet waren en die er niet konden zijn: een aantal stinkdieren, een paar wasberen, schildpadden, eenhoorns, slakken...
   Deze ongenode gasten begonnen te doen waar ze zin in hadden in mijn verhaal, zonder zich ook maar een seconde om mij te bekommeren. Het nijlpaard, bijvoorbeeld, begint tegen de olifanten te schreeuwen, ‘Be careful – don’t crush the ants!’ zelfs al roept hij volgens mij:

Ej, byki i nosorogi,
Vychodite, iz berlogi
      I vragá
      Na rogá
Podymite-ká!
   [Hé, stieren en neushoorns, /Kom naar buiten, uit je holen, /En de vijand /Op je horens /Neem ’m, ja!]

   ‘Be careful – don’t crush the ants!’ staat mijlenver af van de stieren en de neushoorns vragen om hun holen te verlaten en iemand vijanden op hun hoorns te nemen. De leeuw spreekt andere beesten op dezelfde manier toe in de vertaling, en voegt er achter mijn rug zelfs aan toe:

I don’t blame the little snails,
Everyone knows they don’t have nails.

   Natuurlijk snap ik dat geen enkele vertaling van gedichten zonder eigen maaksels, eigen verzinsels, zonder eigenkokers kan. Maar om te beginnen dient slechts de meest strikte dosering te worden voorgeschreven, en ten tweede mogen er alleen maaksels geïntroduceerd worden die niet tegen de geest van het origineel indruisen.
   In het origineel eindigt het verhaal met te zeggen dat het enige wat er te doen staat de maan uit het moeras graven is en hem aan de hemel vastmaken met spijkers. Maar de vertaling heeft dit einde:

The moon again sheds silver light;
The world is peaceful, friendly, bright.

   Zoals je ziet, is de stijl van de auteur genadeloos verminkt.
   Maar kan je wel spreken van stijl als de vertaling niet eens het ritme behouden heeft?
   Ik heb afwisseling van ritmes in antwoord op iedere verandering van onderwerp als een van de middelen beschouwd die het krachtigste effect op kleien lezers hebben, omdat met name kinderen heel gevoelig zijn voor de muzikale fundamenten van gedichten. Ik heb altijd gevonden dat iedere episode, en soms zelf ieder beeld, uitgerust moet zijn met een bijpassend ritme, een bijpassend fonetisch patroon.
   Maar de vertalers hebben zich hier hoegenaamd niets van aangetrokken. Als ik anapesten heb, komen zij met steeds dezelfde geestloze jamben, en als ik een greppel heb en een brandnetel en struiken en heuvels en krokodillen en olifanten in vier uit anapesten opgebouwde regels, hebben zij niets, niet één enkel beeld, niets dan kale, compleet abstracte frases:

But everyone’s tongue is tied with fright,
What a melancholy sight!

   En ze gebruiken de aloude afgezaagde tot op de draad versleten rijmen die zelfs onze morozy-rozy [vrieskou-roos] nog een toonbeeld van vindingrijkheid doen lijken: light-bright, donkeys-monkeys, kittens-mittens, crocodile-smile.
   Kortom, de tekst van The Cockroach, die aan mij wordt toegeschreven, heeft niets gemeen met mijn oorspronkelijke tekst – een feit dat ik mij haast naar voren te brengen niet zozeer in mijn eigen belang als wel in het belang van onze gemeenschappelijke zaak: de wederzijdse handel in literaire produkten van hoge kwaliteit.
   Gedichten voor kinderen zijn veel moeilijker te vertalen dan gedichten voor volwassenen. De verklaring daarvoor is allereerst dat kinderschrijvers zich bekommeren om de gevoeligheid die kinderen hebben voor de fonetiek van ieder woord en daarom de verzen toerusten met een maximum aan klinkende dynamische rijmen.
   Bovendien zijn de woorden die rijmen in kindergedichten de belangrijkste dragers van betekenis. De zwaarste semantische last wordt vierkant op de schouders van de rijmwoorden gelegd. Zo zou het slot van mijn verhaal Telefoon alle expressiviteit verliezen die het mag bezitten als het niet geschraagd zou worden door drie samenhangende rijmharmonieën:

Och, neljogkaja rabota –
Iz bolota tasjtsjit’ begemota!
   [Oef, het is geen licht werk, Uit het moeras een nijlpaard trekken!]

