222 Of geen knaster?

   Machorka is de term die in Rusland wordt gebruikt voor slechte tabak, maar oorspronkelijk is het de botanische naam van de wilde tabak, de Aztekentabak of boerentabak, de Nicotiana rustica, die door het hoge nicotinegehalte als pesticide wordt gebruikt. De rookbare tabak is Nicotiana tabacum, die eerst ook wel Virginia-tabak heette.
   In het woordenboek Russisch-Nederlands van Pierrot staat dan ook onder machorka: boerentabak. In het woordenboek van Honselaar staat: 1 lage kwaliteit tabak 2 bot. boerentabak.
   Op zich is boerentabak een mooie term, alleen is het louter de botanische naam, en de Russische machorka is botanisch dan wel die plant (ook in het grote woordenboek van Dal’) maar figuurlijk is het de term voor de abominabele pesticidale tabak die er gerookt werd in vroeger dagen, en nog steeds.
   De Russische doorverwijspagina van Wikipedia zegt ook ondubbelzinnig dat het afval is, de tabak die met goed fatsoen niet meer te roken is:

Machorka is een tabaksgrondstof die voornamelijk bestaat uit afval van sigaren- en sigarettenproductie en stukjes van tabaksbladeren en -stengels bevat. (Махорка — сорт табачного сырья представляющий в основном отходы сигаретного и сигарного производства и включающий части табачных листьев и стеблей.)

   De botanische machorka, de oorspronkelijk Zuid-Amerikaanse plant, was al in de zestiende eeuw in het kapitalistisch-imperialistische, genadeloos met den Bijbel in den handt genocidale westen bekend, en in Nederland werd hij beschreven door Rembert Dodoens in zijn Cruydt-Boeck (1554) als het Bilzen-Cruydt van Peru oft Tabak:
Petun of Taback maeckt den mensche slaperigh, krancksinnigh ende soo van herssenen gestelt of ontstelt als oft hy droncken waer als men anders niet dan den roock daervan inneemt.

   Dat geldt kennelijk alleen voor westerse gebruikers, want bij de ‘de inwoonders van de landen daer het groeyt’ – voegt Dodoens onmiddellijk aan bovenstaande bijsluiter toe, is het roken van de plant ‘bequaem om alle smerten ende weedommen des lichaems te versoeten’.
   Maar Peruaans bilzenkruid is misschien ook geen gelukkige vertaling voor machorka.
   In elk geval heet het in de Nederlandse vertaling van Siegfried van Praag uit 1933 knaster – waar ik bijzonder blij mee was.
   Maar als dat inderdaad de juiste term is, vroeg ik me in enen af, hoe komt het dan dat ik het woord knaster nooit eerder zelf gevonden had als vertaling voor de oerslechte tabak die in Rusland gerookt werd?
   Heb ik dan niet vlijtig vijftig woordenboeken afgezocht, vrijeveldonderzoek gedaan naar de machorka, haar wezen en verschijning, en heb ik het niet proberen te vinden en te roken en middels een papillair-olfactief beproevingsproces een enigszins West-Europese equivalent proberen te vinden?
   Natuurlijk heb ik dat gedaan!
   Sterkere toebak nog: in het veelgebruikte synoniemenwoordenboek Het juiste woord (Standaard betekeniswoordenboek der Nederlandse taal) staat knaster gewoon onder 536. Roken gerangschikt temidden van allerhande andere tabakswaren, zoals daar zijn:

rooktabak, pijptabak, gesausde tabak, lichte –, halfzware –, zware –, tabak van fijne (grove) sne(d)e, kerftabak, korftabak, k(a)naster, spintabak, krultabak, apehaar, venushaar, shag, shagtabak, baai, baaitabak, herenbaai, tabaksrul, tabakszand, zandgoed, portorico, manilla, varinas, maryland, virginia, amersfoorder, sigarettentabak, nicotine en rookopium.

   En waar ik het dus zeker een paar keer voorbij moet hebben zien komen, en moet hebben opgezocht in de Van Dale.
   Dus waarom ben ik daar niet eerder achtergekomen?
   Heel simpel: omdat het de juiste term niet is. Knaster is heel wat anders, ja eerder het tegenovergestelde van slechte tabak, namelijk goeie tabak. ‘De beste soort van rooktabak’ zegt het Nederduitsch woordenboek van 1803 onder Kanaster (knaster, kanasser, knasser, kanasser): dat is regte kanaster.
Eigenlijk de naam van eene uit riet (canna) gevlochtene kist, waarin eenige voordbrengsels van vreemde Landen, en inzonderheid, de beste soort van rooktabak, varinas genoemd, tot ons overgevoerd worden. Ik heb van dien varinastabak honderd knasters gekocht. Ook draagt die tabak zelf, in de dagelijksche taal, dezen naam: dat is regte kanaster. Wanneer men, al boertende, het geringste boven het beste wil verheffen, zegt men: dat is andere tabak dan knaster.

   Die laatste toevoeging is interessant. Van Dale zegt ook, na betekenis 1 (de kist of korf of mand):

2 varinastabak in bladen; fijnste soort van rooktabak; — iron. slechte tabak; — (spr.) dat is andere tabak dan knaster, dat is iets beters.

   Dus letterlijk is knaster prima tabak en figuurlijk het omgekeerde... Hoe is dat mogelijk? Na enig fors vorwerk ben ik tot de conclusie gekomen dat de Duitsers de schuld zijn. Die kennen het woord Knaster ook en de Duitse Wikipedia zegt er het volgende over (met door mij vetgedrukt de incriminerende opmerkingen):

Das Wort bezeichnete zur Zeit der Erstbezeugungen am Anfang des 17. Jahrhunderts einen würzigen, milden Tabak von hoher Qualität, der in Rohrkörben (Spanisch canastros, zu Griechisch kánastron) transportiert wurde. Man sprach von Canastertobac, was zu Canaster/Kanaster und dann durch Vokalausfall zu Knaster verkürzt wurde und vermutlich in dieser Form über das Niederländische in die deutsche Sprache entlehnt wurde. Das Wort Knaster erhielt danach erst in der Studentensprache einen abwertenden Beiklang, der sich verallgemeinert hat.

