368 De kikker

   The Raven hadden Erik Bindervoet en ik al vertaald voor De Canon van de Europese Poëzie, waar voor het gemak Noord-, Midden- en Zuid-Amerika dan ook maar toe gerekend werden, voorzover daar in ‘Europese’ talen gedicht werd (Frans, Engels, Spaans, Portugees, en Nederlands had natuurlijk ook gekund). Honderdenacht strak rijmende en ritmische regels over de voormalige geliefde Lenoor en de Raaf met zijn onontkoombare Nimmermeer-refrein, bloedstollend.

‘Onheilsbode! Boze machten zijn het waarlijk die jou brachten!
Bij het firmament en God die jij moet dienen en ik eer,
Zeg mijn ziel met zoveel woorden of hij in hiernamaals’ oorden
Haar omhelzen mag, Lenoor, de wonderschone, lief en teer,
Zijn pijn mag helen met Lenoor, de engelachtige zo teer!’
      Sprak de Raaf toen: ‘Nimmermeer.’

‘Laat dit woord ons afscheid wezen!’ gilde ik, vol schrik verrezen.
‘Keer dan naar de stormwind en de zwarte kust van Pluto weer!
Laat voor mij geen veer als teken van de leugen die u spreekt en
Kom mijn eenzaamheid niet breken! – maar daal ergens anders neer,
Haal uw snavel uit mijn hart en strijk uw vleugels elders neer!’
      Sprak de Raaf toen: ‘Nimmermeer’.

   Luiden het willekeurig gekozen zestiende en zeventiende couplet van de achttien. Het liefdesverhaal dat de basis vormt van het gedicht zal kinderen weinig aanspreken, maar het toespreken van een Raaf en hem bestoken met allerlei vragen waarop het dier steeds hetzelfde antwoord geeft, is natuurlijk ook voor kinderen erg leuk en grappig. Hoe dom kan een mens zijn?! En spannend is het ook: hoe zal het aflopen?
   Toen ik eenmaal uit het blauwe niets de regel Zei de kikker: Kwaak-kwaak-kwaak aangereikt had gekregen, ergens tussen Amsterdam en Berlijn, moest het dan maar en werd het De kikker. Geen honderdacht maar toch een alleszins respectabele 63 regels lang.
   Het kwam in Wit als een wat te staan en werd qua betekening van een vrolijk longdrinkende hoofdpersoon voorzien door Charles Michels. Maar ik was niet de enige die me door de eenlettergrepige kikker had laten inspireren. Onlangs schafte ik me het album moins d’un quart de seconde pour vivre aan van de door mij hogelijk bewonderde Lewis Trondheim, die de teksten schreef bij de tekeningen van J.C. Menu, niet meer dan acht verschillende, die Trondheim moest combineren en recombineren om tot een verhaal van honderd strookjes te komen – wat hem glorieus lukte. (Trondheim is een geniaal scenarist.) De minst gebruikte tekening, maar uiteindelijk de tekening die het verhaal in gang zet en die het verhaal ook weer (bijna) zal afsluiten, is die waarin de kikker op een waterlelieblad in het water zit en de menselijke hoofdpersoon erbij staat. De hoofdpersoon moet in gesprek met een rots en een wezen dat onder het zand begraven is zijn eigen weg in de wereld vinden en hoopt bij de kikker uitkomst te vinden.
   Het prachtalbum uit 1996 werd het startschot voor de OuBapo-beweging, de stripversie van het Ouvroir de Littérature    Potentielle. Bij potentiële literatuur – en bij potentiële strips, bandes dessinées – fungeren formele beperkingen als aanzwengelaar van nieuw werk, denk aan de e-loze roman van Georges Pérec, La disparition en Raymond Queneau’s negenennegentig manieren om een verhaal te vertellen in zijn Exercices de style.
   De OuBaPo bloeit: bij l’Association verschenen zes bloemlezingen en verschillende OuBaPoïstische monografieën, in gang gezet door een keur aan contraintes met zonderlinge, grappige en aparte verhalen als resultaat. Vrolijkmakend en bewonderenswaardig.
   Rijm en ritme zijn van zichzelf al contraintes, en daar komt in The Raven nog eens het immer identieke antwoord van de raaf bij, zoals dat bij het antwoord in moins d’un quart de seconde pour vivre ook het geval is en in De kikker van mij ook. Waarmee ik maar wil zeggen: contraintes kunnen heel bevrijdend werken.
De kikker dus, uit Wit als een wat:

