566 De Nederlandse Gullivers sinds 1727
Gulliver met driehonderd is tegelijkertijd de Nederlandse Gulliver met tweehonderdnegenennegentig. Want de eerste vertaling verscheen luttele maanden na de Engelse editie van oktober 1726, namelijk in januari 1727. Waarmee het de eerste Gulliver-vertaling ter wereld is. (De Franse volgde datzelfde jaar.) De vertaling is anoniem, maar de universiteitsbibliotheek van Leiden bezit een exemplaar, waar op de titelpagina in inkt en contemporaine orthografie staat bijgeschreven: ‘uijt het Engelsch vertaalt door Doctor Cornelis van Blankesteijn’. En de swiftoloog F.J.A. Jagtenberg heeft geen reden om dat in twijfel te trekken, al is over deze Van Blankesteijn verder niets bekend.[1]
De tweede vertaling dateert uit 1792 en is ook anoniem. De derde vertaling – ik tel alleen de complete vertalingen, niet de bewerkingen, meestal voor kinderen – is een uitgave van A.C. Kruseman uit 1862, van de hand van J.W.N. Mosselmans, en heet Reizen van Lemuel Gulliver naar verschillende onbekende volkeren der aarde door Jonathan Swift, waarmee hij afstapt van de toeschrijving aan kapitein Gulliver zelf. Dat deed Swift overigens zelf ook al snel, omdat het vrijwel onmiddellijk duidelijk was dat er niemand anders achter kon zitten dan de Dublinse dwarsdenker. Bij het samenstellen van zijn verzamelde werken in 1735 neemt hij dan ook het auteurschap op zich; een portret van Lemuel Gulliver krijgt het onderschrift ‘splendide mendax’, ofwel subliem leugenachtig (een frase uit Horatius’ Oden, 3.11). De vierde integrale vertaling is van G. Blom uit 1940, uitgegeven door J.H. Gottmer, Gulliver’s reizen naar verschillende verre landen door Jonathan Swift.
In 1974 volgde Mr. S. [Sem] Davids, Jonathan Swift, Gullivers reizen, uitgegeven door Manteau.
In 1979 volgde Arjaan van Nimwegen, Jonathan Swift, Gullivers Reizen, Reizen naar diverse afgelegen landen van de wereld, uitgegeven door Het Spectrum.
In 2004 Paul Syrier, Jonathan Swift, De reizen van Gulliver, Athenaeum—Polak & Van Gennep, 2004.
En eind dit jaar ik.
Twee vertalingen uit de achttiende eeuw, één uit de negentiende, drie uit de twintigste en één (met een tweede op komst) uit de eenentwintigste. We hebben wat te doen. Ik hou bij mijn vertaling er alle eerdere vertalingen naast, om tot een zo getrouw mogelijke toon te komen en de stem van kapitein Gulliver zo nabij te geraken als maar enigszins kan. Het was niet zomaar iemand! Hij had wat te zeggen en deed dat op zijn eigen manier, met zijn eigen stem, wars van mooischrijverij, maar niettemin wilde hij het toch wel op een fraaie manier vertellen, met klinkende zinnen. Geen scheepsjargon maar de zinnen wel goed van opbouw en strak. Niet precieus, wel precies. Het kan licht archaïsch overkomen, maar vergeet niet dat het zich driehonderd jaar geleden afspeelt. Je moet hem wel kunnen geloven!
Verouderd taalgebruik wil niet meteen hetzelfde zeggen als een verouderde vertaling, wat veel uitgevers schijnen te denken. Als de zinnen welgevormd zijn en de toon klopt en er niet al te veel fouten worden gemaakt tegen de betekenis, kan een oude vertaling juist heel prettig zijn. Je steekt er vaak nog wat van op ook, wat betreft vocabulair.
Driehonderd jaar Nederlands! Aan de hand van de verschillende vertalingen van hetzelfde boek wil ik de komende tijd die ontwikkeling eens gaan volgen, door hier en daar een zin uit te lichten, als die mij een vertaalprobleem bezorgt of gewoon op goed geluk, en te bekijken wat er allemaal in het Nederlands verandert. Met de bijbedoeling bijzondere woorden en constructies te vinden die ik kan overnemen in mijn eigen vertaling. Opdat mijn Gulliver the last word in stolentelling wordt.
