244 Vragen, vergezichten en diepe afgronden

   De Arthursage is slechts de fysieke aankleding, de dekmantel, de uiterlijke schijn van het gedicht, de steigers waarachter het gebouw wordt opgetrokken, de tijd- en ruimtegebonden materie waaruit de geest moet spreken.
   Tennyson kon geen verhalen vertellen, maar wel in statische tableaux of panelen een sfeer oproepen.
   De gebeurtenissen zijn in alle raadselachtigheid dwingend en onontkoombaar, maar het is nooit duidelijk waarom precies, en als je probeert na te gaan wat er precies aan de hand is en waarom, kan je uiteindelijk niet veel anders dan bij jezelf te rade gaan, om analogieën te vinden.

   Want was was die vloek van de jonkvrouw?
   Was het een soort zelfde vloek als die Macbeth in het Schotse stuk op zich laadt, door in de vervloeking te geloven en ernaar te handelen?
   Is dat ook niet in zekere zin wat we allemaal doen, als we zeggen dat we ons gesternte volgen?
   We blijven opgesloten in onze toren en kijken in een vervormende spiegel van onze eigen hebbelijkheden en we denken daarin de buitenwereld te zien.
   Wat is de aard van de betovering die op de jonkvrouw is gevallen en die wij ook op ons voelen drukken?
   Hoe kan het dat zij houdt van weven maar ook halfziek van schimmen is?
   Dat gaat op een verwarrende manier zeker samen in één gemoed, en dat voel je, al lezend.
   Die prangende gevangenis is van ons allemaal.
   Als je ontwaakt, gaat er ook iets voorgoed slapen.
   Hier liggen vragen, vergezichten en diepe afgronden verborgen als je erover gaat nadenken.
   Is de spiegel waarin ze kijkt een beeld voor ieders eigen opvattingen of voorstelling van de wereld?
   Is het haar lot en haar doem te weven, afgezonderd van de vals-vrolijke buitenwereld?
   Was ze eerst levend onder de doden en kiest ze voor een verblijf als dode onder de levenden?

   De Jonkvrouw van Shalott is van eenzelfde suggestieve raadselachtigheid als sommige kinderliedjes en bakerversjes die lijken te wijzen naar griezelige psychologische diepten – denk alleen al aan Daar was laatst een meisje loos en Berend Botje, aan Sing a Song of Sixpence en Mary, Mary, quite contrary.
De woorden roepen meer op dan ze vertellen – en dat is precies de bedoeling.

_____
   Verwijzingen. De illustraties zijn van Elena Pereverzeva uit de serie De jonkvrouw van Shalott, 2017. Eerdere blogs over De jonkvrouw: de nummers 237, hier, en 240, hier. Een doorlopend bijgewerkt cumulatief register op alle VandaagsVertaalProbleem-blogs staat in blog 241, hier.

Reacties

met onder meer de afgelopen maand

160 Vintage Vondel

247 First translations never die

243 De adviescommissie constateerde

248 The Lady of Shalott van 1832 en 1842

245 Constants hobbelpaard

246 Stijg te paard dan wel te pony! En ga in ’t leger van Boedjonny!

252 Boek vol vertwijfeling en hoop

249 De twee jonkvrouwen

251 Meduza-interview met Lev Rubinstein