Zat een kikker op een plankje
In het water met een drankje
In het midden van de plas,
En hij roerde met een stokje
In zijn glas en nam een slokje,
Een klein slokje uit zijn glas.
– Kikker, vroeg ik, vind je ’t goed
Als ik met je kennismaak?
      Zei de kikker:
      – Kwaak kwaak kwaak.

– Kikker, zei ik, dank je, dank je,
Dat je antwoordt op je plankje
In het midden van de plas;
Vind je ’t erg als ik er
“Ja” van maak, o lieve kikker,
Van jouw antwoord van zopas?
En mag ik dan ook vragen, kikker,
Kom jij eigenlijk hier vaak?
      Zei de kikker:
      – Kwaak kwaak kwaak.

– Kikker, kikker op je plankje,
Dank je voor dit kleine sprankje
Hoop op antwoord van jouw kant.
Ik ben namelijk nieuwsgierig
En ik vind het heel plezierig
Om het jou te vragen, want
Niemand anders kan mij helpen
Met mijn opgelegde taak.
      Zei de kikker:
      – Kwaak kwaak kwaak.

– Kikkerlief, wat zit er, zit er
In je drankje, zoet of bitter,
Dat je aan het drinken bent?
Dát zou ik wel willen weten;
Van die vraag ben ik bezeten:
Het is vast heel onbekend.
Is het eendenkroos met kevers?
Is het vliegenzwammensmaak?
      Zei de kikker:
      – Kwaak kwaak kwaak.

– Kikker, zei ik, op je plankje,
Wat is dát dan voor een drankje?
‘Kwaakwaakwaak’ dat ken ik niet;
Zoiets staat niet op mijn lijstje,
Wees nu toch geen eigenwijsje
En zeg me waar je van geniet,
Of wil je met dat kwaak-kwaak-kwaken
Mij vertellen ‘Praat maar raak’?
      Zei de kikker:
      – Kwaak kwaak kwaak.

– Kikker, kikker, wat onaardig,
Zei ik korzelig maar waardig,
Is het dan zo’n gekke vraag?
Als je ’t mij niet wil vertellen
Waarom blijf je mij dan kwellen
Met je kwakerig geplaag?
Dat akelige leedvermakerige
Kwaken van jou roept om wraak!
      Zei de kikker:
      – Kwaak kwaak kwaak.

– Kikkertje, ik zal je krijgen!
Zei ik en begon te dreigen:
Ik heb het goed met je gehad!
Ik kom je halen op je plankje,
Jou en je geheime drankje,
Ik pak je en ik plet je plat! –
En ik sprong toen op het plankje
En het plankje ging van – kraak!
      Zei de kikker:
      – Kwaak kwaak kwaak.

_____

De Canon van de Europese Poëzie, samenstelling Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries, Meulenhoff, 2008. Wit als een wat, Robbert-Jan Henkes, met illustraties van Charles Michels, Querido, 2018. Moins d’un quart de seconde pour vivre, Lewis Trondheim & J.C. Menu, l’Association, 2007 (1996). l’Assocation bevindt zich hier, het album staat hier in hun catalogus. De banier is een uitsnede van het achterplat van het album. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345, hier. Dit stuk verscheen eerder op ooteoote, hier, in de rubriek Simpel Is.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

160 Vintage Vondel

373 Nacht, trottoir – als a-tal

372 Nacht, straat, straatlantaarn, apotheek

371 Pak aan, nageslacht! — Interview met Anatoli Mariëngof

374 Nacht, trottoir – als sonnet

370 Koning Bub

369 Dierenmoeder houdt van dierenkind

345 Register & Inhoud VandaagsVertaalProbleem (cumulatief)

375 Nacht, trottoir – als Herman Gorter