_____
[1] F.J.A. Jagtenberg, Jonathan Swift in Nederland (1700-1800), Een wetenschappelijke proeve op het gebied van de letteren, Deventer Studiën 10, Uitgeverij Sub Rosa, Deventer, 1989, 219-220. Het boek is ook gedigitalisserd opslurpbaar. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.
De tweede vertaling dateert uit 1792 en is ook anoniem. De derde vertaling – ik tel alleen de complete vertalingen, niet de bewerkingen, meestal voor kinderen – is een uitgave van A.C. Kruseman uit 1862, van de hand van J.W.N. Mosselmans, en heet Reizen van Lemuel Gulliver naar verschillende onbekende volkeren der aarde door Jonathan Swift, waarmee hij afstapt van de toeschrijving aan kapitein Gulliver zelf. Dat deed Swift overigens zelf ook al snel, omdat het vrijwel onmiddellijk duidelijk was dat er niemand anders achter kon zitten dan de Dublinse dwarsdenker. Bij het samenstellen van zijn verzamelde werken in 1735 neemt hij dan ook het auteurschap op zich; een portret van Lemuel Gulliver krijgt het onderschrift ‘splendide mendax’, ofwel subliem leugenachtig (een frase uit Horatius’ Oden, 3.11). De vierde integrale vertaling is van G. Blom uit 1940, uitgegeven door J.H. Gottmer, Gulliver’s reizen naar verschillende verre landen door Jonathan Swift.
In 1974 volgde Mr. S. [Sem] Davids, Jonathan Swift, Gullivers reizen, uitgegeven door Manteau.
In 1979 volgde Arjaan van Nimwegen, Jonathan Swift, Gullivers Reizen, Reizen naar diverse afgelegen landen van de wereld, uitgegeven door Het Spectrum.
In 2004 Paul Syrier, Jonathan Swift, De reizen van Gulliver, Athenaeum—Polak & Van Gennep, 2004.
En eind dit jaar ik.
Twee vertalingen uit de achttiende eeuw, één uit de negentiende, drie uit de twintigste en één (met een tweede op komst) uit de eenentwintigste. We hebben wat te doen. Ik hou bij mijn vertaling er alle eerdere vertalingen naast, om tot een zo getrouw mogelijke toon te komen en de stem van kapitein Gulliver zo nabij te geraken als maar enigszins kan. Het was niet zomaar iemand! Hij had wat te zeggen en deed dat op zijn eigen manier, met zijn eigen stem, wars van mooischrijverij, maar niettemin wilde hij het toch wel op een fraaie manier vertellen, met klinkende zinnen. Geen scheepsjargon maar de zinnen wel goed van opbouw en strak. Niet precieus, wel precies. Het kan licht archaïsch overkomen, maar vergeet niet dat het zich driehonderd jaar geleden afspeelt. Je moet hem wel kunnen geloven!
Verouderd taalgebruik wil niet meteen hetzelfde zeggen als een verouderde vertaling, wat veel uitgevers schijnen te denken. Als de zinnen welgevormd zijn en de toon klopt en er niet al te veel fouten worden gemaakt tegen de betekenis, kan een oude vertaling juist heel prettig zijn. Je steekt er vaak nog wat van op ook, wat betreft vocabulair.
Driehonderd jaar Nederlands! Aan de hand van de verschillende vertalingen van hetzelfde boek wil ik de komende tijd die ontwikkeling eens gaan volgen, door hier en daar een zin uit te lichten, als die mij een vertaalprobleem bezorgt of gewoon op goed geluk, en te bekijken wat er allemaal in het Nederlands verandert. Met de bijbedoeling bijzondere woorden en constructies te vinden die ik kan overnemen in mijn eigen vertaling. Opdat mijn Gulliver the last word in stolentelling wordt.
[1] F.J.A. Jagtenberg, Jonathan Swift in Nederland (1700-1800), Een wetenschappelijke proeve op het gebied van de letteren, Deventer Studiën 10, Uitgeverij Sub Rosa, Deventer, 1989, 219-220. Het boek is ook gedigitalisserd opslurpbaar. Een doorlopend bijgewerkt register op alle VandaagsVertaalProblemen staat in blog 345.




Ik kijk uit naar uw vertaling van Gulliver !
BeantwoordenVerwijderenZag dat ik anoniem reageerde. Vond dat nogal laf overkomen. Heb het gecorrigeerd.
BeantwoordenVerwijderen