385 Delina Delaney, hoofdstuk III

   Beautifuller and beautifuller. In hoofdstuk III wordt Delina na haar eerste werkdag als naaistertje op Columba Castle – en a capital little seamstress is het, volgens Lady Gifford – beloond met een gouden halve soeverein, die ze mee naar huis neemt voor haar moeder. Maar ach, van pure zenuwen verliest ze het muntstuk (it kissed the gutter staat er) als ze gecornerd wordt door Lord Gifford – als ze Lord Gifford tegen de leden loopt vertaal ik, want net als Amanda Ros verboden woorden had, die ze niet netjes vond, broek, benen, wit en dergelijke, kies ik voor haar in het Nederlands het woord lijf, dat ik omzeil met leden. Lord Gifford geeft haar een dubbel zo groot muntstuk, een hele soeverein, en brengt haar thuis. Daar is Delina’s moeder niet blij mee en ze laat het merken ook: de hoger heren moeten zich bij hun eigen stand houden. Lord Gifford neemt afscheid van de weduwe Delaney en vervolgens van Delina, met dezelfde woorden maar met een andere gelaatsuitdrukking en toon, that could not fail to further shake the faith of the poor widow in his lowly advances, en ik vertaal: die het geloof van de weduwe in zijn laaghartige avances wel verder moesten... sterken, denk je, bekrachtigen – de weduwe ziet in zijn manier van afscheid nemen natuurlijk eens te meer het bewijs van zijn smerige plannetjes. Maar er staat niet strengthen, er staat shake, aan het wankelen brengen. Heel curieus.
   Ik kan hier op twee manieren chocola van bakken. 1) het geloof wankelt in [hem en] zijn laaghartige avances (dat wil zeggen, laaghartige avances is metonymisch voor Lord Gifford), of 2) het is gedacht vanuit Lord Gifford: zijn manier van afscheid nemen moet de weduwe er juist van overtuigen dat zijn avances niet laaghartig zijn. Ik ben er nog niet uit.
   Verder met het verhaal. Mevrouw Delaney geeft haar dochter opdracht de volgende ochtend het verloren muntstuk te zoeken en Lord Gifford het zijne te retourneren. Gelukkig vindt Delina het verloren geld, maar Lord Gifford weigert de gegeven soeverein terug te nemen. De lezer denkt: dat gaat niet goed aflopen, ze wordt vast van diefstal beschuldigd... We zullen zien.
   Intussen is Lady Gifford ook niet blij met alle aandacht die haar zoon de schone Delina schenkt en ze besluit Delina een baan te geven als kwekeling op de dorpsschool die under the direct control van hare ladyship valt. Grappig is dat de praktisch ingestelde schrijfster in alle woest stormende romantiek niet vergeet te vermelden wat de remuneratie is:

Met het idee dat Delina het heel goed zou doen in de hoedanigheid van kwekeling op de lagere school liet ze haar dienovereenkomstig aanstellen tegen een salaris van twintig pond per jaar, jaarlijks met vijf pond te verhogen voor een periode van vijf jaar.

Believing Delina could well act in the capacity of pupil-teacher, she accordingly had her appointed, at a salary of twenty pounds a year, to be augmented by five pounds yearly for a term of five years.

   Op de laatste werkdag komt Lord Gifford in de naaikamer binnen – waar hij kennelijk in de afgelopen maand menig aangenaam halfuurtje met Delina heeft doorgebracht – en hij bevochtigt haar laatste naaiwerkje nog meer met Nature’s dew dan zij het al beweend had. Een dramatisch gesprek ontspint zich:

‘Moet je dan eindelijk mijn huis verlaten, Delina, mijn liefste?’
   ‘Ja, Lord Gifford, dat moet ik.’
   ‘Ach, dan is dit slechts, mag ik aannemen, een lichte kneuzing die mijn verwachtingen hebben opgelopen, een bescheiden schok van kortstondig leed die in een oogwenk kan worden gewist en van de bladzij van stille teleurstelling een folio van maagdelijke schoonheid gemaakt.’

“Must you at last leave my home, Delina, my darling?”
   “Oh, I must, Lord Gifford, I must.”
   “Ah, then, this is only, I trust, a slight bruise my hopes have experienced, a slim stroke of momentary pain that can at any moment be obliterated, and the page of silent disappointment made a folio of virgin beauty.”

   Het afscheid wordt onderbroken door de binnenkomst van Lady Gifford, waardoor Delina naar huis kan ontsnappen, onderweg aan de zwartste wanhoop ten prooi. Dat staat er onnavolgbaar prachtig zo:

Terwijl Delina’s haastige stappen met knisperende sprakeloosheid afscheid namen van de bekiezelde oprijlaan die ze zo dikwijls bewandelde, rees binnenin haar zwoegende boezem de pikzwarte prop van verdriet en toen het onzichtbare lichaam zich naar de smalle opening omhooggeklauterd had, brak het met een gruwelijke galm naar buiten en strooide zijn wegstervende echo uit over de mistige haag waarlangs ze liep. Noch hoorde zij de galm, noch voelde zij haar tred, zo onbegrensbaar was haar verdriet.

As Delina’s hurried steps spake farewell with a crackling speechlessness to the pebbled avenue on which she so often trod, the blackening ball of sorrow rose within her heaving breast, and, as its invisible body clambered to the narrow summit, it burst asunder with a sickening sound, scattering its dying echo around the misty hedgeway, along which she passed. She heard not the sound, she felt not the force of her tread, her sorrow was so illimitable.
   Weer achtervolgt Lord Gifford haar en weet haar vlak voor zij het nederige stulpje bereikt te onderscheppen, waarop hij haar hartstochtelijk kust – weliswaar slechts op voorhoofd en kin (hoe je je dat moet voorstellen is een andere zaak) – en zwijgend omkeert. Einde hoofdstuk.
   Hoe moet dat aflopen? Ja, hoe moet dat verder? Moet het wel verder? Ja, het moet! We hebben nog menig prachtiger en prachtiger wordende geformuleerde formulering tegoed.
_____

   Delina Delaney van Amanda Ros is op archive.org te lezen en te downloaden, hier. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345, hier.

Reacties

met onder meer de afgelopen tijd

160 Vintage Vondel

389 Freshes from the precious

387 Nacht, trottoir – als pantoum

386 Nacht, trottoir – als contravers

384 Nacht, trottoir – als Constantijn Huygens

391 Nacht, trottoir – als Beatleliedje

390 Nacht, trottoir –interrogatief en exclamatoir

388 Nacht, trottoir – als Hadewijch

392 Nacht, trottoir – als Willem Kloos