183 Het verhaal van de teruggebrachte hoed

   Het is een charmsiaanse thematiek, honden met hun eigen willetje. Ik wijs bijvoorbeeld in Bij mij op de maan op de gedichten Dendermonde en zijn honden (blz. 448) en De buldog en de teckel (blz. 471).
   De herhalingen in dit gedichtje komen ook behoorlijk charmsesk over. En dat het slecht afloopt – met de hoed dan – ook al.
   Toch denk ik niet dat het van Charms is. En als enig argument voor deze stelling heb ik een miniem detail aan te voeren, namelijk het uitroepteken aan het slot.
   Uitroeptekens zijn tekenen van twijfel. Van onmacht. Van een diepe verscheurende onzekerheid die slechts kan worden overschreeuwd met de uiterste stelligheid van het uitroepteken.
   De grap is niet leuk? Zet er een uitroepteken achter. Dat sticht verwarring en doet het idee postvatten dat de ander een stommeling is die het niet begrijpt. Maak er een overstatement van.
   Charms gebruikt geen uitroeptekens. Charms is meer van de understatements.
   Vandaar.
   Natuurlijk kan een eigenzinnige redacteur dat uitroepteken hebben toegevoegd, maar gezien het slordige redactiewerk van de uitgave van 1937 lijkt het mij sterk.
   Geen Charms dus. Maar we kunnen hem vervalsen. We kunnen een vertaling maken die we kunnen verkopen – voor veel geld – als een echte Charms. In vertaling weliswaar, maar een kniesoor die daarop let.
   Wat zeg je tegen honden? Bello, paxe! (alias een wapenstilstrijd, zie Finnegans Wake blz. 11 regel 14.) Hort, vort, apport – dat rijmt allemaal en moet hier te sta kunnen komen.
   In de Russische tekst komt wat er gepakt moet worden, de hoed, pas in de derde regel uit de mouw. Dan zullen wij hetzelfde moeten doen.
   De grage helpers. De ijverige bedienden kan natuurlijk ook, maar klinkt me niet leuk genoeg in de oren. De behulpzame viervoeters kan ook.

– Bello, Bella, pak ze, vort!
Derachteraan, vooruit, apport!

   En dan regel drie en vier... En regel vier op -ort, het liefste.

De hoed kwam met de honden terug,
Jammer genoeg geheel aan gort.

   Wat toch heel anders klinkt, nietwaar, dan:

Jammer genoeg geheel aan gort!

   Hans ter Laan heeft Vlijtige knechtjes, met slechts één rijm dat ook nog een halfrijm is:

Pak hem, pak hem, pak hem dan!
En netjes bij mij brengen!
De hondjes kwamen met de hoed,
Maar die was niet meer te herkennen.

   Dorian Rottenberg maakt zich er ook makkelijk van af, met een abcb-tje, in The Silly Servants. Bovendien verraadt hij de hoed meteen:

“There, catch that hat
And bring it here.”
The dogs obeyed,
But how, oh dear.

   Die eifrigen Diener vertaalt Johann Warkentin, ook met onmiddellijk hoedverklappen:

Faßt den Hut, ihr beiden! Faßt!
Bringt ihn her und macht es gut!
Schlingel ihr, was soll denn das!
Dies da ist doch nicht mein Hut!

   Antoinette Mazzi heeft weer een ander rijmschema, aabb, in De zélés serviteurs, en houdt de hoed ook tot regel drie onder de pet (maar waarom des chiens? Ze zullen toch wel van de hoedenverliezer zijn?):

– Rattrapeze-le, rattrapez-le!
Ramenez-le, ramenez-le!
Des chiens ramèment le chapeau,
Mais, hélas, il est en morceaux.

   Nou doe ik zo mijn best die hoed niet meteen te verklappen maar te verbergen tot regel drie maar uit de twee inzendingen werd eens te meer duidelijk dat wát je zelf ook ziet, wát je zelf ook doet, wát je ook onontkoombare prioriteiten vindt, het altijd niet onverdienstelijk ook anders kan.

Pak mijn hoedje, ga het halen,
Breng mijn hoedje, zonder dralen,
Zie mijn hoed... bedankt, vandalen...

   Waarbij de slotregel eerder, minder, was: Zie mijn hoedje... man, da’s balen... Waarom minder? Misschien past het woord balen niet? En waarom past het woord balen niet? Beetje popiejopie misschien? Of misschien wordt er weer een emotie ingevuld, wordt de kindertjes voorgelegd hoe ze zich moeten voelen, wordt er geshowd in plaats van getelld.
   Is dat ‘zonder dralen’ suf? Normaal gesproken niet, ik gebruik het ook regelmatig, een aantal keer in Paardje-Bochelaartje van Poesjkin, waar voortdurend op last van de tsaar wat gehaald moet worden, en ook een keer in Tsjoekovski’s Doortjes verdriet. Het is een mooie staande uitdrukking voor direct, meteen, die je niet zo vaak meer hoort maar volstrekt begrijpelijk is voor kinderen. En waar moeten ze hem anders oppikken dan in gedichten? Niet bang zijn daarvoor, het is heel educatief, au fond.
   De tweede inzending was een mooie:

Haal hem jongens, hollen, hollen!
Haal mijn hoed en stop met dollen!
Jongens toch, mijn schattebollen,
ik zei halen toch, niet mollen??

   Leuk, die vierslag op -ollen. Maar halen en hollen zijn van zichzelf ook een leuk duo, en toen ik mollen las moest ik meteen aan malen denken. Valt daar geen tongbreker uit te puren? Dan zou je ook kunnen denken aan de volgende, versimpelde versie, niet noodzakelijkerwijs beter of leuker:

Hollen, jongens, hollen,
Ga mijn hoedje halen!
En ze hollen en ze halen,
En ze mollen en ze malen.
   Volgende. Петр Иваныч удивился. Pjótr Iványtsj óédivíélsia. Pjotr Ivanszn verwonderde zich.

Петр Иваныч крикнул: – Ах,
У меня рябит в глазах!
Я, должно быть, нездоров –
Позовите докторов!

   Dat wil zeggen. Pjotr Ivanszn riep: – Ach, Het duizelt me voor ogen! Ik ben waarschijnlijk niet lekker, Roep de artsen!

   Gescandeerd. Pjótr Iványtsj kríéknoel: – Ách! oe mienjá (oemnjá) riebíét v glazách! Já dalzjnó byt nézdaróv – Pázavíétje dóktaróv!

Reacties

met onder meer de afgelopen maand

160 Vintage Vondel...

185 Het verhaal van de olifantbeklimmende haasjes

188 Het verhaal van het hangende egeltje

184 Het verhaal van de pafstaande zebrahoeder

187 Het verhaal van de wipwappende appelbijters

186 Het verhaal van de wandelende pet

182 Het verhaal van de appelige egel

189 Het verhaal van de straffende hark

136 Tsjechovs ravijn