   Zonder deze drie rijmharmonieën [rabóta-bolóta-begemóta] (en zonder het ritme, dat de moeite uitdrukt van het enorme werk om een nijlpaard uit het moeras te trekken), zouden deze regels nooit tot leven komen. Maar de Engelse vertaler van Telefon maalde er weinig om. Hij ontdeed de regels zowel van ritme als rijm (dat wil zeggen van alles waarvan ze levensadem krijgen) en offreerde zijn lezers de volgende kreupele regels:

By golly, it’s really a job
To pull a hippo out of the bog!

   Je moet doofstom zijn om te denken dat deze vertaling, vervaardigd door D. Rottenberg van het Vreemde Talen Uitgevers Huis, ook maar de geringste gelijkenis vertoont met het origineel. En natuurlijk hebben deze versjes voor doofstommen totaal geen enkele charme voor buitenlandse kinderen. In plaats van reclame te maken voor het werk van een Sovjetschrijver, creëert een dergelijke vertaling er alleen maar aversie tegen.
   Mijn verhaal Mojdadyr [Wassemhard] is veel aantrekkelijker vertaald in een andere uitgave van het Vreemde Talen Uitgevers Huis, maar zelfs hier vind je dezelfde soort versjes voor doofstommen. Eén kwatrijn bestaande uit vijf rijmharmonieën is omgezet in blanke verzen:

Every morning, bright and early,
All the little mice go washing,
And the kittens and the ducklings,
And the ants and spiders too.

   Is de Engelse taal – de taal van Edward Lear, Lewis Carroll en A.A. Milne – echt zo verschrikkelijk armer geworden dat er geen equivalente harmonieën gevonden kunnen worden voor pretentieloze, simpele rijmen als rassvete–kotjata–mysjata–oetjata, zjoetsjki–paoetsjki?

   [wordt vervolgd]
____
   Verwijzingen. In de vertalingen van Bij mij op de maan (Van Oorschot, 2016) heb ik me zoveel mogelijk aan Tsjoekovski’s geboden gehouden, maar ook ik heb de menagerie van beesten enigszins moeten veranderen en uitbreiden, en hier en daar ook andere voorvallen en beelden moeten verzinnen – maar in elk geval wel alles, naar ik hoop, in de geest van het origineel, met behoud van strakke rijmen en strakke ritmes en – heel belangrijk! – zonder vulsel. De door Tsjoekovski gelaakte en aangehaalde fragmenten uit het kinderpoëem Kakkerlakkerste gaan bij mij als volgt:

De krokodil heeft van schrik
Meneer makreel ingeslikt.

   Dat was aangezien ik de pad al eerder in een makreel had omgetoverd, want die moest rijmend zitten op een bezemsteel. Misschien moet ik er toch nog een keer naar kijken... Het tweede fragment gaat zo:

Jullie neushoorns, jullie stieren,
Kom terug, jullie laffe dieren
      En pak die man
      Als je kan
En neem hem op je hoorns dan!

   Het derde fragment, het slot van Telefoon, gaat bij mij zo:

Er is ter wereld geen karwei zo groot
Als een nijlpaard redden uit de sloot.

   In elk geval minder leutig dan ‘by golly’, denk ik dan maar...

   De vier regels met pretentieloze rijmen voor zonsopgang-poesjes-muisjes-eendjes (pulletjes), kevertjes-spinnetjes uit Wassemhard staan er bij mij zo:

Als het zonnetje gaat schijnen
Wassen zich de wilde zwijnen
En ook de otters en de bevers
En de torren en de kevers –

   Voor Kakkerlakkerste als vertaling van Тараканище, zie blog 68, De overtreffende trap van kakkerlak, hier. Over het fenomeen ‘eigenkokers’ zie blog 36, hier. Illustraties: de verzamelbundel Wonderboom/Het zilveren insigne van Tsjoekovski; de eerste uitgave van Kakkerlakkerste uit 1925 met tekeningen van Tsjechonin; twee Engelstalige uitgaven; vijf andere Engelstalige uitgaven; Tsjoekovski’s Van 2 tot 5; drie edities van Bij mij op de maan. Tsjoekovski’s Aantekeningen in het Russisch zijn te lezen hier. De Nederlandse vertalingen zijn te lezen in Bij mij op de maan.

Reacties

met onder meer de afgelopen maand

160 Vintage Vondel...

173 Het verhaal van het neusstotende katten

175 Het verhaal van het voorgevallen egeltje

174 Het verhaal van de abuise kuikens

176 Het verhaal van de verdwenen kluwen