   Nu breekt mijn pijp! Eerst stelen ze een woord en dan krijgen we het honderdtachtig graden in betekenis gedraaid weer terug! Alsof ze onze fietsen weer teruggeven met het stuur op de bagagedrager!
   Daarmee is het Nederlandse woord knaster een beladen term geworden, een riskante keuze, want het kent twee diametraal tegenovergestelde betekenissen. Siegfried van Praag laat er geen twijfel of dubbelzinnigheid over bestaan want hij zegt: ‘de knaster werd van de goede tabak gescheiden’ – waar het Russisch het formuleert als: ‘Ze legden machorka bij machorka, tabak bij tabak.’ (Махорку клали к махорке, табак к табаку.) – wat wel iets duidelijker is, want in het Nederlands kun je nu ook nog denken dat elke afzonderlijke peuk én knaster bevat én goede tabak.
   Het zou goed kunnen dat Van Praag zich hier heeft laten leiden door de Duitse vertaling, Schkid, die Republik der Strolche, de eerste van Maria Einstein uit 1929 (een tweede verscheen in 1959 van de hand van Liselotte Remané).
«Крохоборы» разбирали мерзлые «чинаши», тщательно отдирая бумагу от табака и распределяя по сортам. Махорку клали к махорке, табак к табаку. Потом эта сырая, промерзлая масса раскладывалась на бумаге и начиналась сушка. (Bjelych en Panteleëv, 1927)

Die “Brockensammler” sichteten die gefrorenen Zigarettenstummel; der Tabak wurde sorgfältig aus dem Papier herausgelöst und sortiert, damit der billige schlechte Knaster und der echte Tabak nicht durcheinander kamen. Dann wurde die ganze feuchte, gefrorenen Masse auf einem Bogen Papier ausgebreitet und getrocknet. (Einstein, 1929)

De “brokken verzamelaars” onderzochten de bevroren sigaretteneindjes; de tabak werd zorgvuldig uit het papier gehaald en gesorteerd, de knaster werd van de goede tabak gescheiden. Daarop werd de heele vochtige, halfbevroren massa op een vel papier neergelegd en gedroogd. (Van Praag, 1933)

   Of, enigszins verletterlijkt, met machorka onvertaald gelaten:

“Kruimenisten” onderzochten de bevroren peuken, scheurden voorzichtig het papier van de tabak en sorteerden naar soort. Machorka legden ze bij machorka, tabak bij tabak. Vervolgens werd deze vochtige, halfbevroren massa op papier uitgespreid en begon het droogproces.

   Ik begon dit stukje met het idee dat a) knaster anders dan ik had gehoopt toch niet de ideale vertaling van machorka was en dat b) Siegfried van Praag het woord uit de Duitse vertaling had. Beide weet ik niet meer zo zeker.
   Het lijkt wel duidelijk dat Van Praag de Einstein-vertaling ernaast had liggen toen hij vertaalde. De interpunctie lijkt van het Duits overgenomen, de heele massa en de ganze Masse zijn hetzelfde, terwijl het Russisch alleen maar deze massa heeft, en de brokken verzamelaars en Brockensammler zijn allebei niet echt geïnspireerde vertalingen voor iets wat je ook peukenrapers kan noemen, kruimenisten, of nog iets anders, aansprekenders kan verzinnen.
   Maar omdat knaster als slechte tabak ook bekend is in het Nederlands, zal Van Praag het woord wel gekend hebben.
   En omdat de letterlijke betekenis als prima toebak naar de achtergrond verdween, kan de figuurlijke betekenis het overnemen. En blijft knaster misschien toch wel een mooie vertaling voor machorka.

_____
   Verwijzingen. Voor Sjkid (Schkid, Шкид) zie hier en hier. Voor het Duitse Knaster zie hier. Voor het Nederlandse knaster zie hier en hier. De Russische machorka-Wikipedia -pagina’s: hier en hier. De Dodoens-dubbelpagina komt uit Bloemlezing uit het Cruydt-Boeck van Rembert Dodoens, samengesteld door Dr. A. Schierbeek, De Hofstad 1941. Een PS nog over het Duitse Knaster: wellicht is de omkering goede-slechte tabak begonnen uit begripscontaminatie met Knaster als ouwe brompot, ook wel Knasterbart en Knasterer genaamd, en heeft het begrip daardoor een negatieve lading gekregen. Een ander woord voor slechte tabak dat kennelijk in het Duits vigeert is Freimaurer of vrijmetselaarstabak, aldus een verhaal (Rijken en armen) in het geïllustreerd tijdscrift voor de jeugd Voor ’t jonge volkje uit 1884 (zie op Delpher, hier):

Van eenen Duitscher, die uit Alten-Jena kwam, had ik gehoord, dat ze daar slechte tabak den naam Freimaurer of vrijmetselaarstabak gaven.
   Deze bijnaam scheen evenwel hier onbekend te zijn.

Reacties

met onder meer de afgelopen maand

160 Vintage Vondel...

231 De droom van de rode kamer

230 De Hongloumeng

229 Historische romans

228 Tortilla’s voor de Daltons

226 Why a duck, or: Tractatus Wakeo-Logologicus

232 Betreffende de genese van de Hollandse Wake

225 Oorwurmen uitdrijven: Mom Foetsjies Krijsernij

233 Iris Trees en Lili O’Rangans